De Gereformeerde Kerk te Oostwold (Old.) – 2

Het nieuwe kerkgebouw.

( < Naar deel 1 – Back to Part 1 ) – De eerste gereformeerde kerk in Oostwold was – zoals we al schreven – in 1889 in gebruik genomen. Dit gebouw stond aan de Noorderstraat en droeg de naam “Pro Rege”. Door de groei van de gemeente werd een nieuw kerkgebouw gebouwd aan de Goldhoorn, naast de oude pastorie.

De oude gereformeerde kerk ‘Pro Rege’ te Oostwold, die in 1889 in gebruik genomen werd.

Op deze locatie kon een nieuwe kerk worden gebouwd die beter aansloot bij de omvang en betekenis van de gemeente. De bouw begon op 17 februari 1930.

De bouw van de nieuwe kerk in volle gang (1930). Foto: ‘Het kerkgebouw van de GK van Oostwold’.

De bouwcommissie koos voor het Groningse architectenbureau Van Wijk en Broos. Dit jonge bureau stond onder invloed van de gereformeerde architect Egbert Reitsma en was ook verwant aan het werk van de bekende gereformeerde kerkenbouwer B.T. Boeyinga. De kerk werd in 1930 voltooid tegen een bouwsom van ongeveer 17.500 gulden.

De nieuwe gereformeerde kerk te Oostwold. Foto: ‘Rijksdienst Cultureel Erfgoed’.

Deze kerk is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School, een architectuurstroming uit het begin van de twintigste eeuw. Kenmerkend zijn de expressieve baksteenarchitectuur, rijke details, bijzondere vormen, en aandacht voor kleur en licht. Niet alleen het gebouw, maar ook het interieur werd als één geheel ontworpen. Hoewel de stijl uitbundig is, werd zij veel toegepast bij gereformeerde kerken als uitdrukking van hun groeiende maatschappelijke betekenis.

Exterieur en interieur.

De kerk met de oude pastorie, die op de plaats stond van het tegenwoordige ‘Ons Gebouw’ (foto: ‘Het kerkgebouw van de GK van Oostwold’).

De kerk staat op een markante plek aan de rand van Oostwold. Dankzij de hoge spits is zij al van verre zichtbaar. De lange toegangsweg met plantsoenen geeft de kerk een statige entree. De donkere baksteen, hoge daken en kleine ramen geven de kerk een monumentale uitstraling die doet denken aan middeleeuwse kerken. De combinatie van strakke vormen, opvallende uitbouwen en een ingewikkelde dakconstructie zorgt voor een levendig geheel. De voorgevel symboliseert de verbinding tussen aarde en hemel en bevat duidelijke verwijzingen naar de gotische bouwstijl.

De plattegrond van de kerk (foto: ‘Het kerkgebouw van de GK van Oostwold’).

Binnen is de kerk verrassend ruim en licht. De halfronde opstelling van de banken en de centraal geplaatste preekstoel zorgen ervoor dat alle kerkgangers goed zicht hebben op kansel, orgel en doopvont. De ruimte is volledig ontworpen rondom de verkondiging van het Woord en zorgt voor een intieme band tussen predikant en gemeente.

Het orgel van de gereformeerde kerk van Oostwold (foto: ‘De Orgelsite’).

De preekstoel vormt het middelpunt van de kerk en is ontworpen in de karakteristieke blokvormen van de Amsterdamse School. Ook de glas-in-loodramen, verlichting, het houtwerk en het orgel uit 1930 maken deel uit van het oorspronkelijke ontwerp. Het orgel is bijzonder omdat het een van de weinige bewaard gebleven instrumenten van orgelbouwer Reil is met elektro-pneumatische tractuur.

Een van de glas-in-loodramen in de kerk van Oostwold (foto: ‘Het kerkgebouw van de GK van Oostwold’)..

De kerk werd met Kerst 1930 officieel in gebruik genomen, waarbij ds. E.G. van Teylingen (1903-1980) uiteraard de leiding had.

Evangelisatiepredikanten voor Finsterwolde.

De kerkenraad van Oostwold nam, zoals we zagen, het evangelisatiewerk heel serieus. Men had daarbij vooral het oog op het naburige dorp Finsterwolde. De Gereformeerde Kerk van Oostwold begon al in 1895 met doelgericht evangelisatiewerk in dat dorp en omgeving. Finsterwolde stond bekend als een sterk onkerkelijke gemeenschap met een krachtige socialistische en later communistische invloed. Daarom zag de kerk het als een bijzonder zendings- en evangelisatieterrein.

