Een aanzet tot een geschiedschrijving van deze kerk.
De Gereformeerde Kerk in het Noord-Hollandse Zunderdorp (direct ten noorden van Amsterdam) werd op 8 januari 1893 (en niet op 15 februari dat jaar, zoals overal vermeld wordt) geïnstitueerd als Gereformeerde Kerk, voortgekomen uit de Dolerende Kerk te Buiksloot.

Inleiding.
Over de Gereformeerde Kerk in Zunderdorp werd nauwelijks geschreven. Er bestaan geen kerkelijke gedenkboeken over, zodat het nu volgende verhaal slechts kon worden samengesteld uit een aantal bijeengezochte (betrouwbare) korte flitsen van de historie van die kerk. Daarom is het nu volgende artikel dan ook niet meer dan een eerste aanzet tot de geschiedschrijving, in de hoop dat aan de hand van de archieven van die kerk later een goed verhaal op schrift gesteld kan worden.
Naar de kerk in Buiksloot.
Vóór de Doleantie kerkten de hervormde inwoners van Zunderdorp in de hervormde Dorpskerk in Zunderdorp. Maar in 1886 ontstond in ons land de tweede orthodoxe uittocht uit de hervormde kerk, die we de Doleantie zijn gaan noemen. Deze stond landelijk onder leiding van dr. A. Kuyper (1837-1920). Ook in Zunderdorp waren hervormde gemeenteleden die het – net als de andere Dolerenden – met de gang van zaken in de hervormde kerk niet eens waren: daarbij ging het vooral om de centralistische hervormde kerkregering (die al gauw ‘synodale hiërarchie’ genoemd werd) en het door de kerkelijke besturen ongehinderd laten voortwoekeren van de vrijzinnigheid in die kerk.

Toen dan ook in het naburige Buiksloot op 21 december 1888 de Doleantie ontstond, besloten verontruste hervormden van Zunderdorp op zondag hun eigen hervormde kerk links te laten liggen en naar de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende) van Buiksloot te gaan om daar de diensten bij te wonen. Deze werden aanvankelijk in de plaatselijke Christelijke School gehouden. Men had in Buiksloot niet direct een eigen predikant, maar naast het houden van ‘leesdiensten’ (waar een ouderling de dienst leidde en een ‘gereformeerde preek’ voorlas) kwamen ook gastpredikanten naar Buiksloot, zoals zo nu en dan ook Dolerende predikanten uit het naburige Amsterdam.
Een pakhuis van de Zaanstreek naar Zunderdorp.
In 1892 had broodbakker Jan Kok uit Zunderdorp een grotere bergruimte nodig voor zijn fouragehandel, bestemd voor de opslag van geperst hooi, stro en veevoer. Hij had het geluk dat in die tijd nogal wat te kleine houten pakhuizen leeg en te koop stonden en langzamerhand vervangen werden door grotere stenen gebouwen. De oorzaak daarvan was meestal de komst van de stoommachine, die een grotere capaciteit had dan de windmolen. Zo kon Jan Kok (die met zijn vrouw Anna Proper en hun vier kinderen bij hun bakkerij in Zunderdorp woonden) waarschijnlijk in de Zaanstreek zo’n pakhuis (uit omstreeks 1860) op de kop tikken. Hij liet het afbreken en naar Zunderdorp overbrengen om het daar weer op te bouwen aan het Achtergouwtje.

De Gereformeerde Kerk te Zunderdorp geïnstitueerd (1893).
Intussen was op 17 juni 1892 een landelijke ineensmelting (‘Vereniging’) tot stand gekomen tussen de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (respectievelijk afkomstig uit Afscheiding en Doleantie). De samengevloeide kerken noemden zich De Gereformeerde Kerken in Nederland.
Jan Kok was een gereformeerd man. Ook hij had geen vrede met de gang van zaken in de hervormde kerk en ook hij had sinds enkele jaren de Dolerende kerk in Buiksloot bezocht. Maar toen het groepje gereformeerden in Zunderdorp groeide zette hij zich, samen met enkele andere mannen in Zunderdorp, in voor de instituering van een eigen Gereformeerde Kerk in het dorp. De kerkenraad van Buiksloot ging er mee akkoord.

