De Gereformeerde Kerk te Scharnegoutum c.a. (3)

Ds. J.J. Bosma (van 1946 tot 1949).

( < Naar deel 2 – Back to Part 2 ) – Ds. C.M. Huizenga was in 1944 overleden. Het duurde even voordat zijn opvolger beroepen werd en het beroep aannam. Het was ds. J.J. Bosma (1903-1978) uit Krabbendam. Hij deed op 28 april 1946 intrede.

Ds. J.J. Bosma (1903-1978) op latere leeftijd.

Gereformeerd en hervormd (1).

De vriendschap tussen de twee christelijke scholen in Scharnegoutum (de hervormden hadden ook een lagere school in het dorp) liet zeer te wensen over. De gereformeerde en de hervormde jeugd hadden scheldwoorden voor elkaar bedacht; de hervormden werden door de gereformeerde jongeren uitgescholden voor ‘hermelijnen’, de hervormde jongens en meisjes scholden de gereformeerde jeugd uit met ‘grifforkearden’. Ook werd op de Ald Dyk nogal eens slag geleverd met zelfgemaakte wapens (stokken en wat dies meer zij).

De nieuwe christelijke school die in de plaats kwam van de in 1929 afgebrande school (foto: ‘De Grifformearde Tsjerke fan Skearnegoutum c.a.’)

Jaren geleden, in 1927, had de classis al besloten dat voorkomen moest worden dat gemengde huwelijken plaatsvonden tussen hervormden en gereformeerden. Een gereformeerde kerkelijke bevestiging kon alleen plaatsvinden als het toekomstige gezin tot de Gereformeerde Kerk zou gaan behoren. Die kerkelijke inzegening kon helemaal wel vergeten worden als gebleken was dat ‘een der partijen vreemd of zelfs tegenover de gereformeerde religie’ stond. Kwam iemand uit de hervormde kerk over dan moest ‘een onderzoek worden ingesteld naar zijn of haar geloof in de waarheden der H. Schrift’. Maar anderzijds konden ds. Huizenga en de hervormde predikant ds. Dekker goed met elkaar opschieten.

Tijdens de ambtsperiode van ds. Bosma werden zelfs twee gezamenlijke diensten gehouden: een op 30 augustus 1948 ter gelegenheid van het regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina, en op 5 september dat jaar een bidstond ter gelegenheid van de inhuldiging van de nieuwe Koningin Juliana.

De predikant nam op 17 juli 1949 afscheid wegens zijn vertrek naar de kerk van Musselkanaal.

Ds. K. Welbedacht (van 1950 tot 1953).

Ds. K. Welbedacht (1920-2005) op latere leeftijd. Foto: ‘Historisch Tijdschrift GKN’.

Op 24 september 1950 deed de opvolger van ds. Bosma intrede in Scharnegoutum. Het was kandidaat K. Welbedacht (1920-2005), die aan de Vrije Universiteit in Amsterdam had gestudeerd.

Rond 1950 werd het in 1888 gebouwde orgel ingrijpend gerestaureerd en uitgebreid. Daarvoor moest fl. 5.000 betaald worden. In 1952 kreeg orgelbouwer Reil uit Heerde de opdracht het orgel overeenkomstig de plannen aan te passen. Er werd ook een elektrische windmachine aangelegd, zodat er geen ‘orgeltrapper’ meer nodig was om op houten treden lucht in de blaasbalg te trappen.

Gereformeerd en hervormd (2).

Op 18 oktober 1950 werd een gezamenlijke kerkdienst gehouden met de hervormde gemeente. Het was een dankdienst voor de veilige terugkeer van de militairen uit Indonesië, waar ze dienden tijdens de twee politionele acties. Deze werden gehouden omdat de regering van oordeel was dat opgetreden moest worden tegen ‘de oproerkraaiers van Soekarno’, die een zelfstandig Indonesië voorstonden, los van Nederland. De hervormde predikant, ds. D. Lekkerkerker, sprak over ‘Een terugblik op het leven in Indonesië’ (wat vermoedelijk beslist geen lofzang zal zijn geweest over de tijd van de politionele acties), en ds. Welbedacht sprak over ‘Een blik in de toekomst’.

