Jeugdzorgwerk in drie Zaandamse clubhuizen

Hoe het er in het begin van de jaren ’60 uit zag.

Eerder besteedden we aandacht aan het evangelisatiejeugdwerk van de Gereformeerde Kerk te Enschede in de jaren’60 van de vorige eeuw. Hieronder belichten we in grote lijnen dat van de Gereformeerde Kerk te Zaandam in dezelfde periode.

De Vinkenstraatkerk (1887-1975) te Zaandam, een van de gereformeerde kerken die in de tijd van dit verhaal dienst deden (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Na de oorlog werd in de jaren ’50 en ’60 een begin gemaakt met het op modernere leest schoeien van het evangelisatiewerk. Daartoe riep ook het landelijk evangelisatiecentrum op, dat ‘harde noten kraakte’ over het traditionele evangelisatiewerk dat tot dan toe (met alle goede bedoelingen!) werd gedaan.

Ds. Lucas Lindeboom.

Het evangelisatiejeugdwerk van de Gereformeerde Kerk te Zaandam is vooral door de arbeid van ds. Lucas Lindeboom (1845-1933) uitgegroeid tot belangrijk kerkelijk werk. Hij was  van 1873 tot 1883 predikant van de kerk te Zaandam, en vanaf 1883 tot zijn emeritaat in 1917 hoogleraar was aan de Theologische School te Kampen. Dat diens voorliefde voor het evangelisatiewerk opviel blijkt uit hetgeen de eerste druk van de Christelijke Encyclopedie over hem meldt: “De missionaire roeping der kerk was in hem vlees en bloed geworden. Als predikant van ‘s-Hertogenbosch [van 1866 tot 1873] en Zaandam zag hij de gehele plaats met omgeving als het hem door zijn Zender toegewezen arbeidsterrein”.

Ds. Lucas Lindeboom (1845-1933) stond van 1873 tot 1883 in Zaandam.

De predikant deed in Zaandam vaak van zich spreken door felle debatten met socialisten, waarvan de evangeliserende werking  voor de predikant het belangrijkste doel  was. Een van degenen met wie ds. Lindeboom  de degens kruiste was de bekende vroegere vrijzinnig-hervormde dominee F. Domela Nieuwenhuis (1846-1919).   De debatavond van  5 januari 1885 in Zaandam werd zeer bekend; ds. Lindeboom was toen overigens al hoogleraar in Kampen. De avond werd geleid door zijn opvolger in Zaandam, ds. M.J. van der Hoogt (1853-1919). De aanleiding tot het debat was Domela’s uitgave van een socialistische scheurkalender, waarmee hij wilde aantonen hoeveel aanknopingspunten de bijbel wel niet gaf voor het socialistische gedachtegoed.

Ds. Lindeboom toonde aan dat Domela in zijn scheurkalender de Bijbelteksten uit hun verband rukte en ze lichtvaardig gebruikte. Domela vond dat juist in de christelijke wereld veel onrechtvaardigheid voorkwam. Lindeboom repliceerde dat dat niets zei over de boodschap van Jezus. Hij wees er trouwens ook op dat ‘wij als christelijk-gereformeerden zo’n vijftig jaren geleden met tranen uit de hervormde kerk gestapt zijn [in de tijd van de Afscheiding van 1834]. Onze gemeente in Zaandam heeft bewezen dat het anders kan: onze gemeenschap betaalt meer dan fl. 2.000 per jaar aan broeders en zusters die nooddruftig zijn. Een bedrag dat goeddeels door werklieden wordt opgebracht’.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919).

Domela antwoordde dat  hij geen zin had om woorden in de bijbel te verdraaien, omdat dat boek voor hem geen enkele waarde meer had. Wel wees hij erop dat de eerste christenen als socialisten leefden, zoals in de bijbel in Handelingen  2 vers 44 en 45 wordt aangegeven:  “En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen; en zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had”.

Lindeboom vroeg hem toen waarom hij – ondanks dat hij verklaard had dat de bijbel voor hem van nul en generlei waarde meer was – toch de bijbel gebruikte om anderen van zijn gelijk te overtuigen. Lindeboom ontkende de wanverhoudingen tussen patroons en hun werknemers niet. “Ik heb daartegen tien jaar gepreekt. Overal in het leven van de mens heersen wanverhoudingen. Maar men lost niets op als men de zelfzucht voedt, haat en nijd zaait, zoals uw scheurkalender doet. Dan is revolutie het gevolg . En de aarde wordt een bloedbad”.

Een jeugdhavenpredikant.

