De Gereformeerde Kerk te Renswoude (2)

Een nieuwe kerk (1908)!

( < Naar deel 1 ) – Bijna dertig jaar lang had de Gereformeerde Kerk van Renswoude de in gebruik zijnde kerkzaal – in 1878 op de puinhopen van het afgebrande zaaltje opgetrokken door Jan IJkelkamp – kunnen huren.

Tegenover de nieuwe kerk uit 1908 stond de christelijke lagere school.

Maar in 1905 werd de huur opgezegd! De kerkenraad ging meteen aan de slag om te proberen te komen tot de bouw van een eigen kerk. Hij stelde een begroting op en ging op zoek naar een geschikt stuk grond. Al snel had men twee terreinen op het oog en de keus viel op een stuk grond met daarop een woning aan de Dorpsstraat. De kosten daarvan bedroegen fl. 1.200 terwijl de bouw van een nieuwe kerk ongeveer fl. 3.000 zou gaan kosten. De classis hielp mee met het maken van de plannen.

Ds. A.M. Donner (1859-1937) was tussen 1897 en 1924 regelmatig  consulent van de kerk van Renswoude.

Verscheidene grote giften kwamen binnen en de kerkenraad – onder leiding van consulent ds. A.M. Donner (1859-1937) van Amersfoort – was ook in de omliggende dorpen, tot in Barneveld toe, rondgegaan om geld voor de bouw in te zamelen. Zo was in april 1908 al fl. 1.900 in kas. De kerkenraad wilde de bouwwerkzaamheden zoveel mogelijk mede door gemeenteleden laten verrichten. Dat zou de prijs drukken! Als voorbeeld werd de in 1888 gebouwde Doleantiekerk aan de Nieuwstraat in Barneveld. Volgde men dat concept, dan zou de kerk zo’n 120 tot 150 kerkgangers kunnen bevatten. Bij de kerk zou ook een kerkenraadskamer gebouwd worden, alles ontworpen door architect Schooneveld.

De eerste steen werd gelegd door ds. Donner (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Toen de aannemer meedeelde de kerk niet op tijd klaar te kunnen krijgen, besloot de kerkenraad dat twee van hen het voegwerk voor hun rekening zouden nemen, wat door deze ambtsdragers dan ook ‘tot ieders tevredenheid’ gedaan werd.

De bouw vorderde behoorlijk snel, en zo kon op 27 juli 1908 door ds. Donner de eerste steen gelegd worden, voorzien van de tekst Eben Haëzer. En op 3 december werd de kerk onder zijn leiding ‘ingewijd’. Zijn preek ging over psalm 122 vers 4: “Waarheen de stammen opgaan, de stammen des HEEREN, tot de getuigenis Israëls, om den Naam des HEEREN te danken“. Vast en zeker is toen door de verzamelde gemeente die psalm ook gezongen. De eerste officiële kerkdienst werd op zondag 6 december gehouden.

De nieuwe gereformeerde kerk die in 1908 in gebruik genomen werd (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Nadat de nu overbodige banken uit het vroegere kerkzaaltje verkocht waren, kon de kerkenraad in juni 1909 de definitieve eindafrekening van de kerkbouw publiceren. Aan giften en collecten was in totaal fl. 3.385 binnengekomen; daarvan was fl. 1.211  afkomstig uit ‘de plaats onzer inwoning, niet alleen van leden maar ook nog van vrienden’. In totaal had de kerkbouw fl. 5.837 gekost. Bovendien kwam fl. 60 per jaar binnen aan huurpenningen van het woonhuis dat ‘gelijk met de kerkgrond’ gekocht was.

Uit het ‘Amersfoortsch Dagblad’ van 12 december 1908.

De kerkzang.

In de nieuwe kerk aan de Dorpsstraat stond aanvankelijk nog geen orgel (net als in de oude kerkzaal, waar op zondag 29 november 1908 de laatste dienst gehouden was). De voorzanger bleef dus vooralsnog in functie om te zorgen dat de gemeente de te zingen psalmen op de juiste hoogte inzette en de kerkzang niet zou uitmonden in een chaos. Begin 1911 kreeg de kerkenraad echter een eenvoudig orgeltje cadeau van niemand minder dan burgemeester J.B. de Beaufort.

Burgemeester De Beaufort gaf een lesorgeltje.