Het eerste landelijke Samen-op-Weg logo.

Ds. Welbedacht schreef daarover later (in 1995): “In onze periode was er van ‘Samen op Weg’ [van hervormden en gereformeerden] in Scharnegoutum nog niets te bespeuren, hoewel de geestelijke ligging van de beide kerken overeenkwam, beide confessioneel, al lag dat in Tirns en Deersum anders. Trouwens, ‘Samen op Weg’ had om redenen van kerkruimte al niet gekund: geen van de twee kerkgebouwen had de gemeente in een gemeenschappelijke dienst kunnen bergen. Hoezeer ‘Samen op Weg’ ook een ‘must’ is en daarin de begeerte naar de eenheid van de kerk een rol speelt, tegelijk wordt van de nood een deugd gemaakt. De kerk verliest terrein, zowel wat getal als invloed betreft”. In 1995 was men inderdaad een stuk verder dan in 1950, toen hij intrede deed.

Ds. Welbedacht nam op 26 juli 1953 afscheid en vertrok naar de kerk van Oudewater.

Ds. J.P. Dondorp (van 1953 tot 1957).

Zijn opvolger deed op 11 oktober 1953 intrede, zodat de kerk niet lang vacant bleef. Het was kandidaat J.P. Dondorp (1929-2016), die evenals zijn voorganger in Amsterdam aan de Vrije Universiteit had gestudeerd. Al gauw werd de predikant opgeroepen om dienst te doen als legerpredikant, ‘al was hij er eigenlijk nog te jong voor’.

Ds. J.P. Dondorp als veldprediker (hij is hier in het uniform van kapitein). Foto: ‘De Grifformearde Tsjerke fan Skearnegoutum c.a.’

Door de bliksem getroffen (1953).

In 1953 werd de kerk door de bliksem getroffen! In augustus dat jaar woedde boven het dorp een kort maar hevig onweer vergezeld door hagel en stortregens. De toren van de kerk werd door de bliksem beschadigd, maar gelukkig ontstond er geen brand.

Twee jaar later werd tijdens oudejaarsavond een grap uitgehaald. In het dorp werden – zoals gewoonlijk op die avond – veel dingen naar allerlei onmogelijke plaatsen gesleept. Op nieuwjaarsmorgen bengelde voor de gereformeerde kerk, onder het torentje, aan de gevel een grote stropop in overall. Er werd om gelachen, maar anderen vonden dat dit bij een kerk niet hoorde. ‘Het was een gevaarlijk werk, want de pannen waren erg glad’ verzekerde iemand die er vast meer van wist.

In 1915 (zoals deze foto laat zien) had de kerk al een torentje. Links de hervormde school, daarnaast de winkel, en dan de gereformeerde kerk (foto: ‘De Grifformearde Tsjerke Skearnegoutum c.a.’).

De vrouw in de kerk.

Begin jaren ‘50 gaf de generale synode toestemming om ook vrouwen bij de verkiezing van ambtsdragers het stemrecht toe te kennen. In december 1953 werd dat officieel ook in Scharnegoutum ingevoerd. Maar kennelijk was niet elk het er mee eens, want in 1954 werd de zaak opnieuw in de kerkenraad besproken, maar iedereen begreep dat de klok niet kon worden teruggedraaid. Maar het zou nog jaren duren voor het vrouwenkiesrecht – hoewel officieel ingevoerd – in Scharnegoutum ook toegepast werd.

Gereformeerd en hervormd. (3).

