De Tweede Wereldoorlog.
( < Naar deel 2 – Back to Part 2 ) – Nog steeds was ds. S.J. de Boer (1895-1965) gereformeerd predikant in Balk en Wijckel toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ook gedurende de oorlogsjaren bleef hij aan beide kerken verbonden.

Roken tijdens de catechisaties was ook in de oorlog heel gewoon, al waren rookwaren schaars. Ds. De Boer was zelf een verwoed roker. Eens vroeg hij een van de catechisanten een sigaretje te geven aan een jongen die zelf niets had, maar er al een paar keer steels om had gevraagd. Zo kon ook hij zich daarna weer met volle aandacht op de lessen van de predikant richten.
De maatregelen van de bezetters werden al snel duidelijk. De eerste kerkenraadsvergadering na de Duitse inval vond plaats op 2 juni 1940. Een van de aanwezige kerkenraadsleden, een legerofficier, was kort daarvoor uit gevangenschap ontslagen.
In september deelde de bezetter mee dat het de kerkenraad niet was toegestaan werkloze gemeenteleden die voor de Arbeitseinsatz in aanmerking kwamen, financieel te ondersteunen. In november werd meegedeeld dat de Duitsers hun organisatie ‘Winterhulp’ hadden opgericht om behoeftigen van financiële middelen te voorzien. Daarmee wilde men ook het diaconale werk van de kerk overnemen en aan de kerk onttrekken. De kerkenraad werkte daar niet aan mee.
Ook waarschuwde de kerkenraad de gemeenteleden om geen neutrale bladen te lezen, maar zich uitsluitend te richten op christelijke kranten en tijdschriften. Het gereformeerde Friesch Dagblad was als enige krant in Nederland gestopt met verschijnen, omdat men zich niet door de Duitsers wilde laten knechten. Daartoe werden de kranten namelijk verplicht.
De Arbeidsdienst.

De Duitse Arbeidsdienst (Arbeitseinsatz) was er niet alleen op gericht jongeren aan het werk te zetten, maar wilde hen ook in nazistische geest opvoeden. Voor jongeren die zich daarvoor hadden aangemeld, werd vlak bij Balk, bij Kippenburg, een Arbeidskamp ingericht, Kamp Wyldemerk.
Ook ds. De Boer vroeg af en toe toestemming om met de geïnterneerden te mogen spreken. Dat werd verboden. Alleen wanneer iemand ziek was, mocht hij een kerkelijke delegatie ontvangen. Kerkbezoek werd echter oogluikend toegestaan.
De Duitsers hadden de vervelende gewoonte om tijdens de kerkdiensten op zondag de geïnterneerden in optocht, met veel lawaai, door Balk te laten marcheren. De nieuwe kampcommandant bleek ontvankelijk voor de klachten van de kerkenraad en maakte daar een eind aan.
Gemeentelijk leven.

In 1941 werd tot tweemaal toe door een kerkenraadsafvaardiging een bezoek gebracht aan een van de gemeenteleden, die in het verleden meerdere malen kerkenraadslid was geweest. De eerste keer gebeurde dat nadat hij een Fries toneelstuk had georganiseerd. Toneelspelen was in gereformeerde kringen in die tijd niet populair, integendeel. Maar de man was niet van plan schuld te bekennen, want hij zag er niets verkeerds in. Bovendien ging het om een toneelstuk dat was geschreven door een bekende christelijke auteur, zei hij.
Toen de kerkenraad in 1942 opnieuw hoorde dat er een Fries toneelstuk zou worden opgevoerd, ging opnieuw een kerkenraadsdelegatie naar de organisator. Deze verklaarde wederom dat hij er gewoon mee door zou gaan. Later moest de kerkenraad met teleurstelling constateren dat verschillende gemeenteleden het toneelstuk hadden bijgewoond.
De kerkenraad vond dat toneel op zichzelf niet zondig was, maar omdat het ‘niet kon worden beoefend zonder groot gevaar voor zonde’ moest het door christenen worden gemeden. De toneelvoorstellingen gingen echter gewoon door, ook nadat vanaf de kansel voor deelname was gewaarschuwd.