Het was geen kerkorgel, maar een soort van harmonium waarop iemand kon leren orgelspelen. Dat bracht de kerkenraad op een idee! Het instrument werd bij een ouderling in huis gezet en een lid van de Gereformeerde Kerk van Barneveld gaf geheel belangeloos orgelles aan enkele leden van de kerk van Renswoude, onder wie  twee  jonge meisjes.

De kerkenraad hield ondertussen de aanbiedingen van kerkorgels in de gaten. En dat had in 1911 succes, toen voor de prijs van fl. 150 ‘een Frans orgel met dubbele registers’ werd aangeschaft. De ‘orgelstudenten’, die intussen enkele maanden orgelles gehad hadden, werden uitgenodigd op zondag te komen spelen.

De jeugd.

In deze tijd bestond in Renswoude al een jongelingsvereniging, Eben Haëzer geheten, opgericht in 1910. Ook was er een meisjesvereniging met de naam Martha, maar deze  werd wegens gebrek aan belangstelling opgeheven.  In 1925 werd Martha opgevolgd door ’t Mosterdzaadje, al bleef het sappelen met betrekking tot het aantal leden.

Toch konden de jongelings- en de meisjesvereniging in 1935 een gezamenlijke jaarvergadering houden. Beide verengingen hadden iets te vieren: Eben Haëzer het vijfentwintigjarig bestaan en ’t Mosterdzaadje het tienjarig jubileum.  Eben Haëzer was in het bezit van een bibliotheekje waaruit de jongens en vast en zeker ook wel de meisjes boeken mochten lenen voor het maken van een ‘inleiding’. Elke week werd er een gehouden, over allerlei onderwerpen. De jongens bespraken voor de pauze inleidingen over een bijbels onderwerp en na de pauze werd de vaderlandsche geschiedenis omgespit, of werden maatschappelijke of politieke onderwerpen behandeld en bediscussieerd, terwijl ook de geloofsleer niet vergeten werd. De meisjes bespraken voor de pauze soortgelijke onderwerpen en na de pauze werd vaak genaaid voor de zending.

Voordat je als jongens of meisjes op de JV of MV kwam was je lid van de knapenvereniging of van de kleinemeisjesvereniging, waar ze opstellen maakten over allerlei onderwerpen. Later gingen de jongens en de meisjes samen vergaderen, maar daaraan kwam in de jaren ’60 van de vorige eeuw een eind wegens te weinig belangstelling.

Nadat jaren lang  de JV of de MV bezocht was kon men terecht op de Mannenvereniging, Voetius, of de Vrouwenvereniging.

De kerkdiensten.

Ds. D. Koffijberg (1844-1911) van Barneveld preekte regelmatig in Renswoude.

De kerk mocht nu dan weliswaar over een eenvoudig orgel beschikken, nog steeds had de kleine gemeente van Renswoude geen eigen predikant. Natuurlijk gingen in die tijd de achtereenvolgende consulenten geregeld voor, maar ook andere predikanten werden gevraagd een dienst te leiden. Zo kwam onder meer de volgende predikanten geregeld naar Renswoude: tussen 1891 en 1900 ds. D. Koffijberg (1844-1911) van Barneveld; tussen 1894 en 1919 ds. C. de Gooijer (1851-1919) van Bennekom;

Ds. C. de Gooijer (1851-1919) van Bennekom ging regelmatig in Renswoude voor.

tussen 1894 en 1913 ds. W. den Hengst (1859-1927) van Veenendaal, totdat hij in 1913 uit de Gereformeerde Kerken trad en overging naar de Christelijke Gereformeerde Kerk; tussen 1897 en zijn emeritaat in 1925 ds. A.M. Donner (1859-1937) van Amersfoort; tussen 1896 en 1927 ds. H. Teerink (1865-1932) van Amersfoort; tussen 1897 en 1904 ds. O. Los (1842-1909) van Scherpenzeel; en tussen 1901 en 1911 ds. J. Gispen (1874-1935) van Barneveld. Voor elk wat wils.

Ds. J. Gispen (1874-1935) van Barneveld met zijn gezin. Hij ging tussen 1901 en 1911 geregeld in Renswoude voor.