Ds. Dondorp was voorstander van verdergaande contacten met de Hervormde gemeente. Zo werd op Tweede Kerstdag van 1953 een gezamenlijke zangdienst in de hervormde kerk gehouden. De kerk zat tot de nok toe vol. Muziekcorps Excelsior verleende medewerking. Maar de hervormden struikelden nogal eens over het feit dat de gereformeerden zo’n gezamenlijke dienst geen ‘kerkdienst’ noemden, maar een ‘samenkomst’ of iets dergelijks. Waarom niet gewoon ‘kerkdienst’? vroegen ze. De kerkvisitatoren adviseerden de kerkenraad om de gezamenlijke ‘diensten’ gewoon ‘samenkomsten’ te blijven noemen.

Een bekend Samen-op-Weg logo.

In 1955 vroeg de hervormde kerkenraad nogmaals of er in de toekomst gezamenlijke kerkdiensten gehouden konden worden, of niet. De gereformeerde kerkenraad antwoordde dat men voorstander was van gezamenlijke zang- en feestdiensten, maar niet van gezamenlijke kerkdiensten. De beide predikanten zetten als gevolg daarvan hun visie over ‘de Kerk’ op papier en de kerkenraden bespraken die. In 1957 berichtte de hervormde kerkenraad echter dat zij niet meer mee wilde doen aan gezamenlijke zangdiensten. Men wilde meer vooruitgang en was zelfs voorstander van het gezamenlijk houden van avondmaalsdiensten. Hoe dan ook, in juni 1957 deelde men aan de gereformeerde kerkenraad mee ‘alleen bereid te zijn medewerking te verlenen aan gezamenlijke diensten als deze niet langer een particuliere karakter dragen’, maar voluit ‘kerkdiensten’ zouden zijn.

Een eigen kerkblad (1955).

Tot 1955 werden de kerkelijke mededelingen vanaf de preekstoel bekend gemaakt. Maar in mei 1955 kreeg de kerk voor het eerst een eigen nieuwsblaadje, Kerknieuws genoemd, dat maandelijks verscheen. Per jaar moest daarvoor door gemeenteleden fl. 1,25 betaald worden. Het blaadje hield het lang vol! Twintig jaar lang werd het bij de gereformeerden aan huis bezorgd.

Geen ‘wierook’ in de kerk! (1956).

Het interieur van de kerk in 1956, hier nog met de oude preekstoel (foto: ‘De Grifformearde Tsjerke fan Skearnegoutum c.a.’).

In 1956 werd in Kerknieuws geschreven over het roken in de kerk. “Hoewel er nu eenmaal verstokte rokers zijn en een ‘neuswarmer’ deze tijd van ‘t jaar heel nodig kan zijn…: even beheersing voor en na de kerkdiensten! Het ergert velen en per slot had de preek ook vijf minuten langer kunnen duren [en dan ga je ook alvast geen sigaret opsteken]. Geen wierook, maar ook geen-rook-van-wie-dan-ook in de gereformeerde kerk!’

Ds. Dondorp nam op 27 oktober 1957 afscheid wegens zijn vertrek naar de kerk van Hattem.

Ds. St.J. Verveld (van 1957 tot 1964).

Op 22 december 1957 werd de opvolger van ds. Dondorp in de kerk van Scharnegoutum bevestigd. Het was ds. St.J. Verveld (1906-1972), afkomstig uit de Doopsgezinde gemeente van Den Horn.

Het jeugdwerk.

Het eerste nummer van het Gereformeerd Knapenblad. Daarin werd veel informatie gegeven over onderwerpen die in de Knapenvergaderingen besproken konden worden.

De Jongelingsvereniging op gereformeerde grondslag te Scharnegoutum was al in 1886 opgericht onder de naam ‘Het Mosterdzaadje’. Later kwam er ook een Knapenvereniging (voor jongens tot plm. 16 jaar) genaamd: ‘Zaai uw zaad in de morgenstond’. De Knapenvereniging stopte er in de oorlog mee (er was een verbod op het bijeenkomen van dit soort verenigingen), maar kwam in 1946 weer tot leven.