In 1944 speelde in de gereformeerde kerkelijke wereld de kwestie van de ‘Vrijmaking’. Daarbij ging het om meningsverschillen over de visie op doop en verbond. In Balk en Wijckel speelde deze kwestie nauwelijks een rol. Elders in het land scheidden zich echter, in sommige kerken in groten getale, mensen af van de Gereformeerde Kerken. Zij stichtten de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).
Ook in Balk verschenen enkele geschriften van ‘aanhangers van dr. Schilder’, de leidsman van de Vrijmaking. Als tegenwicht besloot de kerkenraad honderd exemplaren te bestellen van een brochure waarin de generale synode uitlegde hoe de zaak volgens haar in elkaar zat.
Met de kerkelijke financiën ging het in de oorlogsjaren overigens redelijk goed. Dat was voor de kerkenraad aanleiding om de gemeenteleden mee te delen dat men had besloten alvast een bouwfonds in te stellen. Daarover later meer.
Op 17 april 1945 kwamen de Canadezen en Engelsen Balk binnen en werd het dorp bevrijd.

Na de oorlog.
In 1946 waren de twee kerkenraden volgens de notulenboeken duidelijk positief over de jeugd. Er werd opgemerkt dat op de jeugdverenigingen ‘prachtig’ werk werd gedaan.
‘Het maakt klein wanneer we de jeugd zo zelfstandig bezig zien Gods Woord, onze belijdenisgeschriften, politieke en maatschappelijke vraagstukken te behandelen en te bespreken. De heilbegeerte is bij onze jongens en meisjes op te merken, de geestdrift waarmee ze hun onderwerpen houden, hun vragen stellen en beantwoorden.’
Op 25 maart 1946 werd het Gereformeerd Kerkkoor opgericht. Het bestond ongeveer tien jaar, tot 1956. Het koor werkte mee aan evangelisatiediensten en aan bijzondere kerkdiensten met Pasen, Pinksteren en Kerst. Het koor verliep vermoedelijk doordat vooral veel jonge mensen Balk vanwege werk of studie verlieten. Daardoor liep het ledental flink terug.
De Vrouwenvereniging (1949).
Er waren niet alleen jeugdverenigingen. In 1949 werd in Wijckel ook de Gereformeerde Vrouwenvereniging ‘Dient de Heere met blijdschap’ opgericht. Dertien dames hadden zich meteen al opgegeven. Per vergadering betaalden zij een contributie van 30 cent.

Een van de doelstellingen van de Vrouwenvereniging was het maken van handwerken voor de kerk. Maar er werd ook gestudeerd. Behalve het houden van ‘inleidingen’ over een bepaald onderwerp en het bespreken daarvan, hielden de dames zich bezig met het bezoeken van gemeenteleden die in het ziekenhuis lagen.
Bovendien brachten de dames geld bijeen door het organiseren van allerlei acties. Met de opbrengst werden uitstapjes gemaakt, maar ook werd de inrichting van de consistorie betaald. Verder droegen hun acties bij aan de ‘windvoorziening’ van het orgel (er werd namelijk een ‘windmotor’ aangeschaft), een nieuwe kolenbergplaats, een toilet, het opknappen van de kerkdeuren en nieuwe stoelen en verlichting voor het verenigingslokaal.
Ook in Balk werd in 1949 een Vrouwenvereniging opgericht, met de naam ‘Bidt en werkt’. De Balkster vereniging sloot zich in 1965 aan bij de landelijke Bond van Gereformeerde Vrouwenverenigingen. Daarmee was zij de 900ste aangesloten vereniging.

Ds. De Boer nam op 5 oktober 1947 afscheid van de kerken van Balk en Wijckel. De kerkenraden overlegden of ze opnieuw gezamenlijk een predikant zouden beroepen of dat iedere kerk afzonderlijk een predikant zou gaan zoeken.
In Balk had men daarvoor echter niet genoeg geld. Ook een nog onvoldragen plan om samen met de kerk van Sloten twee predikanten te beroepen, werd niet uitgevoerd. Uiteindelijk werd afgesproken opnieuw gezamenlijk een predikant te beroepen.
De kerk van Balk wordt verbouwd (1949).
In Balk was men overigens van plan om uiteindelijk een eigen predikant te beroepen. Men had al een pastorie en bovendien was een bouwfonds gesticht om in de toekomst een nieuwe kerk te bouwen of de bestaande kerk te verbouwen en een (andere) predikantswoning te realiseren.