En anders waren er zoals gezegd altijd nog de consulenten van Renswoude, die ook de catechisaties voor hun rekening namen. Ze hadden uiteraard ook de leiding bij de verkiezing van ambtsdragers en bij andere belangrijke gebeurtenissen in de gemeente. Zo werd in 1922 bijvoorbeeld de derde ouderling in het ambt bevestigd, omdat de gemeente, zij het vooralsnog mondjesmaat, groeide. Het werd daarom zo langzamerhand ook hoog tijd om te proberen een eigen predikant te benoemen. Met het oog daarop werd al enige tijd gesproken over de bouw van een pastorie. Dat was de reden dat in 1927 enkele leden van de Jongelingsvereniging aan de kerkenraad toestemming vroegen een tweetal collectebussen bij de ingang van de kerk te hangen, waarvan de opbrengst voor ‘het pastoriefonds’ zou zijn.

Om geld te besparen – met als doel het pastoriefonds des te sneller te kunnen aanvullen – besloot de kerkenraad in 1930 vaker een ouderling te laten ‘preeklezen’, in plaats van een dominee te vragen voor te gaan; predikanten moesten immers een vergoeding hebben. Kennelijk brachten de maatregelen voor het pastoriefonds een veelbelovend bedrag op, want de aanbesteding van de predikantswoning werd al in 1932 gehouden. Om de financiën voor de pastoriebouw rond te krijgen had  de kerkenraad voor fl. 116 wilgenbomen verkocht aan een klompenmaker in het dorp. Ook de grond waarop het destijds gekochte ‘huisje naast de kerk’ stond werd verkocht en het woninkje werd afgebroken. De grond werd voor fl. 1.500 aan de schoolvereniging overgedaan en van dat geld werd de grond voor de pastorie aan de overkant van de Dorpsstraat gekocht. De ruime pastorie kwam was nog hetzelfde jaar klaar!

Hulppredikanten (1933-1946).

Ds. J. van den Berg (1869-1943).

En in een pastorie hoort een predikant. Dat was dus de volgende kerkenraadsactie. Een emeritus-predikant kostte minder dan een ‘gewone’ dominee, dus daar begon men mee en dat kostte trouwens al geld genoeg: fl. 850 per jaar met vrij wonen. In 1933 verwelkomde gereformeerd Renswoude zijn eerste hulppredikant, ds. J. van den Berg (1869-1943) van Capelle aan den IJssel. Op 4 april 1933 deed hij intrede en hij was tot augustus 1940 aan de kerk van Renswoude verbonden. Hij werd trouwens ook ouderling.

De nieuwe pastorie aan de Dorpsstraat werd voor het eerst bewoond door ds. J. van den Berg (1869-1943).

De predikant kon goed met de jeugd overweg. De catechisaties werden in de studeerkamer van de pastorie gegeven en geregeld werden sjoelavonden gehouden of werd bij orgel of piano samen gezongen.

In  1934 werd de preekstoel aangepast; er werd een platvorm van gemaakt, zodat de predikant niet ‘als een bloem uit de houten broek stak’. In 1936 kwam de volgende verandering: voor fl. 90 werd een iets beter orgel in de kerk geplaatst, terwijl men ook nog een tientje terugkreeg voor het oude instrument.

Ds. W.P.J. Zwerver (1910-1991).

Ds. Van den Berg nam na zeven jaar afscheid in augustus 1940 afscheid. Zijn opvolger  was kandidaat W.P.J. Zwerver (1910-1991), hulppredikant te Kommerzijl (Gr.), die van 1940 tot 1942 in Renswoude hulppredikant was. Hij was een van de velen die in die tijd geen beroep kreeg omdat er een overschot aan predikanten was en veel kerken door de crisisjaren trouwens ook geen predikant konden betalen. Hij vond onderdak bij een van de kerkenraadsleden, zodat de pastorie tegenover de kerk verhuurd kon worden. Kandidaat Zwerver vond het echter niet meevallen om als jongeman in de kerk van Renswoude te werken. Hij nam in september 1942 afscheid en vertrok naar de kerk van Zuidhorn.

Ds. D. Pol (1877-1958).

In juli 1942 had de kerkenraad contact met ds. D. Pol (1877-1958) van Rijsoord, die in 1942 met emeritaat ging. Als emeritus wilde hij in Renswoude nog wel hulpdiensten verrichten, en zo deed hij op 1 november 1942 intrede. Hij ging wel in de pastorie wonen, maar moest de predikantswoning delen met een ander gezin in verband met de oorlogsomstandigheden. Op 1 november 1944 nam hij afscheid.

Ds. J. Boer (1890-1969).

Ds. J. Boer (1890-1969) van Bennekom was in verband met de evacuatie van dat dorp in Renswoude terecht gekomen en vulde zodoende als hulppredikant de vacante plaats van ds. Pol op. Dat was van begin februari 1945 tot eind mei dat jaar. Na diens vertrek werd ds. J.C. Jonkers (1902-1983) van Scherpenzeel consulent van Renswoude.