Ook voor de meisjes waren er verenigingen: voor die van 16 jaar en ouder bestond ‘Uw Koninkrijk Kome’ en voor de meisjes tot ongeveer 16 jaar was er ‘Klimop’. Het bezoek aan de verenigingen liep ‘door de tijdgeest’ na verloop van tijd flink terug. De gereformeerde en hervormde jongelingsverenigingen waren ondertussen langzaam naar elkaar toegegroeid; ze vierden in 1950 zelfs een gemeenschappelijke kerstavond.

Ds. St.J. Verveld (1906-1972).

In de tijd van ds. Verveld kwamen de gereformeerde Jongelingsvereniging en de Meisjesvereniging overeen in het vervolg samen te gaan, met als naam: ‘Gereformeerde Jeugdvereniging Jeugd en Roeping’.

De kerk gerestaureerd (1964).

Rond 1950 besefte men dat het dringend nodig was de kerk op te knappen. Het bouwmateriaal was, jaren na de oorlog, weer wat goedkoper en makkelijker verkrijgbaar. Midden in de kerk stonden toen nog stoelen op de voorste rijen (die verwijderd konden worden als de avondmaalstafel er kwam te staan tijdens de avondmaalsiveringen), maar de stoelen werden nu, halverwege de jaren ‘50, vervangen door banken. Ook de muren kregen een flinke opknapbeurt.

Dit alles viel een aantal gemeenteleden tegen, want sommigen dachten grootschaliger! Zij waren van mening dat er een nieuwe kerk moest komen. De kwestie spleet de gemeente in voor- en tegenstanders. Toch werd door de kerkenraad aan de burgerlijke gemeente een prijsopgave gevraagd voor een stuk bouwgrond voor kerkbouw. De gemeente berekende daarvoor fl. 2 per vierkante meter. Aanvankelijk was men inderdaad van plan de grond te kopen, maar er waren in de kerkelijke gemeente teveel bezwaren tegen.

De gereformeerde kerk te Scharnegoutum (deze foto dateert uit 1908).

Vandaar dat in 1963 besloten werd de kerk te restaureren. Inclusief het verven zou dat maar liefst fl. 31.000 gaan kosten, een enorm bedrag. De plafonds en de lambrisering werden opgeknapt, er kwamen een nieuw liturgisch centrum, een nieuwe preekstoel, een nieuw doopvont en een nieuwe avondmaalstafel; centrale verwarming werd aangelegd, er zouden betere banken komen en de buitengevels werden opnieuw gevoegd. Van de befaamde gereformeerde Stichting Steun Kerkbouw, SSK, werd een bedrag van fl. 40.000 geleend tegen een lage rente. Tijdens de restauratie konden de kerkdiensten in het dorpshuis Elim gehouden worden (de koster klaagde daar dat na de kerkdiensten ‘een mesthoop van papieren en doppen en andere rommel’ achterbleef).

Het SSK-logo.

Gereformeerd en hervormd (4).

Na de weigering (in 1957) van de hervormde kerkenraad om medewerking te verlenen aan gezamenlijke diensten als deze ‘een particulier karakter’ bleven dragen en niet voluit ‘kerkdiensten’  waren, werd ook tijdens de ambtsperiode van ds. Verveld op dit punt geen overeenstemming bereikt. Ook speelde in die tijd een voorgenomen huwelijk van een gereformeerd en een hervormd gemeentelid. De kerkenraad besloot met algemene stemmen dat men alleen tot een kerkelijke bevestiging zou overgaan als beloofd zou worden dat ‘eventueel uit dit huwelijk geboren kinderen in de gereformeerd leer zullen worden onderwezen en opgevoed’.

Toen de gereformeerde kerkenraad in 1959 afwezig was bij het afscheid van de hervormde predikant ontstond daarover nogal wat ophef, maar achteraf bleek, volgens beide kerkenraden, dat dit inderdaad gewoon te wijten was aan een misverstand.