Ds. G.J. de Leeuw (1905-1967). Foto: via de heer G. Kuiper, Appingedam.

Aanvankelijk bestond het werk uit huisbezoek, lectuurverspreiding, zondagsschool, straatprediking en colportage. Vanaf 1935 kreeg het een veel professioneler karakter door de aanstelling van een reeks evangelisatiepredikanten, die formeel in dienst waren van de Gereformeerde Kerk van Oostwold, maar in Finsterwolde werkten.

Ds. W.P. Kramer (1909-1987).

Het waren ds. G.J. de Leeuw (1905-1967) die er van 1935 tot 1940 werkte; ds. W.P. Kramer (1909-1987) die van 1940 tot 1945 aan de kerk van Oostwold verbonden was voor het werk in Finsterwolde, en theologisch student H.T. van Bochove (1916-2001), die van 1947 tot 1950 het evangelisatiewerk in Finsterwolde ter hand nam.

Ds. H.T. van Bochove (1916-2001).

Voor hun arbeid werden een pastorie en het houten evangelisatiegebouw ’t Schienvat gebouwd, dat uitgroeide tot het centrum van alle activiteiten.

De gedenksteen van de oude kerk werd in 1930 in de nieuwe kerk ingemetseld.

Evangelisatiekerkje ‘t Schienvat gebouwd.

In 1934 werd door de kerkenraad van Oostwold de (toekomstige) pastorie met tuin aan de Westbaan aangekocht en werd dus besloten tot de bouw van een houten evangelisatiegebouw (’t Schienvat). De plannen en aanbesteding vonden plaats terwijl ds. Van Teylingen nog aan Oostwold verbonden was. In februari 1935 was de bouw in volle gang; de totale bouwsom bedroeg ongeveer fl. 2.352. Ook de verbouwing van de pastorie werd in die tijd afgerond.

’t Schienvat te Finsterwolde.

In het voorjaar van 1935 was de bouw van het evangelisatiekerkje gereed en op de provinciale synode van juni 1935 werd gemeld dat zowel de pastorie als het vergaderlokaal inmiddels waren voltooid en ingericht.

De eerste evangelisatiesamenkomst werd op 5 mei 1935 gehouden. Daarmee was het kerkje feitelijk in gebruik genomen. Deze eerste dienst stond onder leiding van ds. G.J. de Leeuw, de eerste evangelisatiepredikant met standplaats Finsterwolde. Er waren 43 bezoekers.

Het logo van ’t Schienvat.

De evangelisatie richtte zich niet alleen op kerkdiensten, maar ook op catechese, jeugdwerk, clubs, verenigingen en persoonlijke contacten. In de jaren veertig werden in Finsterwolde zelfs doop, avondmaal en huwelijksbevestigingen gehouden voor mensen die door het evangelisatiewerk bij de kerk betrokken waren geraakt. Vooral het jeugdwerk bleek een belangrijk middel om gezinnen met het christelijk geloof in aanraking te brengen.

Ds. K. Hart (van 1935 tot 1941).

Ds. K. Hart (1906-1977).

Ds. Van Teylingen had op 23 september 1935 afscheid genomen wegens zijn vertrek naar de Gereformeerde Kerk te IJmuiden-Oost. Zijn opvolger in Oostwold deed op 13 januari 1935 intrede. Het was kandidaat K. Hart (1906-1977). Over zijn werkzaamheden in Oostwold is niet veel publiekelijk bekend. Maar des te meer is bekend over zijn dappere verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog. Vooral tijdens zijn latere predikantswerk in Velp zat hij tot zijn nek in het verzetswerk. Hij was lid van de LO-groep Velp, die zich bezighield met het plaatsen en verzorgen van onderduikers, onder wie een aantal Joden.

Een van de zijgevels van de kerk (foto: ‘Het kerkgebouw van de GK van Oostwold’).

Op 21 september 1941 nam ds. Hart afscheid van Oostwold en Finsterwolde en vertrok dus naar de kerk van Velp. Tijdens zijn daaropvolgend predikantschap te Utrecht emigreerde hij in 1953 naar Canada, waar hij predikant werd bij de Christian Reformed Church.