Maar nu snel terug naar de jaren ’60 van de twintigste eeuw. De Gereformeerde Kerk te Zaandam kon in 1963 haar derde clubhuis voor de jeugdevangelisatie in gebruik nemen. Zoals gezegd behoorde het gereformeerde evangelisatiejeugdwerk in Zaandam tot het oudste in ons land, al zijn er Gereformeerde Kerken waar het werk ook al van heel lang geleden dateert, zoals onder meer dat in het Groningse Finsterwolde.

Hoe dan ook, al jarenlang werd in Zaandam de jeugd bijeengebracht in ‘weekclubs’ om de kinderen langs die weg met het evangelie in aanraking te brengen. Daarbij werd de geijkte evangelisatiemethode gevolgd van vertelling, liederen leren,  zingen, voorlezen en knutselen, enz.

Na de Tweede Wereldoorlog werd in 1948 de landelijk overkoepelende stichting ‘Evangelisch Herstel en Opbouw’  (E.H. en O.) opgericht, op initiatief van plaatselijke (christelijke) stichtingen voor clubhuiswerk in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Het werk was aanvankelijk sterk missionair van aard. In de loop der jaren kreeg het werk echter een steeds meer maatschappelijk karakter.

Het logo van de ‘Stichting Jeugdhaven Zaandam’.

Op aandringen van de Stichting E.H. en O. en van het  gereformeerde landelijke Evangelisatiecentrum  in Baarn ging men ook in Zaandam er toe over het evangelisatiewerk onder de buitenkerkelijke jeugd op modernere leest te schoeien. Daarbij werd langzamerhand meer ingespeeld op de sociale en maatschappelijke problemen van de jeugd. Daarom werd de ‘Stichting Jeugdhaven Zaandam’ in het leven geroepen, die zich aansloot bij E.H. en O. Daardoor kon van overheidswege subsidie worden verkregen, zodat een flinke uitbreiding van het werk mogelijk werd gemaakt. In 1952 trad mevrouw H.G. Parlevliet aan als vrijwilligster en niet lang daarna als vaste kracht in dienst van de stichting  (later werd zij praktijkleidster  op de Nijenburgh, de school voor gereformeerd maatschappelijk werk te Baarn).

Het werk in Zaandam breidde zich door de oprichting van de Stichting Jeugdhaven Zaandam steeds meer uit, zodat men in 1963 al beschikte over acht betaalde beroepskrachten: een directeur, een hoofdleider, twee hoofdleidsters, twee jeugdleidsters, een assistent-jeugdleidster en een administratrice. En in juni 1963 stelde de stichting zelfs pogingen in het werk om een speciale jeugdhavenpredikant te beroepen, zoals men die bij voorbeeld ook kende in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag.

Een advertentie uit de ‘Nieuwe Leidsche Courant’ van 10 maart 1973.

Drie clubhuizen nodig voor het jeugdzorgwerk.

Het oudste clubhuis van de stichting was ‘De Jeugdhaven’ aan de Sundvalstraat in de Havenbuurt, ingeklemd tussen de winkels, dat ook als kleuterschool gebruikt was en waar ook kerkdiensten gehouden  waren.

De heer J. de Jong te Zaandam schreef over dit evangelisatiegebouwtje een interessant verhaal. De evangelisatie werd algemeen ‘Kerkie’ genoemd, waar de Gereformeerde Kerk, aanvankelijk met vrijwilligers en later ook met betaalde krachten, probeerde te evangeliseren. In het Kerkie was een knutselruimte en een lesgedeelte met banken. Achter het gebouwtje was een keukentje aangebouwd. Er was ook een evangelisatie-uitleenbibliotheek in het Kerkie gevestigd, waarvan veel gebruik gemaakt werd.

Aanvankelijk werden er ’s avonds bijbelverhalen verteld waarna geknutseld werd.  Niet alle clubleiders konden even goed  vertellen en orde houden, maar beide waren wel toevertrouwd aan onderwijzer Wegenreef ‘die het beste kon vertellen van allemaal en nooit moeite had met het orde houden’. Andere leiders waren de heren Baljet, Van Lingen, Vermeulen en Brinkman. De betaalde krachten waren Chefke Dieneke (‘een schat van een vrouw waar we allemaal mee wegliepen’) en onder anderen B. Stavast.

Deur dichtgespijkerd…

De houten gevel van het evangelisatiegebouwtje is hier nog goed te zien (met dank aan de heer J. de Jong te Zaandam).