De eerste ‘eigen’ predikant: ds. D.G. Molenaar (van 1946 tot 1961).

Ds. Jonkers had als consulent uiteraard ook de leiding bij het uitbrengen van een beroep op de eerste eigen predikant van de kerk van Renswoude. Weliswaar waren sinds 1933 predikanten aan de kerk van Renswoude verbonden geweest, maar dat waren predikanten die hulpdiensten verrichtten. Uit een tweetal werd nu kandidaat D.G. Molenaar (1911-1961) uit Heusden beroepen, die daar hulppredikant was. Hij nam het beroep aan en deed op 31 maart 1946 intrede. Hij was vijftien jaar aan de kerk van Renswoude verbonden.

Ds. D.G. Molenaar (1911-1961).

Tijdens zijn ambtsperiode werd na de Tweede Wereldoorlog in 1948 een nieuw (tweedehands) orgel in de kerk geplaatst, omdat het vorige instrument het in de oorlog had begeven. Het nieuwe orgel kwam in 1953 goed van pas, toen de kerk van Renswoude haar honderdjarig bestaan vierde. De herdenkingsbijeenkomst werd geopend met het zingen van psalm 146 vers 1 en 5 en ds. Molenaar beschreef tijdens die bijeenkomst op 29 juni de geschiedenis van de kerk. “In mijn overzicht van de geschiedenis van onze gemeente heb ik er op gewezen hoe trouw onze vaderen zijn geweest. Ze hadden heel veel over voor de kerk en hebben tegenover tegenstand en vijandschap vastgehouden aan de waarheid van Gods Woord. Er is een langzame groei geweest en het doel – een eigen Dienaar des Woords – wat reeds zo lang het doel was geweest, werd tenslotte bereikt”.

Op 1 januari 1953 werd de Nieuwe Bijbel Vertaling van het Nederlands Bijbel Genootschap in de kerkdienst ingevoerd. En in hetzelfde jaar besloot de kerkenraad – na het positieve advies dat de generale synode daarover had uitgesproken – ‘ook de zusters der gemeente stemrecht te verlenen bij het verkiezen van ambtsdragers’. Er veranderde nog meer: per 1 september 1958 werd de bekende gezangenbundel ‘119 gezangen’ in gebruik genomen.

Er was ook een blauwe editie met slappe omslag.

Het jaar daarvóór was een nieuwe kerkenraadskamer bij de kerk gebouwd, waarvoor  veel gemeenteleden vrijwilligerswerk verrichtten. Om de kerkkas te spekken werd enkele jaren later besloten dat gemeenteleden deze consistorie konden huren voor andersoortige bijeenkomsten. Het orgelfonds behoorde intussen tot het verleden en besloten werd dat de opbrengst van de daarvoor bestemde collecten in het vervolg besteed zullen worden aan restauratie van het interieur van de kerk.

Op 16 november 1961 overleed ds. Molenaar onverwacht. Collega ds. J. Bonda (1918-1997) schreef in het In Memoriam het volgende: Ds. Molenaar “zocht voortdurend contact met mensen, van wie hij vermoedde dat ze evenals hij bezig waren zich te bezinnen op de belofte van de Heilige Geest. Zo leerden we elkaar kennen. De eerste ontmoeting gaf niet het idee van een indrukwekkend mens. Wat aarzelend in zijn optreden. Maar hij bleek van ongewone vasthoudendheid. ‘De volle Bijbelse belofte voor de gemeente hebben wij nog niet’. Daarvan liet hij zich niet afbrengen, en telkens weer nam hij contact op, wanneer deze gedachte door de vele bezigheden dreigde te vervagen”.

De steen op het graf van ds. Molenaar (foto: Online-Begraafplaatsen).

“Hij schreef een (gestencild) boekje, een verzameling van getuigenissen van gelovigen uit alle landen waarin ze spraken van rijke ervaringen door de Heilige Geest. Hij wees daarin ook op wat dr. A. Kuyper (1837-1920) beschrijft in ‘Nabij God te zijn’. Met name inspireerde Andrew Murray [1828-1917] hem. [Murray was op twintigjarige leeftijd in Zuid-Afrika aangesteld als predikant in de Nederduits Gereformeerde Kerk. ‘Na een aangrijpende ervaring waarbij hij naar eigen aangeven op Goddelijke wijze genezen werd van een ernstige keelziekte en vervuld werd met de Heilige Geest, begonnen er tal van boeken uit zijn pen te vloeien’].