Ds. W.A. Krijger (van 1942 tot 1947).

Na een korte vacatureperiode deed ds. W.A. Krijger (1917-1981) op 12 april 1942 intrede. Daarvóor was hij gedurende korte tijd evangelisatiepredikant geweest te Bennebroek en Nieuw-Vennep. Tijdens zijn predikantschap in Oostwold werd het vijfhonderdste gemeentelid geboren.

Ds. W.A. Krijger (1917-1981). Foto: via de heer G. Kuiper, Appingedam.

Omdat het oorlog was moesten de vergadertijden van de kerkenraad worden aangepast. In het vervolg begonnen ze in verband met de zgn. ‘spertijd’ om vijf uur. Maar ‘er was altijd wel iemand die in de nacht rondliep om hier of daar eens binnen te wippen’. Het verzetswerk werd ook in Oostwold natuurlijk in het striktste geheim uitgevoerd; de kerkenraadsnotulen zijn opvallend kort in deze tijd.

Ds. Krijger hield in de kerk elke zondagavond een Bijbellezing om de jeugd van de straat te houden en bovendien werd een kerkkoor opgericht, ondanks het feit dat er vooraf flink over gediscussieerd was door voor- en tegenstanders; het koor was (dan ook?) een kort leven beschoren.

Ook het orgel leek langzaam maar zeker de geest te geven, want het in 1930 aangeschafte instrument in de kerk van Oostwold voldeed niet meer. Daarom werd een financiële actie gehouden. Na een tweetal rondes langs de gemeenteleden was ruim fl. 5.500 ontvangen om een orgel aan te schaffen. De kosten waren uiteindelijk fl. 6.000, want voor het oude instrument gaf de orgelfirma Reil nog fl. 1.200. Maar ja, het kon pas na de oorlog worden afgeleverd, en toen was de prijs fl. 2.000 hoger…

Ds. Krijger mishandeld door de bezetters.

Het Scholtenshuis aan de Grote Markt te Groningen direct na de oorlog.

Ds. Krijger werd op 7 februari 1945 gearresteerd toen hij in Hoogkerk bij C. Antoons op bezoek was. De predikant belandde uiteindelijk in het beruchte Scholtenshuis aan de Grote Markt in Groningen waar hij door de bezetters zwaar mishandeld werd. “Daarna ging hij naar concentratiekamp Neuengamme waar zijn haar wordt afgeschoren en zijn naam wordt uigewist. Om zijn nek bungelt voortaan een zinken plaatje met een nummer. Hij overleeft de verschrikkingen, maar zelfs de artsen van de SS keurden hem af voor dwangarbeid in het kamp. Met een gummiknuppel was zo langdurig en hard op hem ingeslagen dat hij de rest van zijn leven nooit meer op zijn linkerzij kon liggen”. Op 30 april 1945 werd hij bij Lübeck in Duitsland bevrijd.

Ds. Krijger nam in 1947 het beroep aan van de Gereformeerde Kerk te Schiedam, nadat hij op 5 oktober dat jaar afscheid genomen had van de kerk van Oostwold.

Ds. F. Minnema (van 1949 tot 1952).

Zijn opvolger was kandidaat F. Minnema (1922-1998), die op 12 juni 1949 intrede deed, een dienst die ontsierd werd door een ruzietje van een paar gemeenteleden om een zitplaats.

In die tijd kwam de Stichting Gereformeerde Gezinszorg Midwolda/Oostwold tot stand, als onderdeel van het gereformeerde maatschappelijk werk, dat na de oorlog in heel het land opbloeide. De Ds. Th. Dellemanstichting in Groningen was de overkoepelende organisatie van dit soort Groninger organisaties, die in de hele provincie werden opgericht.

Ds. F. Minnema (1922-1998).

Ook de Evangelisatiearbeid in Finsterwolde werd op een andere leest geschoeid, althans voor wat betreft de kosten die eraan besteed werden. Afgesproken werd dat het werk uitging van de kerk van Oostwold in samenwerking met de classis Winschoten, maar dat de financiële verantwoordelijkheid kwam te liggen bij de daartoe benoemde Deputaten van de Particuliere Synode Groningen, waardoor duidelijk werd dat de Gereformeerde Kerken in de provincie het werk in Finsterwolde (terecht) zeer belangrijk vonden. Het was ongetwijfeld een van de belangrijkste en omvangrijkste evangelisatieprojecten in de provincie. Intussen had de heer Bochove zijn kandidaatsexamen afgerond, maar de Deputaten moesten besluiten zijn benoeming als evangelisatiewerker niet te verlengen, omdat zijn status als predikant teveel kosten met zich zouden meebrengen.