De evangelisatie had het overigens niet altijd makkelijk in de Havenbuurt. De heer De Jong herinnert zich nog dat de deur van het gebouwtje door kwajongens uit de buurt verscheidene keren met spijkers werd dichtgetimmerd, zodat er niemand meer in of uit kon.

Jaren later werd de houten gevel van het evangelisatiegebouwtje vervangen door een stenen façade, en de houten kozijnen door stalen exemplaren.  Men kwam toen op het idee  dat buurvrouw Klopper – ‘die veel met het kerkje op had’ – de opening van het vernieuwde gebouwtje zou verrichten. Maar… dat ging niet door, want de kerkenraad kwam er achter  dat ze bij de familie Klopper  ‘De Waarheid’ lazen. Een geheel andere Waarheid dan in de Gereformeerde Kerk verkondigd werd. Het was namelijk het dagblad van de toenmalige  ‘Communistische Partij van Nederland‘ (CPN).

Na de verbouwing had het evangelisatiegebouwtje een stenen voorgevel en metalen kozijnen (met dank aan de heer J. de Jong).

Een ‘elektrisch toilet’.

Ondanks alles  had de jeugd het er goed naar de zin. Er werden  ook zomerreisjes gehouden, die een groot succes waren.  Ook kinderen van het andere gereformeerde evangelisatiegebouw,  ’t Vissershop’, gingen mee naar Bilthoven of Putten, vaak het einddoel van de reisjes. In Bilthoven werd op de bovenverdieping van een soort clubgebouw geslapen, waarvan de jonge Jan de Jong destijds nog een tekening  maakte.

Eens verliep het nachtelijk bezoek aan het toilet (een emmer op de slaapzaal)  zeer opzienbarend en luidruchtig. Een van de leiders schreeuwde bij die gelegenheid de hele slaapzaal wakker, waarbij het deksel kletterend naar beneden viel. Het bleek dat de toiletemmer tegen een afrastering van kippengaas stond,  die onder stroom stond…!

De slaapzaal in Bilthoven, getekend door Jan de Jong.

In Putten werd op stro geslapen in een kippenschuur of stal. Daar had de jeugd de beschikking over een groot sportveld en een recreatie- annex eetzaal. Behalve allerlei andere activiteiten werden ook vaak een speciale sportdag, een vossenjacht (in het donkere bos)  en een ‘bonte avond’ georganiseerd. Tot zover enkele gegevens uit het interessante verhaal van de heer De Jong.

Van weekclubwerk naar jeugdzorgwerk.

In dit evangelisatie gebouw De Jeugdhaven aan de Sundvalstraat werd voor het eerst het vooroorlogse weekclubwerk, na de oprichting van de ‘Stichting Jeugdhaven Zaandam’, omgezet in het meer op moderne leest geschoeide jeugdzorgwerk. Dat jeugdzorgwerk had ten doel de kinderen die op de clubs kwamen ‘te begeleiden en te vormen bij hun opgroeien naar volwassenheid, zodat elk kind later als volwaardig mens zijn taak in de maatschappelijk kan vervullen’. Het jeugdhavenwerk zag daarbij ‘God als Opdrachtgever’. Vanuit dat fundament kreeg het werk uiteraard een sterk evangeliserend karakter.

Toen het derde clubhuis (‘De Kolk‘) in gebruik genomen werd (op 7 juni 1963) werd het doel van het evangelisatiewerk door de ‘Stichting Jeugdhaven Zaandam’ als volgt onder woorden gebracht: ‘Jeugdhavenwerk is trachten de maatschappij iets minder onbewoonbaar te maken, de gebreken van de over-organisatie een beetje op te vullen; gereformeerd jeugdhavenwerk is dat alles te doen omdat er geschreven staat: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’.”

 

Het huis bij de pijl was het evangelisatiegebouw ”t Vissershop’ in de Bleekersstraat, dat daarvóór als kerkzaal gebruikt werd (foto: Martin Rep Online).

De overgang van het weekclubwerk naar het jeugdzorgwerk maakte al vrij spoedig naast De Jeugdhaven een tweede clubhuis noodzakelijk,  ”t Vissershop’ in de Bleekersstraat, eveneens in een voormalig kerkgebouwtje, dat later ten dienste van het jeugdzorgwerk verschillende malen werd verbouwd.

In 1963 kwam daar in het noorden van Zaandam het nieuwe clubhuis ’De Kolk’ bij. Zo beschikte de Gereformeerde Kerk van Zaandam toen dus over drie clubhuizen voor het jeugdzorgwerk, verspreid over de stad, tegenover zeven vrij onooglijke lokaaltjes waarin voor de oorlog het weekclubwerk werd verricht.