Aan de Harichster Stikke kocht de kerkenraad van Balk een woning met daarachter voldoende ruimte voor de toekomstige bouw van een nieuwe kerk. Het huis bleef voorlopig beschikbaar voor later.
Omdat de financiële situatie van de kerk van Balk na de oorlog verbeterde, wilde men vooralsnog overgaan tot verbouwing van de bestaande kerk. Daartoe werd in 1949 achter de kerk een stuk grond van drie meter aangekocht. Timmerbedrijf Veldman uit Wijckel kreeg de opdracht de kerk te verbouwen.
Achter de kerk werd een klein verenigingslokaal gebouwd, met de daarbij behorende voorzieningen. De kerkenraadskamer, voorin de kerk, en een berghok werden bij de kerkzaal getrokken. Het orgel verhuisde naar boven de kansel, boven het nieuwe verenigingslokaal.
De kerkdiensten werden tijdens de verbouwing gehouden in het Lokaal voor Christelijke Belangen in Balk.
In december 1949 was de klus geklaard. De eerste dienst in de vernieuwde kerk werd op uitnodiging geleid door ds. S.J. de Boer, die voor deze gelegenheid vanuit Lopik naar Balk kwam. De bouwcommissie werd bij die gelegenheid omgedoopt tot Commissie van Beheer.
Ds. G.M.W. Steen (van 1950 tot 1953).

Kandidaat G.M.W. Steen (1923-2005) deed op 7 mei 1950 intrede in de beide kerken. Hij ging wonen in de pastorie in Wijckel, want die gemeente was nog altijd de grootste van de twee.
Even dreigde hij in 1951 als legerpredikant te worden opgeroepen, maar tot opluchting van de kerkenraad ging dat niet door.
Gezangen en ritmisch zingen.
Wat vooralsnog in Wijckel ook niet doorging, was het zingen van gezangen tijdens de kerkdiensten. Dat gebeurde nog steeds niet in beide kerken. De gesprekken met gemeenteleden over deze zaak verliepen niet altijd even gemakkelijk. Er waren behoorlijk wat tegenstanders. Psalmen kwamen rechtstreeks uit de Bijbel. Gezangen waren door mensen geschreven, vonden tegenstanders. Maar het flinterdunne bundeltje ‘Eenige Gezangen‘, dat toen in gebruik was, was door de generale synode goedgekeurd voor gebruik in de eredienst.

Dat was ook de reden dat de kerkenraad van Wijckel uiteindelijk in 1953 de knoop doorhakte en het zingen van gezangen, zij het voorlopig voorzichtig, invoerde.
Ook in Balk kwam de muziek aan de orde. In Balk zong men al lange tijd uit het bundeltje ‘Eenige Gezangen’. In 1952 kwam ook het invoeren van het ritmisch zingen in Balk ter sprake (het zingen op lange en korte noten). Niet iedereen was daar enthousiast over, want tot dan toe werd in de kerk alleen op lange noten gezongen. De kerkenraad besloot toch te beginnen met het oefenen van het ritmisch zingen van enkele daarvoor speciaal aangewezen psalmen. Als er op het psalmbord een ‘R’ achter een bepaalde psalm stond, wist je hoe laat het was.
De predikant bleef niet lang, want de op 22 januari 1948 geïnstitueerde kerk van Marknesse in de Noordoostpolder deed een beroep op hem en dat nam hij aan. Op 15 maart 1953 nam hi afscheid van de twee kerken.
De kerkenraad van Wijckel besloot na het vertrek van ds. Steen nu zélf een predikant te gaan beroepen, niet langer in samenwerking met de kerk van Balk. De Wijckelse gereformeerden moesten daardoor wel een hogere kerkelijke bijdrage betalen, maar dat hadden ze ervoor over.
1. De Gereformeerde Kerk te Wijckel van 1954 tot 1969.
Ds. H. Alting (van 1954 tot 1958).