Ds. Minnema nam op 6 april 1952 afscheid en vertrok naar de kerk van Hoogvliet. De predikant schreef later dat hij deze keuze met moeite had gemaakt, maar uiteindelijk vond dat hij de Gereformeerde Kerk in die kleine plaats moest helpen; de Gereformeerde Kerk van Hoogvliet groeide door een toestroom van bewoners in het dorp.

Ds. Joh. C. Baumfalk (1953 tot 1957).

Ds. Joh. C. Baumfalk (1928-1984).

Zijn opvolger was kandidaat ds. Joh. C. Baumfalk (1928-1984), die op 11 januari 1953 intrede deed. Hij en zijn vrouw gingen wonen in de ‘pastorie met zijn dertig ramen’. De predikant had de gewoonte in zijn preekschrift ook de grote kerkelijke en wereldlijke gebeurtenissen te vermelden die in die tijd plaatsvonden.

In de kerk vonden in die tijd in elk geval allerlei kleinere en grotere veranderingen plaats. Zo kwam in de kerk van Oostwold het vrouwenkiesrecht ter sprake, wat – door onenigheid daarover – veel deining veroorzaakte, zodat deze door de synode inmiddels toegestane aanpassing op de lange baan geschoven werd. In april 1957 kwam het er echter toch van.

Niet minder beroering gaf de invoering van de Nieuwe Vertaling van de Bijbel (gepubliceerd in 1951) van het Nederlands Bijbel Genootschap.

De Jongelingsvereniging Rehoboth had ondertussen de wens te kennen gegeven dat men van het kerkelijk toezicht van de kerkenraad af wilde. Al heel lang geleden had de JV om dat kerkelijk toezicht gevraagd, zodat de kerkenraad in het vervolg af en toe poolshoogte nam om de (ook principiële) gang van zaken op de JV te beoordelen.

Ds. Baumfalk nam op 28 april 1957 afscheid en vertrok naar de kerk van Ommen.

Ds. A. van Asselt (van 1957 tot 1962).

Ds. A. van Asselt (1926-2007).

Als zijn opvolger werd beroepen en kort daarop in het ambt bevestigd kandidaat A. van Asselt (1926-2007). Toen hij als legerpredikant een jaar in dienst ging, werd de kerkenraad door predikanten uit de omgeving bijgestaan.

De Evangelisatiearbeid.

Vanaf de jaren vijftig veranderde het karakter van het evangelisatiewerk in Finsterwolde en omgeving geleidelijk. Door nieuwe subsidiemogelijkheden en veranderende maatschappelijke inzichten verschoof het accent van ’traditionele’ evangelisatie naar sociaal-cultureel jeugd- en buurthuiswerk. In 1956 werd hiervoor de Stichting Clubhuizen ’t Schienvat opgericht. Hoewel de christelijke doelstelling behouden bleef, kregen opvoeding, recreatie, vorming en maatschappelijke ondersteuning een steeds grotere plaats naast de directe geloofsverkondiging.

Ds. G. Assies (1927-2007).

Vanaf de jaren vijftig tot in de jaren zeventig waren de volgende predikanten in ‘t Schienvat werkzaam: ds. G. Assies (1927-2007) was van 1958 tot 1961 aan de kerk van Oostwold verbonden als evangelisatiepredikant, terwijl hij als zodanig werd opgevolgd door ds. E.Th. Thijs (1933-2005), die in Finsterwolde van 1962 tot 1966 werkzaam was. De heer P. Bijl (1924-2003) volgde hem op en bleef er van 1966 tot 1972.

Ds. E.Th. Thijs (1933-2005).

Kort samengevat ontwikkelde de evangelisatie van de Gereformeerde Kerk van Oostwold zich van een relatief eenvoudige zendingsactiviteit aan het einde van de negentiende eeuw tot een breed opgezet kerkelijk en sociaal-cultureel werk dat tientallen jaren een belangrijke rol speelde in Finsterwolde en omgeving. De historie laat daarmee zien hoe de gereformeerde evangelisatie zich aanpaste aan veranderende maatschappelijke omstandigheden zonder haar oorspronkelijke christelijke inspiratie geheel los te laten.

