Ds. N. Schelhaas (van 1963 tot 1967).
( < Naar deel 2 – Bakc to Part 2 ) – Zijn opvolger was kandidaat N. Schelhaas (1936-2011). Op 17 februari 1963 deed hij intrede na op dezelfde dag bevestigd te zijn. Hij en zijn echtgenote waren de eersten die de nieuwe pastorie aan de Goldhoorn betrokken, naast de kerk. Het gebouw was het jaar daarvoor aangekocht.

In zijn ambtsperiode viel ook het 75-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk van Oostwold. Ter gelegenheid daarvan werd een door hem samengesteld historisch overzicht gepubliceerd.
In oktober 1963 werd besloten het verenigingsgebouw bij de kerk te verbouwen, wat ruim fl. 33.000 kostte. Daarvoor werd een lening van fl. 32.000 aangegaan. De oude pastorie werd verkocht voor afbraak, waarvoor fl. 1.500 werd ontvangen. Het vernieuwde en vergrote verenigingsgehouw werd in september 1964 feestelijk in gebruik genomen. De naam: ‘Ons Gebouw’.

De predikant nam op 16 april 1967 afscheid en vertrok naar de kerk van Lochem.
Ds. K. Dijk (van 1967 tot 1973).
Nog hetzelfde jaar werd hij opgevolgd door kandidaat K. Dijk (*1939). Deze werd op 19 november 1967 bevestigd en deed dezelfde zondag zijn intrede.
Aanvankelijk was het de gewoonte geweest de zitplaatsen in de kerk te verdelen. Omdat het aantal kerkgangers in de loop van de jaren achteruit gegaan was, achtte men dat niet meer nodig en werden alle plaatsen vrij gegeven.
In 1969 werd de eerste gezamenlijke kerkenraadsvergadering met de hervormden gehouden. Verscheidene onderwerpen kwamen aan de orde: kon men het evangelisatiewerk misschien samen doen? Kon men af en toe de eigen predikant laten voorgaan in de andere kerk? Zouden er misschien zelfs wel gezamenlijke kerkdiensten gehouden kunnen worden?

In 1970 besloot de kerkenraad de nieuwe psalmberijming (het Liedboek voor de Kerken) in te voeren, hoewel enkele ouderen er hun twijfels bij hadden. Dat jaar werd ook de eerste vrouwelijke ambtsdrager voorgedragen. Maar juist deze dame was tegen ‘de vrouw in het ambt’, en bedankte dus voor de benoeming; haar zus werd in 1973 de eerste vrouwelijke ouderling, waarmee ook in Oostwold ‘de vrouw in het ambt’ een feit was.
Ds. Dijk nam op 18 maart 1973 afscheid en vertrok naar de kerk van Haren.
Vacaturetijd (in 1973 en 1974).
In de vacaturetijd besloot de kerkenraad het al genoemde, inmiddels gepubliceerde nieuwe interkerkelijke ‘Liedboek voor de Kerken’ in te voeren, waar niet iedereen op zat te wachten. Nu werden echter spijkers met koppen geslagen, waar men in 1970 nog niet aan toe was.
Ook in de vacaturetijd werd besloten dat de volgende pastoriebewoners zelf de brandstof moesten betalen. Voorheen kwam dat voor rekening van de kerk. Maar de oliecrisis kwam, de benzine ging op de bon. Dat had ook consequenties voor het vervoer van de consulent, ds. Van Andel van Nieuwe Pekela. Door benzinebonnen voor dat doel ter beschikking te stellen regelden beide kerken dat de consulent zo nu en dan in Oostwold kon voorgaan.

Verder werd in april 1974 besloten voor fl. 10.000 een woning bij de kerk te kopen. Deze werd afgebroken en het terrein werd ingericht als parkeerplaats voor de kerk.
Ds. B. van Dijken (van 1974 tot 1978).
Ds. B. van Dijken (1948-2009) werd 29 september 1974 in het ambt bevestigd en deed diezelfde zondag ook intrede.
Voor het eerst werden zgn. ‘contactdames’ bij het gemeentewerk betrokken. Een achttal vrijwilligers nam het bezoekwerk aan zieken, ouderen en jarigen e.d. op zich. Ze werden ingedeeld bij de verschillende wijkdiakenen, zodat ze elk met een diaken samenwerkten. Voor wat de ouderen betreft schafte de kerkenraad een geluidsinstallatie aan, omdat sommige oudere gemeenteleden de voorgangers niet goed konden verstaan.