De hervormde kerk te Scharnegoutum.

In 1963 kondigden de hervormde en de gereformeerde Jongelingsverenigingen aan dat ze een gezamenlijke kerstavond zouden houden. De gereformeerde en hervormde Meisjesverenigingen had enige jaren daarvoor met instemming van de kerkenraad ook al een gezamenlijke samenkomst gehouden. De jongens deden het nu dus ook. In april 1965 vroegen de jongens geen kerkenraadstoestemming om opnieuw een samenkomst met de hervormde jongens te houden. De kerkenraad had ‘voor één keer geen bezwaar’.

Evangelisatiewerk.

De kerkenraad spande zich ook in voor het evangelisatiewerk. Daarom was er al een hele tijd een Evangelisatiecommissie, die ook buiten de kerk – in de open lucht – de blijde boodschap wilde verspreiden (waarvoor overigens wel toestemming van de burgerlijke gemeente gevraagd moest worden). De commissie probeerde een groepje mensen te activeren om af en toe in Tirns en Deersum in de open lucht een evangelisatiebijeenkomst te organiseren, op straat of ergens op een grasveldje. Iemand uit de groep hield dan een korte passende toespraak en als hij of zij was uitgesproken zongen de anderen geestelijke liederen. Dit werk werd al voor de oorlog begonnen, maar gebeurde ook na de wereldbrand nog.

Deersum. Dorpsgezicht van lang geleden…

Zo werd ook op zaterdag 13 juli 1963  een evangelisatiebijeenkomst gehouden in Tirns, waar ds. H. Hoekzema (1912-1987) uit Goënga  de toespraak zou houden. Met hulp van een geluidsversterker werden enkele gezinnen die al eerder meegewerkt hadden, ook nu weer opgeroepen hun medewerking te verlenen bij het zingen van geestelijke liederen. Op 14 juli werd zo’n bijeenkomst ook in Deersum gehouden.

Nu we het over Tirns hebben: in de jaren ‘20 hadden de gereformeerden uit Tirns het voorrecht om op de schaats naar de kerk te (mogen) komen! Dat was de makkelijkste en meest toegankelijke wijze om de afstand af te leggen. De gereformeerden uit Scharnegoutum mochten dat nadrukkelijk niet. Schaatsen op zondag, zonder dringende noodzaak, was immers in die tijd onder gereformeerden not done!

Ds. Verveld nam op 29 maart 1964 afscheid en vertrok naar de kerk van Drijber.

Naar deel 4 (slot) >

Bronnen onder meer:

A. Algra, De Historie gaat door Het Eigen Dorp, dl. IV. Leeuwarden, g.j.

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Gereformeerde Kerk. Kampen,  div. jrg.

F.L. Bos, Archiefstukken betreffende de Afscheiding van 1834, deel 3. Kampen, 1942

Handelingen der vergaderingen van de Kuratoren der Theologische School (…). Kampen,  div. jrg.

De Heraut voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. jrg.

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Handelingen en Verslagen van de Algemene Synoden van Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk (1836-1869). Houten/Utrecht, 1984

Jaarboeken (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

W. van Leeuwen, De kerkelijke handelingen van het Classicaal en Provinciaal kerkbestuur van Friesland [etc.].  Sneek, 1850

J.C. Rullmann, De Doleantie in de Nederlandsche Hervormde Kerk der Negentiende Eeuw. Amsterdam, 1917

Tsj. Santema, De Grifformearde Tsjerke fan Skearnegoutum. Oosterend, 1997

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English: 

The ‘Gereformeerde’ Church of Scharnegoutum (3).

Rev. J.J. Bosma (from 1946 to 1949).

( < To Part 2 – Back to Part 2  ) – Rev. C.M. Huizenga had died in 1944. It took some time before his successor was called and accepted the call. This was Rev. J.J. Bosma (1903–1978) from Krabbendam. He was installed on 28 April 1946.