Ds. Van Asselt nam op 16 september 1962 afscheid en vertrok naar de kerk van Dokkum.

Deel 3 (slot) volgt binnenkort.

Bronnen onder meer:

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. Kampen, div. Jrg.

A. de Goojer, Het kerkgebouw van De Gereformeerde Kerk van Oostwold. Oostwold, 2005

De Heraut van/voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. jrg.

E.J. Jager, De Doleantie op het Groninger platteland (1887-1892). g.p. [Groningen], g.j.

Jubileumboek Kluphuis ‘t Schienvat, 1935-1985. Z.p. [Oostwold], z.j. [1985]

G.J. Kok, ‘Een geheel bijzonder arbeidsveld…’ De evangelisatiearbeid der Particuliere Synode Groningen van de Gereformeerde Kerken in Nederland (1878-2004). Groningen, 2010.

N. Schelhaas en K. Smit, 100 jaar Gereformeerde Kerk Oostwold (Old.), Oostwold, 1988

© 2026. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold (Old.) – Part 2.

The New Church Building.

( < Back to Part 1 ) – As noted earlier, the first ‘gereformeerde’ church in Oostwold was brought into use in 1889. This building stood on Noorderstraat and was named “Pro Rege” (“For the King”). As the congregation continued to grow, a new church was built on Goldhoorn, next to the old parsonage.

This new location made it possible to construct a church that better reflected the size and importance of the congregation. Construction began on 17 February 1930.

The building committee selected the Groningen architectural firm Van Wijk and Broos. This young firm was influenced by the ‘gereformeerde’ architect Egbert Reitsma and was also closely related stylistically to the work of the well-known ‘gereformeerde’ church architect B.T. Boeyinga. The church was completed in 1930 at a construction cost of approximately 17,500 guilders.

The church was designed in the Amsterdam School style, an architectural movement dating from the early twentieth century. Characteristic features include expressive brickwork, rich detailing, distinctive forms, and careful attention to color and light. Not only the building itself but also its interior was conceived as a unified whole. Although the style is highly expressive, it was frequently employed for ‘gereformeerde’ churches as an expression of their growing social significance.

Exterior and Interior.

The church occupies a prominent position on the edge of Oostwold. Thanks to its tall spire, it can be seen from a great distance. The long approach road, bordered by landscaped green areas, gives the church an imposing entrance. Its dark brickwork, steep roofs, and small windows lend the building a monumental appearance reminiscent of medieval churches. The combination of clean lines, striking projections, and an intricate roof structure creates a lively architectural composition. The façade symbolizes the connection between earth and heaven and contains clear references to Gothic architecture.

Inside, the church is surprisingly spacious and bright. The semicircular arrangement of the pews and the centrally placed pulpit ensure that everyone in the congregation has a clear view of the pulpit, organ, and baptismal font. The entire interior was designed around the proclamation of the Word, creating an intimate relationship between minister and congregation.

The pulpit forms the focal point of the church and was designed in the characteristic block-like forms of the Amsterdam School. The stained-glass windows, lighting fixtures, woodwork, and the 1930 organ are also part of the original design. The organ is especially noteworthy because it is one of the few surviving instruments built by Reil with electro-pneumatic action.

The church was officially dedicated and brought into use at Christmas 1930, with Rev. E.G. van Teylingen (1903–1980) naturally presiding over the service.

Evangelism Ministers for Finsterwolde.

As we have seen, the church council of Oostwold took evangelistic work very seriously. Its primary focus was the neighboring village of Finsterwolde. As early as 1895, the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold had begun systematic evangelistic work there and in the surrounding area. Finsterwolde was known as a strongly secular community with a powerful socialist—and later communist—influence. For that reason, the church regarded it as a particularly important mission and evangelism field.

Initially, the work consisted of home visitation, the distribution of Christian literature, Sunday school, open-air preaching, and colportage (door-to-door evangelistic literature distribution). Beginning in 1935, however, the work became much more professional through the appointment of a succession of evangelism ministers who were formally employed by the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold but worked in Finsterwolde.

These were Rev. G.J. de Leeuw (1905–1967), who served from 1935 to 1940; Rev. W.P. Kramer (1909–1987), who was attached to the Oostwold church from 1940 to 1945 for the work in Finsterwolde; and theology student H.T. van Bochove (1916–2001), who carried out the evangelistic work there from 1947 to 1950.