Op 21 november 1954 deed kandidaat H. Alting (1850-1930) intrede in Wijckel. De predikant nam het initiatief tot de oprichting van het eerste eigen kerkblad van Wijckel. Zo konden de gemeenteleden gemakkelijk op de hoogte worden gehouden van het kerkelijke wel en wee. Ook het verenigingsleven van de nog geen 350 leden tellende gemeente had baat bij het kerkblad. Men kon er zelfs in lezen wanneer de predikant en een ouderling op huisbezoek kwamen!
Aan het huisbezoek werd namelijk veel aandacht besteed. De ouderling en de predikant die de bezoeken brachten, besteedden er veel tijd aan: vaak brachten ze twee bezoeken op een middag en drie op een avond, zodat iedereen aan de beurt kwam.
In 1955 werden gesprekken gevoerd met de kerkenraad van de hervormde gemeente, al was niet ieder gemeentelid het daarmee eens.

In 1955 kwam in de kerk van Wijckel ook het ritmisch zingen aan de orde, waarbij psalmen en gezangen gezongen werden met lange en korte noten. Nog steeds werden de psalmen en gezangen in Wijckel op hele noten gezongen. Het is niet precies duidelijk wanneer men in Wijckel met ritmisch zingen begon, maar in 1968 kwam het er in ieder geval van door de invoering van een nieuwe psalmbundel, ‘150 psalmen’, vooralsnog als ‘proefbundel’ bedoeld..
Ds. Alting kreeg een beroep van de Gereformeerde Kerk te Uithuizermeeden en nam dat aan. Op 13 april 1958 vertrok hij naar het Hogeland.
Ds. A. Groenewegen (van 1958 tot 1961).

De kerkenraad besloot, na de gemeenteleden te hebben gehoord, meteen het beroepingswerk ter hand te nemen. Al gauw had men beet. Op 30 november 1958 deed kandidaat A. Groenewegen (1929-2004) intrede in de kerk van Wijckel.
Hoewel het een goede tijd was met deze predikant, begon het ledental langzaam maar zeker terug te lopen. Als belangrijkste oorzaak werd de teruglopende werkgelegenheid in het boerenbedrijf gezien.
De Jongelingsvereniging van Wijckel bestond in 1959 vijftig jaar. Ook de meisjesvereniging had een jubileum te vieren: zij bestond dertig jaar.
Afscheid nam de predikant op 5 november 1961. Het op hem uitgebrachte beroep naar de Gereformeerde Kerk van Ulrum nam hij aan.
Vacant (van 1961 tot 1964).
De gemeenteleden werd opnieuw gevraagd of ze zelfstandig een predikant wilden beroepen of dat men weer samen met Balk een predikant zou zoeken. Een eigen predikant zou de kerkelijke bijdrage opnieuw hoger maken.
Op basis van een traktement van fl. 6.500, met de belofte dit ieder jaar met fl. 100 te verhogen, koos men opnieuw voor een eigen predikant.

Kandidaten om ‘op beroep’ te komen preken, kreeg men echter maar moeilijk zover, omdat zij ‘vaak een volle agenda hadden’. En ook toen de synode het traktement voor een kandidaat op fl. 8.250 vaststelde, met jaarlijkse verhogingen, beriep de kerkenraad een predikant op een traktement dat daar fl. 1.000 onder lag.
Meerdere malen werd in de kerkelijke gemeente een rondgang gehouden om voor dat doel geld bijeen te brengen. Uiteindelijk was men zover dat kon worden besloten een kandidaat te beroepen.
Ondertussen ging het kerkelijke werk natuurlijk gewoon door, evenals het jeugdwerk. In 1963 werd een Oudercommissie opgericht, toen ds. A.J. van Dijk (1903-1989) van Sloten consulent was. Deze Oudercommissie had tot taak te helpen bij het organiseren en begeleiden van het jeugdwerk.
In de jaren zestig was er ook sprake van de oprichting van een oecumenische Jeugdraad. Aanvankelijk stond deze buiten de kerkenraad, maar later kreeg ook de kerkenraad er een vertegenwoordiger in.
In 1964 was ds. Van Dijk ook aanwezig bij een gesprek dat de gereformeerde kerkenraad met de kerkenraad van de hervormde gemeente had. Een gereformeerde ouderling hield die avond een inleiding over ‘de taak van een ouderling’.
Ds. H.D. de Wit (van 1964 tot 1969).