‘Gereformeerd’ and Hervormd (1).

The friendship between the two Christian schools in Scharnegoutum (the Hervormden also had a primary school in the village) left much to be desired. The ‘Gereformeerd’ and Hervormd youth had invented insults for one another; the Hervormden were abused by the ‘Hervormde’ youngsters as “hermelijnen” (ermine wearers), while the Hervormd boys and girls insulted the ‘Gereformeerde’ youth with “grifforkearden.” Fighting with homemade weapons (sticks and the like) also regularly took place on the Ald Dyk.

Years earlier, in 1927, the classis had already decided that mixed marriages between Hervormden and Gereformeerden should be prevented. A ‘gereformeerde’ church marriage confirmation could only take place if the future family would belong to the ‘Gereformeerde’ Church. Such a church blessing could be forgotten entirely if it appeared that “one of the parties was alien to or even opposed to the ‘gereformeerde’ religion.” If someone transferred from the Hervormd Church, “an investigation had to be made into his or her faith in the truths of Holy Scripture.” On the other hand, Rev. Huizenga and the Hervormd minister Rev. Dekker got along well with one another.

During Rev. Bosma’s term, two joint services were even held: one on 30 August on the occasion of the reign jubilee of Queen Wilhelmina (in 1948), and on 5 September a prayer service on the occasion of the inauguration of the new Queen Juliana.

The minister took his leave on 17 July 1949 because of his departure to the church of Musselkanaal.

Rev. K. Welbedacht (from 1950 to 1953).

On 24 September 1950, the successor to Rev. Bosma was installed in Scharnegoutum. It was candidate K. Welbedacht (1920–2005), who had studied at the Free University (VU) in Amsterdam.

Around 1950, the organ built in 1888 was thoroughly restored and expanded. This required payment of fl. 5,000. In 1952, organ builder Reil from Heerde was commissioned to further adapt the instrument. An electric wind machine was also installed, so that no “organ pumper” was needed anymore to pump air into the bellows with wooden pedals.

‘Gereformeerd’ and Hervormd (2).

On 18 October 1950, a joint church service was held with the Hervormd congregation. It was a thanksgiving service for the safe return of the soldiers from Indonesia, where they had served during the two “police actions.” These actions were carried out because the government believed it necessary to act against “the agitators of Sukarno,” who advocated an independent Indonesia separate from the Netherlands. The Hervormd minister, Rev. D. Lekkerkerker, spoke about “a look back on life in Indonesia” (which presumably will certainly not have been a hymn of praise for the period of the police actions), and Rev. Welbedacht spoke about “A look into the future.”

Rev. Welbedacht later wrote about this (in 1995):

“In our period, there was as yet nothing noticeable of ‘Together on the Way’ [between Hervormden and Gereformeerden] in Scharnegoutum, although the spiritual orientation of both churches corresponded—both confessional—though in Tirns and Deersum this was different. Incidentally, ‘Together on the Way’ would not have been possible anyway for reasons of church space: neither of the two church buildings could have accommodated the congregation in a joint service. However much ‘Together on the Way’ may be a ‘must,’ and however much the desire for church unity plays a role in it, at the same time a virtue is being made of necessity. The church is losing ground, both in numbers and in influence.”

In 1995, people were indeed much further along than in 1950, when he was installed.

Rev. Welbedacht took his leave on 26 July 1953 and departed for the church of Oudewater.

Rev. J.P. Dondorp (from 1953 to 1957).

His successor was installed on 11 October 1953, so the church did not remain vacant for long. It was candidate J.P. Dondorp (1929–2016), who, like his predecessor, had studied at the Free University in Amsterdam. Before long, the minister was called upon to serve as a military chaplain, “although he was actually still too young for it.”

Struck by lightning (1953).