Molenaars “speurtochten naar geïnteresseerden leidden tot verschillende discussiekringen van predikanten op verschillende plaatsen in het land. Lang niet overal ontmoette hij blijvende belangstelling. Tenslotte kwam het tot een blijvende kring, eerst in Den Haag, toen in Utrecht, die én voor hemzelf én voor anderen tot een verrassende zegen werd. ‘Wanneer God een verlangen in je hart legt, zal Hij dat ook zeker vervullen’ was een woord, dat hij vaak aanhaalde. Dit werd hij hem bewaarheid. In het jaar voor zijn dood getuigde hij ontroerd van een krachtige en heerlijke ervaring van de aanwezigheid van de Heilige Geest in zijn leven”.

Ds. Molenaar werd op 20 november begraven op het kerkhof aan de Oude Holleweg te Renswoude.

Ds. B. Slingenberg (van 1962 tot 1967).

Ds. B. Slingenberg (1908-1975).

In januari 1962 werd onder leiding van de consulent, ds. P.W. van der Veen (1907-1997) uit Scherpenzeel, bij acclamatie een beroep uitgebracht op ds. B. Slingenberg (1908-1975) uit Ede. Hij kwam in deeltijd naar Renswoude omdat hij ook als godsdienstleraar aan o.a. de Chr. Kweekschool in Ede werkzaam bleef. Zijn broer, ds. J.W. Slingenberg (1914-1977) van Oosterbeek, bevestigde hem op 1 juli 1962 in het ambt, waarna de predikant in de avonddienst intrede deed.

De kerk gerenoveerd en vergroot (1963).

De kerk gerenoveerd en vergroot…

Al voor de komst van ds. Slingenberg werd geregeld gesproken over een ingrijpende verbouwing van de kerk. Toen de plannen eenmaal  goedgekeurd waren kerkte de gemeente vanaf juni tot en met oktober 1963 in eierpakhuis aan de Barneveldsestraat, eigenaar P(leun) Vermeulen (deze was ook jarenlang koster van de kerk). De kerk werd volledig gerenoveerd, voorzien van nieuwe banken, nieuwe verlichting en een nieuwe verwarmingsinstallatie. Op 31 oktober ’63 werd de kerk met een bijzondere dienst weer in gebruik genomen. De intochtspsalm was psalm 150 vers 1 en 3 en de tekst voor de preek was uit Ezechiël 48 vers 35: ‘De Heere is aldaar’.

Ds. Slingenberg nam op 19 november 1967 afscheid van Renswoude en vertrok naar de kerk van Brielle.

Ds. J.C. Jonkers (van 1968 tot 1971).

Ds. J.C. Jonkers (1902-1983).

In de Tweede Wereldoorlog  was ds. J.C. Jonkers (1902-1983) van Scherpenzeel consulent van Renswoude geweest; men kende hem dus en zodoende werd hij in 1968 – toen predikant in Delft  – door de kerk van Renswoude beroepen. Hij deed op 3 maart 1968 intrede na bevestigd te zijn door ds. P. van Strien (1902-1980) uit Delft. Ds. Jonkers was voorstander van de oecumene en dat was duidelijk merkbaar aan zijn activiteiten in de 3 ½ jaar dat hij in Renswoude stond.

Tijdens zijn ambtsperiode werd de interkerkelijke zaterdagavondzang opgericht, waar hij zelf ook vaak aanwezig was als voorbereiding op de zondag. Op zijn initiatief werd de gereformeerde kerk ter beschikking gesteld van de Rooms-Katholieke parochie voor het houden van hun kerkdiensten.

Overigens werden tijdens zijn predikantschap in Renswoude de eerste twee vrouwelijke diakenen in het ambt bevestigd. Bij zijn afscheid op 5 september 1971 zei hij onder meer tegen de kerkenraadsleden: “U hebt veel geduld met mij gehad. Ik ben een wonderlijke man, maar het geduld was wederzijds. Ik wens u toe de wijsheid van boven, inzicht in de eisen van deze tijd, een vaste hand, trouw en zwijgzaamheid”.

Ds. Joh. Verhave (van 1973 tot 1978).

Ds. Joh. Verhave (1908-1987).