Intussen was ook een zeskoppige commissie ‘Samen op Weg’ opgericht, voor overleg met de kerkenraad van de hervormde gemeente; de commissie werd bemenst door drie leden van elke kerk. In mei 1978 hield de commissie zijn eerste vergadering. Kennelijk liep het na verloop van tijd minder goed dan men had gehoopt. In 1983 vroeg de hervormde kerkenraad namelijk om de opheffing van de commissie. “De broeders wilden verschillende zaken voorlopig liever even laten rusten”.

Ds. Van Dijken had inmiddels op 10 september 1978 afscheid genomen en was vertrokken naar de Gereformeerde Kerk te Rotterdam. Hij werd daar aangesteld als missionair predikant voor een oude stadswijk.
Een vier jaar lange vacature (van 1978 tot 1982).
De zondagse erediensten werden mede door de classispredikanten vervuld; ook kwamen meerdere oud-predikanten langs om in diensten voor te gaan. Diverse gemeenteleden stonden de kerkenraad bij met het vele werk dat in de vacaturetijd anders zou zijn blijven liggen. De pastorie werd bijvoorbeeld opgeknapt en ook werd in 1980 besloten een eigen kerkblad op te richten, ‘Kerkklanken’ genaamd, geheel verzorgd voor vrijwilligers.
Het orgel.
Het orgel uit 1946 werkte niet meer naar behoren. Vandaar dat al enkele jaren gesproken werd over reparatie van het instrument. De orgelfirma Reil uit Heerde, die het orgel destijds geplaatst had, adviseerde geen geld meer aan herstel te besteden. De kosten voor een nieuw orgel bedroegen echter rond de fl. 175.000, wat voor de gemeente te veel was. Vandaar dat – gewapend met adviezen van de fa. Reil – een aantal vrijwilligers aan de slag ging met – toch – het herstel van het orgel. Op 27 juli 1982 begon men met de demontage van het instrument. Houtwerk en meerdere onderdelen werden vernieuwd en uiteindelijk was er ’een nieuw orgel uit het stof herrezen’.

Op 30 oktober 1982 kon het instrument weer in gebruik genomen worden. En op de dag erna werd het welluidende orgel door de orgelcommissie officieel overgedragen aan de kerkenraad. De kosten hadden al met al fl.16.000 bedragen.
Ds. Van Dijken vroeg zich later af of het Samen op Wegproces (van Gereformeerde Kerk en Hervormde Gemeente) niet teveel een zaak van de beide predikanten was geweest en te weinig van de beide gemeenten. “Het lijkt er op dat we deze afkorting [SoW] steeds meer moeten uitspreken als ‘sof’, ook in Oostwold”.
Ds. E. Baljet (van 1982 tot 1987).
Kort daarvoor was de nieuwe predikant aangetreden in de persoon van kandidaat E. Baljet (*1953) uit Zaandam. Op 19 september 1982 deed hij intrede. Omdat de financiële toestand van de gemeente inmiddels zodanig geworden was dat geen volledig predikantssalaris meer betaald kon worden, werd in overleg met de Classicale en Provinciale Deputaten voor Evangelisatie afgesproken dat de nieuwe predikant voor een gedeelte van de werktijd bij ’t Schienvat in Finsterwolde zou gaan werken. Omdat uit veel gesprekken met eventueel te beroepen predikanten bleek dat velen zich niet geschikt achtten voor het werk in ‘t Schienvat duurde de vacatureperiode langer dan voorzien. Ds. Baljet had voor dit werk echter wel belangstelling. Dat was een van de redenen dat hij beroepen werd.

De jeugd was nog steeds actief. In 1983 hielden de jongelui een bazaar voor de aanschaf van geluidsapparatuur, een draaitafel, enz. De opbrengst was fl. 1.700, zodat de plannen verwezenlijkt konden worden.
De gebouwen.
Ook de gebouwen bleken onderhoud nodig te hebben. Het pleisterwerk van de muren in de kerk moest nodig worden hersteld, waarvoor een aantal vrijwilligers uit de gemeente zich opgaf. Een aantal vrouwelijke gemeenteleden ging aan de slag met het naaien van nieuwe gordijnen voor het kerkgebouw. Jongelui maakten zich verdienstelijk door het interieur van ‘Ons Gebouw’ op te knappen en te moderniseren.