In 1953, the church was struck by lightning! In August of that year, a short but violent thunderstorm accompanied by hail and torrential rain raged over the village. The church tower was damaged by lightning, but fortunately no fire broke out.

Two years later, a prank was played on New Year’s Eve. In the village— as was customary on that evening—many things were dragged to all kinds of impossible places. On New Year’s morning, hanging from the facade of the ‘gereformeerde’ church beneath the little tower was a large straw dummy dressed in overalls. People laughed about it, but others felt that this did not belong at a church. “It was dangerous work, because the roof tiles were very slippery,” assured someone who presumably knew more about it.

Women in the church.

In the early 1950s, the General Synod granted permission to give women the right to vote in the election of office-bearers. In December 1953, this was officially introduced in Scharnegoutum as well. But evidently not everyone agreed, because in 1954 the matter was discussed again in the church council. Everyone understood, however, that the clock could not be turned back. Still, it would take years before women’s suffrage—although officially introduced—was actually applied in Scharnegoutum.

‘Gereformeerd’ and Hervormd (3).

Rev. Dondorp was in favor of more extensive contacts with the Hervormd congregation. Thus, on the Second Day of Christmas 1953, a joint singing service was held in the Hervormd church. The church was filled to the brim. The Excelsior brass band cooperated. However, the Hervormden often stumbled over the fact that the Gereformeerden did not call such a joint service a “church service,” but rather a “gathering” or something similar. Why not simply “church service”? The church visitors advised the church council to continue calling the joint “services” simply “gatherings.”

In 1955, the ‘Hervormde’ church council asked whether joint church services would be held in the future or not. The ‘gereformeerde’ church council replied that it favored joint singing and festive services, but not joint church services. As a result, both ministers put their vision “of the Church” in writing, and the church councils discussed them. In 1957, however, the ‘Hervormde’ church council reported that it no longer wished to participate in joint singing services. They wanted more progress and were even in favor of holding joint communion services. In any case, in June 1957, they informed the ‘gereformeerde’ church council that they were “only willing to cooperate in joint services if these no longer had a private character,” but were fully “church services.”

A church magazine of its own (1955).

Until 1955, church announcements were made from the pulpit. But in May 1955, the church received its own newsletter for the first time, called Kerknieuws (Church News), which appeared monthly. A fee of fl. 1.25 per year was charged. The little paper lasted a long time! For twenty years, it was delivered to homes among the ‘gereformeerde’ members.

No “incense” in church! (1956).

In 1956, Kerknieuws wrote about smoking in church:

“Although there are, after all, inveterate smokers, and a ‘nose-warmer’ can be very necessary at this time of year… a little self-control before and after the church services! It irritates many, and in the end the sermon could just as well have lasted five minutes longer. No incense, but also no smoke-from-anyone whatsoever in the ‘gereformeerde’ Church!”

Rev. Dondorp took his leave on 27 October 1957 because of his departure to the church of Hattem.

Rev. St. J. Verveld (from 1957 to 1964).

On 22 December 1957, the successor to Rev. Dondorp was installed in the church of Scharnegoutum. It was Rev. St. J. Verveld (1906–1972) from the Mennonite congregation of Den Horn.

Youth work.

The Young Men’s Association on ‘gereformeerde’ principles in Scharnegoutum had already been founded in 1886 under the name The Mustard Seed. Later, a Boys’ Association (for boys up to about 16 years old) was also established, called Sow Your Seed in the Morning. The Boys’ Association ceased during the war (there was a ban on meetings of such associations), but came back to life in 1946.

There were also associations for girls: for those aged 16 and over there was Thy Kingdom Come, and for girls up to about 16 there was Ivy. Attendance at the associations declined significantly over time “due to the spirit of the age.” Meanwhile, the ‘gereformeerde’ and ‘Hervormde’ Young Men’s Associations slowly grew closer to each other; in 1950 they celebrated a joint Christmas Eve.