Op 23 augustus 1964 deed kandidaat H.D. de Wit (*1929) intrede in de kerk van Wijckel. Nadat de door hem meegebrachte preekstoel – afkomstig uit een Haagse kerk – in elkaar was gezet, kon hij aan de slag.
Om meer tijd vrij te maken voor huisbezoek en catechisatie vroeg hij de kerkenraad of hij mee mocht doen met het classicale rooster van de predikantenruil. Daardoor hoefde hij niet iedere zondag twee preken te maken. De kerkenraad ging ermee akkoord. Een klein aantal gemeenteleden vond het overigens niet zo’n handig besluit.
Het orgel.
In 1966 ging het orgel kapot! De windmotor van het instrument had per ongeluk de hele week aangestaan en dat had tot gevolg dat het ding niet meer werkte. Weliswaar wilde men het orgel repareren en werd er ook fl. 1.850 voor ingezameld, maar uiteindelijk besloot men toch een elektronisch orgel aan te schaffen. Pas in 1970 werd het orgel gerepareerd en weer in gebruik genomen. Het elektronische orgel werd voortaan in het zalencentrum ‘De Treemter’ gebruikt.
Het pijporgel was in 1978 opnieuw aan restauratie toe. Dat zou behoorlijk wat geld gaan kosten. Er werd een orgelfonds opgericht en door allerlei acties werd geld bijeengebracht. In 1979 was de klus voor fl. 25.500 geklaard.