Zoals gezegd, zijn ‘De Jeugdhaven’ en ”t Vissershop’ verbouwde kerkzaaltjes, wat aan zowel het interieur als het exterieur te zien was. Toen in Zaandam in het begin van de jaren ’50 de Noorderkerk en de Zuiderkerk gebouwd werden, hielden de kerkdiensten in ”t Vissershop’ op.

Heel anders was het met het gloednieuwe gebouw ‘De Kolk’, dat fl. 250.000 aan bouwkosten en inrichting vergde. Voordat het gebouw gerealiseerd was hadden de clubs, die er onderdak vonden, hun bijeenkomsten in een noodlokaaltje moeten houden.

Hoe ‘De Kolk’ er uit zag.

Het ontwerp van het nieuwe clubhuis was van architect Ad Pontier. Sommigen vonden het jammer dat het een beetje weggestopt was achter de Noorderkerk aan de Heijermansstraat, zodat het fraaie uiterlijk huns inziens niet voldoende tot zijn recht kwam. Maar de verkrijging van de benodigde grond was nu eenmaal een groot probleem voor de stichting.

Een tekening van het jeugdzorggebouw ‘De Kolk’ achter de Noorderkerk (tekening: Centraal Weekblad).

Hoe zag het gebouw er uit? Een ooggetuige vertelde het volgende:

Men kwam het gebouw binnen via een centrale hal, waarin zich een garderobe en een aantal toiletten bevonden. In de ruime hal was ruimschoots gelegenheid voor onderling contact. Vanuit de hal bevond zich aan de rechterkant een grote sportzaal die ook voor toneelbijeenkomsten en dergelijke gebruikt kon worden. Vanuit de hal linksaf trof men een lange gang waaraan links het ‘bureau’ van het clubhuis gesitueerd was, met recht daartegenover een grote leskeuken, voorzien van de modernste snufjes.

Verder de gang in lopend trof men links en rechts tegenover elkaar twee royale clublokalen aan voor de jonge jeugd van ongeveer zes tot dertien jaar. Het ene lokaal was bestemd voor de jongens en het andere voor de meisjes. De inrichting was dan ook dienovereenkomstig. Helemaal aan het eind van de gang bevond zich een grote zaal waar de activiteiten voor de oudere jeugd plaatsvonden. Ook wilde men clubs voor ouders en voor andere belangstellenden oprichten, die ook in deze grote zaal zouden kunnen worden ondergebracht.

Een foto van een deel van ‘De Kolk’ (foto: Centraal Weekblad).

Het nieuwe clubhuis De Kolk werd gefinancierd door het afsluiten van een lening. Dit werd mogelijk gemaakt doordat de stichting op royale schaal overheidssubsidie ontving, namelijk voor de exploitatie 40% van het Rijk, 35% van de burgerlijke gemeente, en 5% van de provincie. De resterende 20% werd gedragen door de Gereformeerde Kerk te Zaandam. Dat dit laatste op de begroting van de kerk geen sinecure was bleek wel uit het feit dat de exploitatierekening in het begin van de jaren ’60  schommelde rond de honderdduizend gulden, zodat dit voor de kerk altijd nog een jaarlijkse ‘last’ van fl. 20.000 betekende.

Bij het werk werd steeds getracht zo veel mogelijk gezinnen te bereiken om de kinderen in hun totaliteit te kunnen ‘vatten’. Via de drie clubhuizen werden in 1963 ongeveer 325 gezinnen bereikt met een totaal van ongeveer 425 kinderen. Gezien de voorkeur voor het gezinswerk – dus niet alleen op de jeugd gericht, maar ook op hun directe omgeving, hun gezinnen – gaf men bij de aanmelding van nieuwe leden voor de clubs steeds zoveel mogelijk voorrang aan kinderen die al broertjes of zusjes op een of andere club hadden.

Bronnen onder meer:

M.M.P. Cornelissen, Purper en preken rond Purmer en Beemster, Eerste deel. Purmerend, 1976

H. Fidder, Zaandams jeugdzorgwerk nu in drie clubhuizen. In: Centraal Weekblad voor de Gereformeerde Kerken in Nederland, 11e jrg., nr. 25, 22 juni 1963

J. de Jong, Buitenbeentje in het Havenkwartier. Een tijdsbeeld uit de jaren 1940-1960 van een buitenwijk van Zaandam. Zaandam, 2011

De website Martin Rep Online.

© 2020. GereformeerdeKerken.info