During Rev. Verveld’s time, the ‘Gereformeerde’ Young Men’s Association and the Girls’ Association agreed to continue together under the name: ‘Gereformeerde’ Youth Association Youth and Calling.

The church restored (1964).

Around 1950, it became clear that the church urgently needed renovation. Building materials, years after the war, had again become somewhat cheaper and more readily available. At that time, chairs still stood in the front rows of the church (which could be removed when the communion table was placed for communion celebrations), but in the mid-1950s the chairs were replaced by pews. The walls also received a thorough refurbishment.

All this disappointed a number of church members, because some had envisioned something more extensive! They believed that a new church should be built. The issue split the congregation into supporters and opponents. Nevertheless, the church council asked the municipal authorities for a price quotation for a plot of land for church construction. The municipality calculated a price of fl. 2 per square meter. Initially, there were indeed plans to buy the land, but there were too many objections within the church congregation.

Therefore, in 1963 it was decided to restore the church. Including painting, this would cost no less than fl. 31,000, an enormous amount. The ceilings and paneling were refurbished; a new liturgical center, a new pulpit, a new baptismal font, and a new communion table were installed; central heating was added; better pews were installed; and the exterior walls were re-pointed. A sum of fl. 40,000 was borrowed at low interest from the well-known ‘gereformeerde’ Stichting Steun Kerkbouw (SSK). During the restoration, church services could be held in the village hall Elim (where the sexton complained that after the services “a manure heap of papers and caps and other junk” was left behind).

‘Gereformeerd’ and Hervormd (4).

After the refusal (in 1957) of the Hervormd church council to cooperate in joint services if these bore a “private character” and were not fully “church services,” no agreement was reached on this point during Rev. Verveld’s term either. During that time, a planned marriage between a ‘gereformeerde’ and a ‘Hervormde’ church member also arose. The church council unanimously decided that a church confirmation would only take place if it were promised that “any children born from this marriage would be instructed and raised in the ‘gereformeerde’ doctrine.”

When the ‘gereformeerde’ church council was absent at the farewell of the ‘Hervormde’ minister in 1959, quite a commotion arose, but afterward it appeared—according to both church councils—that this was simply due to a misunderstanding.

In 1963, the ‘Hervormde’ and ‘Gereformeerde’ Young Men’s Associations announced that they would hold a joint Christmas Eve. The ‘Gereformeerde’ and ‘Hervormde’ Girls’ Associations had already held a joint gathering several years earlier with the approval of the church council. The boys were now doing the same. In April 1965, the boys did not ask church council permission to hold another gathering with the Hervormd boys. The church council had “no objection for one time.”

Evangelization work.

The church council also devoted itself to evangelization work. For this purpose, there had long been an Evangelization Committee, which wanted to spread the glad tidings even outside the church—in the open air (for which permission from the municipal authorities had to be requested). The committee tried to activate a small group of people to occasionally organize open-air evangelization meetings in Tirns and Deersum, on the street or somewhere on a patch of grass. Someone from the group would then give a short, appropriate address, and after he or she had finished speaking, the others would sing spiritual songs. This work had already begun before the war, but also continued after the world conflagration.

Thus, on Saturday 13 July 1963, an evangelization meeting was held in Tirns, where Rev. Hoeksema from Goënga (later called “Gauw”) was to give the address. With the help of a sound amplifier, several families who had cooperated earlier were again called upon to assist in the singing of spiritual songs. On 14 July, such a meeting was also held in Deersum.

Since we are talking about Tirns: in the 1920s, the ‘gereformeerde’ members from Tirns had the privilege of being able to come to church by skating! That was the easiest and most accessible way to cover the distance. The ‘gereformeerde’ members from Scharnegoutum were explicitly not allowed to do this. Skating on Sundays, without urgent necessity, was at that time among the ‘gereformeerden’ considered absolutely unacceptable.

Rev. Verveld took his leave on 29 March 1964 and departed for the church of Drijber.

To final Part 4 >