To support their ministry, a parsonage and a wooden evangelism hall called ’t Schienvat were built, eventually becoming the center of all activities.

The Evangelism Chapel “’t Schienvat” Built.

In 1934, the church council of Oostwold purchased what would become the evangelism parsonage, complete with garden, on Westbaan, and decided to construct a wooden evangelism building known as ’t Schienvat. The plans and tendering process took place while Rev. Van Teylingen was still serving Oostwold. By February 1935 construction was well underway, with the total contract amounting to approximately 2,352 guilders. Renovations to the parsonage were also completed during this period.

By the spring of 1935 the evangelism chapel had been completed, and at the provincial synod held in June 1935 it was reported that both the parsonage and the meeting hall had been finished and furnished.

The first evangelistic service was held on 5 May 1935, effectively marking the chapel’s opening. This inaugural service was led by Rev. G.J. de Leeuw, the first evangelism minister stationed in Finsterwolde. Forty-three people attended.

The evangelistic work extended far beyond church services. It also included catechism instruction, youth work, clubs, societies, and personal visitation. During the 1940s, baptisms, celebrations of the Lord’s Supper, and wedding ceremonies were even held in Finsterwolde for people who had become connected with the church through the evangelistic work. Youth ministry, in particular, proved to be an important means of introducing entire families to the Christian faith.

Rev. K. Hart (1935–1941).

Rev. Van Teylingen took leave of the congregation on 23 September 1935 after accepting a call to the ‘Gereformeerde’ Church of IJmuiden-East. His successor entered the ministry in Oostwold on 13 January 1935. He was candidate K. Hart (1906–1977).

Little is publicly known about his work in Oostwold itself. Much more is known, however, about his courageous resistance activities during the Second World War. Especially during his later ministry in Velp, he became deeply involved in the Dutch resistance. He belonged to the LO group in Velp, which was responsible for finding hiding places and caring for people in hiding, including a number of Jews.

On 21 September 1941, Rev. Hart took leave of both Oostwold and Finsterwolde and departed for the church in Velp. During his subsequent ministry in Utrecht, he emigrated to Canada in 1953, where he became a minister in the Christian Reformed Church.

Rev. W.A. Krijger (1942–1947).

After a brief vacancy, Rev. W.A. Krijger (1917–1981) was installed on 12 April 1942. Before coming to Oostwold he had served briefly as an evangelism minister in Bennebroek and Nieuw-Vennep. During his pastorate in Oostwold, the congregation welcomed its 500th member by birth.

Because the country was at war, the church council had to adjust its meeting times. In view of the wartime curfew, meetings now began at five o’clock in the afternoon. Yet, as one account put it, “there was always someone out during the night who would drop in here or there.” Resistance activities were carried out in Oostwold under the strictest secrecy, and the minutes of the church council from this period are strikingly brief.

Every Sunday evening Rev. Krijger gave a Bible lecture in the church to keep young people off the streets. In addition, a church choir was established, despite considerable debate beforehand between supporters and opponents. The choir was, accordingly perhaps, short-lived.

The church organ also seemed to be gradually failing. The instrument purchased in 1930 no longer met the congregation’s needs, so a fundraising campaign was organized. After two rounds of collections among the members, more than 5,500 guilders had been raised toward a replacement organ. The total cost eventually came to 6,000 guilders, as the organ-building firm Reil allowed 1,200 guilders for the old instrument. However, because of the war, the new organ could not be delivered until after the conflict had ended, by which time its price had increased by another 2,000 guilders.

Rev. Krijger Abused by the Occupying Forces.

Rev. Krijger was arrested on 7 February 1945 while visiting C. Antoons in Hoogkerk. He was eventually taken to the notorious Scholtens House on the Grote Markt in Groningen, where he was brutally mistreated by the occupying forces.

“He was then sent to the Neuengamme concentration camp, where his head was shaved and his name erased. From then on, a small zinc plate bearing only a number hung around his neck. He survived the horrors, but even the SS doctors declared him unfit for forced labor in the camp. He had been beaten so long and so severely with a rubber truncheon that for the rest of his life he was never again able to lie on his left side.”

He was liberated near Lübeck, Germany, on 30 April 1945.