Gespreksgroepen.
Al in 1967 werden in de kerk van Balk interkerkelijke gespreksgroepen georganiseerd. De gezamenlijke protestantse predikanten en de rooms-katholieke pastoor waren hiervan de initiatiefnemers.
Ook de kerkenraden gingen steeds meer met elkaar overleggen. Daarbij waren niet alleen de Hervormde Gemeente en de Gereformeerde Kerken betrokken, maar ook de Doopsgezinde Gemeente en de Parochieraad.
Het ledental van de kerk van Wijckel liep ondertussen nog steeds verder terug. Dat was er mede de oorzaak van dat ds. H.D. de Wit de laatste eigen predikant werd die uitsluitend door de kerk van Wijckel was beroepen.
Op 6 april 1969 nam hij afscheid en vertrok naar de kerk van Kollum.
Deel 4 (slot) volgt binnenkort.
Bronnen onder meer:
A. Algra, De Historisch gaat door Het Eigen Dorp, dl. 1 en dl. IV. Leeuwarden, g.j.
De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Gereformeerde Kerk, Kampen, div. jrg.
Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992
De Heraut van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. jrg.
H.W. Hoekstra (eindred.), Een preekstoel in de bagage. Honderd jaar Gereformeerde Kerk Wijckel en Balk. Balk, 1991
Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.
© 2026. GereformeerdeKerken.info
Translation into English:
The ‘Gereformeerde’ Church in Balk etc. (3).
The Second World War.
(< Back to Part 2 ) – Rev. S.J. de Boer (1895–1965) was still the ‘gereformeerde’ minister in Balk and Wijckel when the Second World War broke out. He remained connected with both churches throughout the war years.
Smoking during catechism classes was also quite normal during the war, although tobacco products were scarce. Rev. De Boer himself was a heavy smoker. Once, he asked one of the catechism students to give a cigarette to a boy who had none himself, but who had already discreetly asked for one several times. This enabled him, too, to concentrate fully on the minister’s lessons again afterwards.
The measures imposed by the occupiers soon became clear. The first consistory meeting after the German invasion took place on June 2, 1940. One of the consistory members present, an army officer, had been released from captivity shortly before.
In September, the occupier announced that the consistory was not permitted to provide financial assistance to unemployed members of the congregation who were eligible for the Arbeitseinsatz (forced labor). In November, it was announced that the Germans had established their organization, ‘Winterhulp’, to provide financial resources to those in need. They also wanted to take over the church’s diaconal work and remove it from the church. The consistory did not cooperate with this.
The consistory also warned members of the congregation not to read neutral newspapers, but to focus exclusively on Christian newspapers and periodicals. The ‘gereformeerde’ Friesch Dagblad was the only newspaper in the Netherlands to stop publishing because it did not want to be subjected to German control. The newspapers had been compelled to do so.
The ‘Labour Service’.
The German Arbeitsdienst (Arbeitseinsatz) was not only intended to put young people to work; it also sought to educate them in the Nazi spirit. For young people who had registered for it, an Arbeitslager was established near Balk, at Kippenburg: Kamp Wyldemerk.
Rev. De Boer also occasionally asked permission to speak with the internees. This was prohibited. Only when someone was ill was he permitted to receive a church delegation. Church attendance, however, was tolerated unofficially.
The Germans had the annoying habit of making the internees march in procession through Balk on Sundays during church services, with a great deal of noise. The new camp commander proved receptive to the complaints of the consistory and put an end to this.
Life in the Congregation.
In 1941, a consistory delegation visited one of the members of the congregation twice. This man had previously served as a member of the consistory on several occasions. The first visit took place after he had organized a Frisian play. Acting was not popular in ‘gereformeerde’ circles at that time—quite the contrary. But the man had no intention of admitting that he had done anything wrong, because he saw nothing wrong with it. Moreover, he said, it was a play written by a well-known Christian author.
When the consistory heard again in 1942 that a Frisian play was going to be performed, another consistory delegation went to the organizer. Once again, he declared that he intended to continue with it. Later, the consistory had to conclude with disappointment that several members of the congregation had attended the play.
The consistory believed that acting in itself was not sinful, but because it ‘could not be practiced without great danger of sin’, Christians should avoid it. The theatrical performances nevertheless continued as usual, even after participation had been warned against from the pulpit.
In 1944, the issue of the Liberation (Vrijmaking) was being debated within the ‘gereformeerde’ church world. This concerned differences of opinion regarding the understanding of baptism and the covenant. In Balk and Wijckel, this issue played hardly any role. Elsewhere in the country, however, people separated themselves from the ‘Gereformeerde’ Churches, in some churches in large numbers. They established the ‘Gereformeerde’ Churches (Liberated).
In Balk, too, several writings by ‘followers of Dr. Schilder’, the leader of the Liberation, appeared. As a counterweight, the consistory decided to order one hundred copies of a pamphlet in which the General Synod explained how it believed the matter should be understood.
The church’s finances, incidentally, were doing reasonably well during the war years. This prompted the consistory to inform the members of the congregation that it had decided to establish a building fund in advance. More about this later.
On April 17, 1945, the Canadians and British entered Balk and the village was liberated.
After the War.