De vacante periode was ditmaal wat langer dan normaal. Consulent ds. J.P. Bos van Scherpenzeel verzorgde  de catechisaties en op de zondag stonden vaak weer andere predikanten op de kansel. Tot men ds. Joh. Verhave (1908-1987) van Wildervank, die pas met emeritaat gegaan was, vroeg om als hulppredikant naar Renswoude te komen. Het beroep nam hij aan, zij het dat hij en zijn vrouw de pastorie aan de Dorpsstraat te groot vonden. Daarom werd de predikantswoning in 1973 verkocht, wat overigens bij sommige oudere gemeenteleden gevoelens van spijt opriep; hadden zij destijds immers niet het geld voor de bouw van de grote pastorie bijeengebracht? En werd de predikantswoning naar hun idee niet veel te goedkoop van de hand gedaan?

Hoe dan ook, de nieuwe pastorie aan de Duist van Voorhoutweg werd door het echtpaar betrokken, terwijl de predikant op 8 april 1973 intrede deed. Ds. J.A. Gravestein (1902-1999) van Putten had hem daaraan voorafgaande in het ambt bevestigd. De tekst van de intreepreek was Johannes 19 vers 18: ‘Jezus in het midden’.

Tijdens zijn predikantschap werd op 6 januari 1974 in Renswoude het nieuwe interkerkelijke Liedboek voor de Kerken ingevoerd. Op zijn initiatief werd een gelegenheidskoortje gevormd dat hielp bij het oefenen van moeilijke melodieën.

Ds. T. Spilker (van 1978 tot 1990).

Ds. T. Spilker (1921-1990).

De ambtsperiodes van ds. Verhave en zijn opvolger, ds. T. Spilker (1921-1990) uit Leusden, overlapten elkaar enigszins. Ds. Spilker had zijn diensttijd als legerpredikant beëindigd en was bereid in Renswoude predikant te worden. Hij begon met zijn werk al op 11 oktober 1977 met het geven van catechisaties, terwijl hij officieel pas per 1 januari 1978 benoemd was. Ds. Verhave nam in die tijd de preekbeurten nog voor zijn rekening.

Ds. Spilker (links) als legerpredikant.

Een nieuwe kerkzaal (1981).

In al de voorgaande jaren was de kerk van Renswoude langzaam maar zeker gegroeid. Daarom achtte men het in 1978 tijd te worden om een nieuwe en grotere kerk te bouwen. In 1979 werd dus een bouwcommissie benoemd die plannen voor de nieuwbouw maakte.

De in 1981 in gebruik genomen nieuwe kerkzaal (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Besloten werd achter de kerk aan de Dorpsstraat een nieuwe kerk te bouwen, gelegen aan de Kastanjelaan. Na alle voorbereidingen en de bouw van de nieuwe kerk, voor een deel verricht door eigen gemeenteleden, kon de nieuwe kerkzaal op woensdag 21 oktober 1981 in gebruik genomen worden. Het oude kerkje bleef in gebruik voor gemeentevergaderingen, voor de kinderoppas tijdens de kerkdiensten en voor het gezamenlijk koffiedrinken na de dienst. De naam van het tot verenigingsgebouw omgevormde kerkje werd ‘De Voorhof’. De zaal kan overigens ook voor niet-kerkelijke doeleinden gehuurd worden.

Tot slot.

Het gereformeerd kerkelijk complex in Renswoude gezien vanaf de Kastanjelaan.

Verscheidene predikanten dienden na het vertrek van ds. Spilker de Gereformeerde Kerk van Renswoude. Op zondag 29 juni 2003 werd het honderdvijftigjarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Renswoude herdacht ter gelegenheid waarvan in De Voorhof een tentoonstelling werd ingericht.

Het kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk te Renswoude en Ederveen – zoals de officiële naam sinds enkele jaren luidt – doet nog steeds als zodanig dienst.

Ledental van de Gereformeerde Kerk te Renswoude.

De ledentallen van de Gereformeerde Kerk te Renswoude( -Ederveen) tussen 1896 en 2016.

Bronnen onder meer:

Jaarboeken ten dienste van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

S. Laansma, Geschiedenis van de Nederlands Hervormde Kerk van Renswoude. Zutphen, 1980

C. Smits, De Afscheiding van 1834, Vierde deel, Provincie Utrecht. Dordrecht, 1980

A. Vermeulen-Esser, De kleine kerk van Renswoude. Vertellingen over het ontstaan en de jaren die daarop volgden van de Gereformeerde Kerk van Renswoude. 1853-1978. Renswoude, 1978

© 2019. GereformeerdeKerken.info