In 1947, Rev. Krijger accepted a call to the ‘Gereformeerde’ Church of Schiedam, after taking leave of the congregation in Oostwold on 5 October of that year.

Rev. F. Minnema (1949–1952).

His successor was candidate F. Minnema (1922–1998), who was installed on 12 June 1949. The service was marred by a minor quarrel between a few congregation members over a seat.

Around this time, the ‘gereformeerde’ Family Care Foundation of Midwolda/Oostwold was established as part of the ‘gereformeerde’  social welfare movement, which flourished throughout the Netherlands after the Second World War. The Rev. Th. Delleman Foundation in Groningen served as the umbrella organization for these Groningen-based initiatives, which were established across the province.

The evangelism work in Finsterwolde was also reorganized, at least with regard to its financing. It was agreed that the work would be carried out by the church of Oostwold in cooperation with the Classis of Winschoten, while financial responsibility would rest with the deputies appointed by the Particular Synod of Groningen. This made it clear that the ‘Gereformeerde’ Churches throughout the province regarded the work in Finsterwolde as highly important—and rightly so. It was undoubtedly one of the largest and most significant evangelistic projects in the province.

Meanwhile, Mr. Bochove had completed his candidate’s examination for the ministry, but the deputies decided not to renew his appointment as an evangelism worker because his status as an ordained minister would entail excessive costs.

Rev. Minnema took leave of the congregation on 6 April 1952 and departed for the church in Hoogvliet. He later wrote that he had made this decision with considerable difficulty, but ultimately concluded that he was needed in the small congregation there. The ‘Gereformeerde’ Church of Hoogvliet was experiencing rapid growth as new residents moved into the village.

Rev. Joh. C. Baumfalk (1953–1957).

His successor was candidate Rev. Joh. C. Baumfalk (1928–1984), who was installed on 11 January 1953. He and his wife took up residence in the “parsonage with its thirty windows.”

The minister had the habit of recording not only his sermons but also the major ecclesiastical and world events that occurred during the same period in his sermon manuscripts.

During these years, the church in Oostwold underwent various small and large changes. One of the most contentious issues was women’s suffrage in the church, which caused considerable controversy. As a result, the implementation of this change—already approved by the synod—was postponed for several years. In April 1957, however, it was finally introduced.

The introduction of the New Translation of the Bible, published in 1951 by the Netherlands Bible Society, caused no less upheaval.

Meanwhile, the Rehoboth Young Men’s Society expressed its desire to be released from the official supervision of the church council. Many years earlier, the society itself had requested such ecclesiastical oversight, after which the church council periodically reviewed the society’s activities—including matters of principle—to ensure that everything remained in good order.

Rev. Baumfalk took leave of the congregation on 28 April 1957 and departed for the church in Ommen.

Rev. A. van Asselt (1957–1962).

His successor was candidate A. van Asselt (1926–2007), who was called shortly thereafter and ordained to the ministry. When he spent a year serving as a military chaplain, ministers from neighboring congregations assisted the church council.

The Evangelism Work.

From the 1950s onward, the character of the evangelistic work in Finsterwolde and the surrounding area gradually changed. New opportunities for government subsidies and changing social attitudes shifted the emphasis from traditional evangelism toward socio-cultural youth work and community center activities.

To facilitate this development, the ’t Schienvat Community Centers Foundation was established in 1956. Although the Christian mission remained intact, increasing emphasis was placed on education, recreation, personal development, and social support alongside the direct proclamation of the Christian faith.

From the late 1950s through the 1970s, the following ministers served in connection with ’t Schienvat:

  • Rev. G. Assies (1927–2007) served as evangelism minister attached to the church of Oostwold from 1958 to 1961.
  • He was succeeded by Rev. E. Th. Thijs (1933–2005), who worked in Finsterwolde from 1962 to 1966.
  • Mr. P. Bijl (1924–2003) followed him, serving there from 1966 until 1972.

In summary, the evangelistic work of the ‘Gereformeerde’ Church of Oostwold developed from a relatively modest missionary effort at the end of the nineteenth century into a broad church-based and socio-cultural ministry that played an important role in Finsterwolde for several decades. Its history demonstrates how ‘gereformeerde’ evangelism adapted to changing social circumstances without entirely abandoning its original Christian inspiration.

Rev. Van Asselt took leave of the congregation on 16 September 1962 and departed for the church in Dokkum.

Part 3 (the conclusion) will follow shortly.