In 1946, according to the minutes books, the two consistories were clearly positive about the youth. It was noted that ‘excellent’ work was being done in the youth associations.
‘It makes us humble when we see the young people so independently engaged in studying and discussing God’s Word, our confessional writings, and political and social issues. Their desire for salvation can be observed in our boys and girls, as can the enthusiasm with which they present their subjects and ask and answer their questions.’
On March 25, 1946, the ‘Gereformeerd’ Church Choir was founded. It existed for approximately ten years, until 1956. The choir participated in evangelistic services and in special church services at Easter, Pentecost, and Christmas. The choir presumably came to an end because many young people left Balk, primarily for work or study. As a result, its membership declined considerably.
The Women’s Association (1949).
There were not only youth associations. In 1949, the ‘Gereformeerde’ Women’s Association ‘Serve the Lord with Gladness’ was also founded in Wijckel. Thirteen women had signed up immediately. They paid a membership fee of 30 cents per meeting.
One of the Women’s Association’s objectives was to make handicrafts for the church. But there was also study. In addition to giving ‘introductions’ on a particular subject and discussing them, the women devoted themselves to visiting members of the congregation who were in hospital.
The women also raised money by organizing all kinds of activities. The proceeds were used to finance outings, but also to pay for the furnishing of the consistory room. Furthermore, their activities contributed to the ‘wind supply’ for the organ (a ‘wind motor’ was purchased), a new coal storage area, a toilet, the refurbishment of the church doors, and new chairs and lighting for the meeting room.
A Women’s Association was also founded in Balk in 1949, under the name ‘Pray and Work’. In 1965, the Balk association joined the national Association of ‘Gereformeerde’ Women’s Associations. It thereby became the 900th affiliated association.
Rev. De Boer said farewell to the churches of Balk and Wijckel on October 5, 1947. The consistories discussed whether they should jointly call another minister or whether each church should look for a minister independently.
In Balk, however, there was not enough money for this. A still immature plan to call two ministers together with the church of Sloten was also not carried out. Eventually, it was agreed that they would once again jointly call a minister.
The Church in Balk Is Renovated (1949).
In Balk, they were in fact planning eventually to call their own minister. They already had a parsonage, and a building fund had also been established to construct a new church in the future or renovate the existing church and provide a (different) minister’s residence.
On the Harichster Stikke, the consistory of Balk purchased a house with sufficient space behind it for the future construction of a new church. The house was retained for later use for the time being.
Because the financial situation of the church in Balk improved after the war, they initially wanted to proceed with the renovation of the existing church. For this purpose, a three-meter-wide strip of land behind the church was purchased in 1949. Veldman carpentry company from Wijckel was commissioned to renovate the church.
A small meeting room was built behind the church, together with the necessary facilities. The consistory room at the front of the church and a storage room were incorporated into the church auditorium. The organ was moved to a position above the pulpit, over the new meeting room.
During the renovation, church services were held in the Locality for Christian Interests in Balk.
The work was completed in December 1949. The first service in the renovated church was led, by invitation, by Rev. S.J. de Boer, who came to Balk from Lopik for the occasion. On that occasion, the building committee was renamed the Management Committee.
Rev. G.M.W. Steen (from 1950 to 1953).
Candidate G.M.W. Steen (1923–2005) was ordained in the two churches on May 7, 1950. He lived in the parsonage in Wijckel, since that congregation was still the larger of the two.
For a moment in 1951, there was a threat that he would be called up as an army chaplain, but to the relief of the consistory, this did not happen.
Hymns and Rhythmic Singing.
Something else that did not yet take place in Wijckel was the singing of hymns during church services. This was still not done in either church. Discussions with members of the congregation about this issue did not always proceed easily. There were quite a few opponents. The Psalms came directly from the Bible, they argued. Hymns, on the other hand, had been written by people. But the very slim booklet ‘Eenige Gezangen’ (‘Some Hymns’), which was in use at the time, had been approved by the General Synod for use in worship.
That was also the reason why the consistory of Wijckel finally made the decision in 1953 and introduced the singing of hymns, albeit cautiously at first.
Music also came up for discussion in Balk. In Balk, they had already been singing from the booklet ‘Eenige Gezangen’ for a long time. In 1952, the introduction of rhythmic singing in Balk was also discussed—that is, singing using long and short notes. Not everyone was enthusiastic about this, because until then only notes of equal, long duration had been sung in church. Nevertheless, the consistory decided to begin practicing the rhythmic singing of several psalms specifically designated for this purpose. If there was an ‘R’ after a particular psalm number on the psalm board, you knew what was expected.
The minister did not stay long, because the church of Marknesse in the Northeast Polder, which had been instituted on January 22, 1948, called him, and he accepted. On March 15, 1953, he said farewell to the two churches.
After Rev. Steen’s departure, the consistory of Wijckel decided to call a minister itself, rather than continuing to cooperate with the church of Balk. The ‘gereformeerde’ congregation in Wijckel therefore had to pay a higher church contribution, but they were willing to do so.