Kerkelijk leven.
Net als elders in ons land stonden in de Gereformeerde Kerk van Oostwold in deze tijd zowel kerkelijke als maatschappelijke onderwerpen in de belangstelling. Een kerkelijk onderwerp was bijvoorbeeld de vraag hoe het met de ’tweede kerkdienst’ verder moest (de kerkgang verminderde, vooral in de middagdienst). Later, in november 1987, werd over de tweede dienst een enquête gehouden, waaruit bleek dat de meerderheid van de gemeenteleden wilde dat de tweede dienst gewoon bleef doorgaan. Een tweede vraag was of kinderen aan het Avondmaal konden gaan.
Maatschappelijke onderwerpen waren onder meer de kwestie van oorlog en vrede, de toelaatbaarheid van burgerlijke ongehoorzaamheid, enz. Daarover verschilden de meningen nogal eens, zodat de kerkenraad erop aandrong ondanks alle verschillen goed naar elkaar te luisteren en elkaar niet direct een bepaalde stempel op te drukken.
Ds. Baljet nam op 1 maart 1987 afscheid van de kerk van Oostwold en vertrok naar de kerk van Beverwijk. Het beroepingswerk werd weer ter hand genomen.
Twee herdenkingen.

Ondertussen bestond het gebouw ‘t Schienvat in Finsterwolde in 1985 vijftig jaar. In verband daarmee werd een gedenkboekje gepubliceerd. Daarin is duidelijk te lezen hoeveel inspanning deze arbeid in de voorgaande halve eeuw kostte. Bovendien werd dit jubileum op 23 juli dat jaar feestelijk gevierd in aanwezigheid van oud-predikanten, (oud-) medewerkers en gemeenteleden.
Ook de Gereformeerde Kerk van Oostwold vierde een jubileum: de kerk herdacht in 1988 namelijk haar honderdjarig bestaan! Ter gelegenheid daarvan werd een gedenkboek uitgegeven: het eerste gedeelte was de tekst die ds. N. Schelhaas bij het vijfenzeventigjarig jubileum had samengesteld, terwijl de vijfentwintig daarop volgende jaren beschreven werden door K. Smit.
Men kwam ook op het idee om ter gelegenheid van dit jubileum de banken in de kerk opnieuw in de verf te zetten, zodat de kerk ‘weer als nieuw’ was.

En verder enkele korte opmerkingen…
– De Gereformeerde Kerk te Oostwold werd na het vertrek van ds. Baljet door de volgende predikanten gediend: van 1989 tot 1992 ds. B.L. van der Woude (*1958); van 1994 tot 1997 door ds. A.C. van Voorst (*1966) en van 1999 tot 2006 door ds. G.W. van der Werff (*1962). Deze predikanten werkten – in overleg met de classicale en provinciale Deputaten voor Evangelisatie – deels ook in de Evangelisatiearbeid in Finsterwolde. De kosten werden dan verdeeld over de kerk, de classis en de Particuliere Synode.

– Het houten evangelisatiekerkje ’t Schienvat in Finsterwolde brandde op 2 januari 1997 af door kortsluiting. Het nieuwe stenen gebouw, dat op dezelfde locatie aan de Westbaan werd teruggebouwd om te dienen als jongerencentrum en sociaal-cultureel werk, werd in het jaar 2000 geopend.
– Op 5 november 2001 werd het kerkgebouw van de Gereformeerde Kerk in Oostwold aangewezen als ‘rijksmonument’, onder meer omdat de kerk elementen bezat die behoren tot de architectuur van de zgn. Amsterdamse School.
– Bij de landelijke kerkfusie van De Gereformeerde Kerken in Nederland, de Nederlandse Hervormde kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden, in 2004, ging ook de Gereformeerde kerk op in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en ontstond in en rond Oostwold de Protestantse Gemeente Nieuwolda-Oostwold. Het voormalig gereformeerde kerkgebouw aan de Goldhoorn werd het centrale kerkgebouw.

– Op 21 november 2017 werd in de Gereformeerde Kerk van Oostwold postuum de Yad Vashem-onderscheiding uitgereikt aan oud-predikant ds. Krijger en zijn vrouw. De reden van de uitreiking van de onderscheiding was ‘dat zij met gevaar voor eigen leven, gedurende de Holocaust in Europa, vervolgde Joden hebben gered […]”.
Terugblik.
Terugkijkend laat de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Oostwold zien hoe een kleine gemeente, in 1888 ontstaan vanuit de Doleantie, zich in de loop van ruim een eeuw ontwikkelde tot een vaste waarde in het kerkelijke en maatschappelijke leven van het dorp en de omgeving. Er waren perioden van groei en bloei, maar ook tijden van verandering, krimp en nieuwe keuzes. Opvallend is de voortdurende betrokkenheid bij het evangelisatiewerk in Finsterwolde, dat generaties lang een belangrijk onderdeel van het gemeentewerk vormde (elders op deze website wordt uitvoerig verteld over (de laatste jaren van) het Evangelisatiewerk in Finsterwolde).

Hoewel de kerk in 2004 opging in de Protestantse Kerk in Nederland, bleef veel van haar geschiedenis zichtbaar. Het monumentale kerkgebouw aan de Goldhoorn herinnert nog altijd aan de Gereformeerde Kerk die hier jarenlang samenkwam en nog steeds voor de protestantse kerkdiensten gebruikt wordt. Daarmee leeft niet alleen een gebouw voort, maar ook het verhaal van mensen die zich met overtuiging hebben ingezet voor hun kerk en hun omgeving.
Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Oostwold (Old.)