1. The ‘Gereformeerde’ Church in Wijckel from 1954 to 1969.
Rev. H. Alting (from 1954 to 1958).
On November 21, 1954, candidate H. Alting (1850–1930) was ordained in Wijckel. The minister took the initiative to establish Wijckel’s first church newsletter of its own. This made it easy to keep the members of the congregation informed about the ups and downs of church life. The church newsletter also benefited the association life of the congregation, which numbered fewer than 350 members. It even told people when the minister and an elder would be coming to visit them at home!
A great deal of attention was devoted to pastoral visitation. The elder and minister who made the visits devoted considerable time to them: they often made two visits in an afternoon and three in an evening, so that everyone would have their turn.
In 1955, discussions were held with the consistory of the ‘Hervormde’ congregation, although not every member of the congregation agreed with this.
In 1955, rhythmic singing also came up for discussion in the church of Wijckel, whereby Psalms and hymns were sung using long and short notes. The Psalms and hymns in Wijckel were still being sung using notes of equal duration. It is not precisely clear when rhythmic singing began in Wijckel, but in 1968 it was introduced at any rate through the introduction of a new psalm book, ‘150 Psalms’, initially intended as a ‘trial edition’.
Rev. Alting received a call from the ‘Gereformeerde’ Church of Uithuizermeeden and accepted it. On April 13, 1958, he left for the Hogeland region.
Rev. A. Groenewegen (from 1958 to 1961).
After consulting the members of the congregation, the consistory immediately set about the process of calling a new minister. They soon found someone. On November 30, 1958, candidate A. Groenewegen (1929–2004) was ordained in the church of Wijckel.
Although it was a good period with this minister, the number of members began gradually but steadily to decline. The main cause was considered to be the declining availability of employment in farming.
The Young Men’s Association of Wijckel celebrated its fiftieth anniversary in 1959. The Girls’ Association also had an anniversary to celebrate: it had been in existence for thirty years.
The minister said farewell on November 5, 1961. He accepted the call extended to him by the ‘Gereformeerde’ Church of Ulrum.
Vacant (from 1961 to 1964).
The members of the congregation were once again asked whether they wanted to call their own minister or whether they should again look for one together with Balk. Having their own minister would once again increase the church contribution.
Based on a stipend of ƒ6,500, with a promise to increase it by ƒ100 each year, they once again chose to have their own minister.
However, it proved difficult to persuade candidates to come and preach as prospective ministers, because they ‘often had a full schedule’. And even when the synod set the stipend for a candidate at ƒ8,250, with annual increases, the consistory called a minister on a stipend that was ƒ1,000 below that amount.
Several times, a collection tour was held throughout the congregation to raise money for this purpose. Eventually, they reached the point where they could decide to call a candidate.
Meanwhile, of course, church activities continued as usual, as did youth work. In 1963, a Parents’ Committee was established, at a time when Rev. A.J. van Dijk (1903–1989) from Sloten was serving as the congregation’s supervising minister (consulent). This Parents’ Committee was tasked with helping to organize and supervise the youth work.
In the 1960s, there was also discussion of establishing an Ecumenical Youth Council. Initially, this operated outside the consistory, but later the consistory also appointed a representative to it.
In 1964, Rev. Van Dijk was also present at a meeting that the ‘gereformeerde’ consistory held with the consistory of the ‘Hervormde’ congregation. That evening, a ‘gereformeerde’ elder gave a presentation on ‘the task of an elder’.
Rev. H.D. de Wit (from 1964 to 1969).
On August 23, 1964, *candidate H.D. de Wit (1929) was ordained in the church of Wijckel. Once the pulpit he had brought with him—originally from a church in The Hague—had been assembled, he could get to work.
In order to free up more time for pastoral visitation and catechism classes, he asked the consistory whether he could participate in the classical preacher-exchange schedule. This meant that he did not have to prepare two sermons every Sunday. The consistory agreed. A small number of members of the congregation, incidentally, did not think this was such a practical decision.
The Organ.
In 1966, the organ broke down! The instrument’s wind motor had accidentally been left running all week, with the result that the thing no longer worked. Although they wanted to have the organ repaired and ƒ1,850 was also collected for this purpose, they eventually decided to purchase an electronic organ instead. It was not until 1970 that the pipe organ was repaired and put back into use. From then on, the electronic organ was used in the community center ‘De Treemter’.
The pipe organ was in need of restoration again in 1978. This was going to cost a considerable amount of money. An organ fund was established, and money was raised through various activities. In 1979, the work was completed at a cost of ƒ25,500.
Discussion Groups.
As early as 1967, interchurch discussion groups were organized in the church of Balk. The joint Protestant ministers and the Roman Catholic priest were the initiators.
The consistories also increasingly began consulting one another. Not only the ‘Hervormde’ Congregation and the ‘Gereformeerde’ Churches were involved, but also the Mennonite Congregation and the Parish Council.
Meanwhile, the membership of the church of Wijckel continued to decline. This was partly why Rev. H.D. de Wit became the last minister of his own to be called exclusively by the church of Wijckel.
On April 6, 1969, he said farewell and left for the church of Kollum.
Part 4 (conclusion) will follow soon.