Bronnen onder meer:
De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. Kampen, div. Jrg.
A. de Goojer, Het kerkgebouw van De Gereformeerde Kerk van Oostwold. Oostwold, 2005
De Heraut voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. jrg.
E.J. Jager, De Doleantie op het Groninger platteland (1887-1892). g.p. [Groningen], g.j.
Jubileumboek Kluphuis ‘t Schienvat, 1935-1985. Z.p. [Oostwold], z.j. [1985]
G.J. Kok, Een geheel bijzonder arbeidsveld. De evangelisatiearbeid der Particuliere Synode Groningen van de Gereformeerde Kerken in Nederland (1878-2004). Groningen, 2010.
N. Schelhaas en K. Smit, 100 jaar Gereformeerde Kerk Oostwold (Old.), Oostwold, 1988
© 2026. GereformeerdeKerken.info.
Translation into English:
The ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold (Old.).
Rev. N. Schelhaas (1963–1967).
( < Back to Part 2 ) – His successor was candidate N. Schelhaas (1936–2011). On 17 February 1963, he was ordained and installed on the same day. He and his wife were the first occupants of the new manse on Goldhoorn, next to the church. The building had been purchased the previous year.
During his ministry, the 75th anniversary of the ‘Gereformeerde’Church of Oostwold was celebrated. To mark the occasion, a historical overview compiled by Rev. Schelhaas was published.
In October 1963 it was decided to renovate the church hall adjoining the church, at a cost of more than 33,000 guilders. A loan of 32,000 guilders was taken out to finance the project. The old manse was sold for demolition, bringing in 1,500 guilders. The renovated and enlarged church hall was officially reopened in September 1964 under the name “Ons Gebouw” (“Our Building”).
Rev. Schelhaas preached his farewell sermon on 16 April 1967 and accepted a call to the ‘Gereformeerde’ Church of Lochem.
Rev. K. Dijk (1967–1973).
Later that same year he was succeeded by candidate K. Dijk (born 1939). He was ordained on 19 November 1967 and was installed during the same Sunday service.
Previously it had been customary for church seating to be assigned. Since church attendance had gradually declined over the years, this was no longer considered necessary, and all seats were made freely available.
In 1969, the first joint meeting of the ‘Gereformeerde’ and ‘Hervormde’ church councils took place. Several topics were discussed: could evangelism perhaps be carried out jointly? Could each congregation’s minister occasionally preach in the other church? Might it even become possible to hold joint worship services?
In 1970, the church council decided to introduce the new metrical version of the Psalms contained in the Liedboek voor de Kerken (“Hymnal for the Churches”), although a number of older members had reservations about it.
That same year, the first female office-bearer was nominated. Ironically, she herself opposed the idea of women serving in church office and therefore declined the appointment. Her sister became the congregation’s first female elder in 1973, making the acceptance of women in church office a reality in Oostwold as well.
Rev. Dijk preached his farewell sermon on 18 March 1973 and accepted a call to the church in Haren.
Vacancy Period (1973–1974).
During the vacancy, the church council decided to introduce the newly published interdenominational Liedboek voor de Kerken, even though not everyone welcomed the change. This time, the decision was carried through decisively, whereas in 1970 the council had not yet been prepared to do so.
It was also decided that future occupants of the manse would have to pay for their own heating fuel. Previously these costs had been covered by the church. However, the oil crisis struck, and gasoline was rationed. This also affected the travel of the interim minister, Rev. Van Andel from Nieuwe Pekela. By providing him with gasoline coupons, both churches ensured that he could continue to lead services in Oostwold from time to time.
In April 1974, it was decided to purchase a house near the church for 10,000 guilders. The house was demolished, and the site was converted into a parking area for the church.
Rev. B. van Dijken (1974–1978).
Rev. B. van Dijken (1948–2009) was ordained on 29 September 1974 and was installed later that same Sunday.
For the first time, so-called “contact ladies” became involved in congregational care. Eight volunteers undertook visits to the sick, the elderly, birthdays, and other pastoral contacts. They were assigned to the various district deacons so that each volunteer worked together with a deacon.
For the benefit of elderly members, the church council also purchased a sound system because some older worshippers had difficulty hearing the ministers during services.
Meanwhile, a six-member “Samen op Weg” (“Together on the Way”) committee had been established for consultation with the council of the ‘Hervormde’ congregation. The committee consisted of three members from each church and held its first meeting in May 1978. Apparently, progress proved less successful than had been hoped. In 1983, the ‘Hervormde’ church council requested that the committee be dissolved, explaining that “the brothers preferred to let various matters rest for the time being.”
Rev. Van Dijken preached his farewell sermon on 10 September 1978 and departed for the ‘Gereformeerde’ Church in Rotterdam, where he became a missionary minister serving an older inner-city neighborhood.
A Four-Year Vacancy (1978–1982).
Sunday worship services were supplied in part by ministers from the classis, while several retired ministers also came to lead services. Numerous congregation members assisted the church council with work that otherwise would have remained undone during the vacancy.
For example, the manse was renovated, and in 1980 it was decided to establish the congregation’s own church magazine, Kerkklanken (“Church Sounds”), produced entirely by volunteers.
The Organ.
The organ installed in 1946 was no longer functioning satisfactorily. Discussions about repairing it had therefore been ongoing for several years.
The organ-building firm Reil of Heerde, which had originally installed the instrument, advised against spending any more money on repairs. A replacement organ, however, would cost around 175,000 guilders, far beyond the congregation’s means.
Armed with advice from Reil, a group of volunteers nevertheless undertook the restoration themselves. On 27 July 1982, they began dismantling the instrument. The wooden framework and numerous components were replaced, and in the end, as it was said, “a new organ had risen from the dust.”
The restored instrument was brought back into use on 30 October 1982, and the following day the organ committee officially presented it to the church council. The total restoration cost amounted to 16,000 guilders.
Rev. Van Dijken later reflected that the Samen op Weg process between the ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Hervormde’ congregation may have become too much a matter for the two ministers and too little for the congregations themselves. “It seems that we increasingly have to pronounce this abbreviation as ‘sof’ (sluggish), even in Oostwold.”
Rev. E. Baljet (1982–1987).
Shortly before this, the new minister had arrived in the person of candidate E. Baljet (born 1953) from Zaandam. He was installed on 19 September 1982.
By then the congregation’s financial position had deteriorated to the point where it could no longer pay a full minister’s salary. In consultation with the Classical and Provincial Deputies for Evangelism, it was agreed that Rev. Baljet would spend part of his working time serving at ’t Schienvat in Finsterwolde.
Many ministers who had previously been considered for the position felt unsuited to the work at ’t Schienvat, which prolonged the vacancy more than expected. Rev. Baljet, however, was interested in this work, and that was one of the reasons he received the call.
The youth of the congregation remained active. In 1983, they organized a bazaar to raise money for sound equipment, a record player, and other items. The event raised 1,700 guilders, making the planned purchases possible.
The Buildings.
The church buildings also required maintenance. The plaster on the church walls needed repair, and several volunteers from the congregation offered to carry out the work.
A number of female members sewed new curtains for the church building, while young people helped renovate and modernize the interior of Ons Gebouw.
Church Life.
As elsewhere in the Netherlands, both ecclesiastical and social issues attracted considerable attention within the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold during this period.
One church-related issue concerned the future of the second Sunday service, as attendance—particularly at the afternoon service—had steadily declined. Later, in November 1987, a survey was conducted, which showed that the majority of church members wanted the second service to continue.
Another question was whether children should be admitted to the Lord’s Supper.
Among the social issues discussed were war and peace, the legitimacy of civil disobedience, and related subjects. Opinions often differed sharply, prompting the church council to urge members to listen carefully to one another and not immediately label those who held different views.
Rev. Baljet preached his farewell sermon on 1 March 1987 and accepted a call to the church in Beverwijk. The search for a new minister then resumed.
Two Anniversaries.
Meanwhile, the evangelism center ’t Schienvat in Finsterwolde celebrated its 50th anniversary in 1985. A commemorative booklet was published, clearly illustrating the enormous effort that this work had required over the previous half-century. The anniversary itself was celebrated festively on 23 July in the presence of former ministers, current and former staff members, and congregation members.
The ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold also celebrated an anniversary: in 1988, the congregation commemorated its 100th anniversary.
To mark the occasion, a commemorative book was published. The first section consisted of the historical overview that Rev. N. Schelhaas had compiled for the 75th anniversary, while the subsequent twenty-five years were described by K. Smit.
It was also decided that the church pews would be repainted for the centennial celebration so that the church would once again look “as good as new.”
A Few Additional Notes.
- After Rev. Baljet’s departure, the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold was served by the following ministers: Rev. B.L. van der Woude (born 1958), from 1989 to 1992; Rev. A.C. van Voorst (born 1966), from 1994 to 1997; and Rev. G.W. van der Werff (born 1962), from 1999 to 2006. In consultation with the Classical and Provincial Deputies for Evangelism, these ministers also devoted part of their work to evangelistic ministry in Finsterwolde. The costs were shared by the local church, the classis, and the Regional Synod.
- The wooden evangelism chapel ’t Schienvat in Finsterwolde was destroyed by fire on 2 January 1997 as a result of an electrical short circuit. A new brick building was erected on the same site along the Westbaan and opened in 2000 as a youth center and facility for social and cultural work.
- On 5 November 2001, the church building of the ‘Gereformeerde’ Church in Oostwold was designated a national monument, partly because it contains architectural features associated with the Amsterdam School style.
- Following the nationwide church merger in 2004, in which the ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands, the ‘Hervormde’ Church, and the Evangelical Lutheran Church in the Kingdom of the Netherlands united to form the Protestant Church in the Netherlands (PKN), the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold became part of the Protestant Congregation of Nieuwolda–Oostwold. The former ‘gereformeerde’ church building on Goldhoorn became the congregation’s central place of worship.
- On 21 November 2017, the Yad Vashem distinction was posthumously awarded in the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold to former minister Rev. Krijger and his wife. The award recognized that “at the risk of their own lives, during the Holocaust in Europe, they saved persecuted Jews […].”
Looking Back.
Looking back, the history of the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold shows how a small congregation, founded in 1888 as a result of the Doleantie, developed over the course of more than a century into a stable presence in both the religious and social life of the village and its surrounding area.
There were periods of growth and prosperity, but also times of change, decline, and difficult new choices. Particularly noteworthy is the congregation’s enduring commitment to the evangelism work in Finsterwolde, which for generations formed an important part of its ministry. Elsewhere on this website, the (final years of the) evangelism work in Finsterwolde are described in detail.
Although the congregation became part of the Protestant Church in the Netherlands in 2004, much of its history remains visible. The historic church building on Goldhoorn continues to remind visitors of the ‘Gereformeerde’ congregation that gathered there for many years—and whose successors still worship there today. In this way, not only has the building endured, but so too has the story of the people who devoted themselves with conviction to their church and to the community around them.