Op zondag 8 januari 1893 kwam de consulent, ds. A. van Dijken (1864-1931) van Marken, naar het Achtergouwtje in Zunderdorp. Als ouderlingen waren eerder S. Zand en Jan Kok gekozen en als diaken D. Steensma. Ds. Van Dijken bevestigde hen op zondag 8 januari 1893 in het ambt. Direct na de kerkdienst kwam de splinternieuwe kerkenraad bijeen en ‘verleende opnieuw kracht en geldigheid aan de nimmer afgeschafte gereformeerde Kerkorde’, zijnde de Dordtse Kerkorde, en schafte tegelijk het door de koning in 1816 aan de hervormde kerk opgedrongen ‘Algemeen Reglement voor het bestuur van de Hervormde Kerk’ af. Als scriba werd ouderling Jan Kok aangewezen.

Op 2 februari 1893 vertelde ds. Van Dijken op de classis hoe het in Zunderdorp toegegaan was bij de instituering van Gereformeerde Kerk. De classis besloot de kerk van Zunderdorp ‘op te nemen in de classis Edam’.
Een eigen kerk en kerkelijk leven!
Ondertussen waren stemmen opgegaan voor het verkrijgen van een lokaal voor het houden van de kerkdiensten. Ouderling Jan Kok bood toen zijn pakhuis aan. Wekelijks werd laat op de zaterdagavond een gedeelte van het pakhuis schoongemaakt en ingericht voor de diensten op zondag. Men zat er op banken en planken. Niet veel later (ook in 1893) schonk Kok het pakhuis zelfs aan de kerk. Men had nu een eigen kerk!
De kerk van Zunderdorp deed volop mee aan het kerkelijk leven binnen De Gereformeerde Kerken in Nederland. Zo collecteerde men bijvoorbeeld jarenlang regelmatig in de kerk voor de bekostiging van de Theologische School in Kampen, die in 1854 was opgericht door de Christelijke Afgescheidene Kerk. Maar ook incidentele giften werden gegeven. Zo vond op 1 december 1893 uit de kust bij het Friese Wierum tijdens een zware storm op de Waddenzee een scheepsramp plaats, waarbij maar liefst 22 (ook veel gereformeerde) vissers om het leven kwamen. Aan de daardoor ook zwaar getroffen kerk van Wierum moest hulp geboden moest worden. De kerkenraad stuurde fl. 2,50 (een behoorlijk bedrag voor die tijd, zeker voor de kleine kerk als die van Zunderdorp was).

Er was ook verder van alles te regelen. In november 1893 vroegen de kerkenraden van Zunderdorp en het nabijgelegen Holysloot aan de classis om een grensregeling voor beide kerken te maken. Het zal de kerk van Holysloot ongetwijfeld enkele leden hebben gekost: een deel van het kerkelijk territoir van Holysloot behoorde sinds 8 januari 1893 immers tot de nieuwe kerk van Zunderdorp! De classis stemde er mee in. Niet lang daarna kwam men een definitieve regeling overeen.
De institueringsdatum.
Er bestond althans buiten Zunderdorp kennelijk geen zekerheid over de juiste institueringsdatum. Werd bijvoorbeeld in het landelijk kerkelijk Jaarboek van 1905 opgemerkt dat de kerk van Zunderdorp al in 1892 was geïnstitueerd, in het Jaarboek van 1944 wordt voor het eerst (en dan definitief) vermeld dat de institueringsdatum 15 februari 1893 was. Waarop die datum gebaseerd is konden we niet achterhalen. Hoe dan ook, die datum bleek evenmin juist. Op grond van mededelingen van de kerkenraad zélf (in De Bazuin van 20 januari 1893 – zie hierboven) kan nu definitief vastgesteld worden dat de institueringsdatum van de Gereformeerde Kerk te Zunderdorp 8 januari 1893 is. In de kerkenraadsmededeling werd namelijk opgemerkt dat op die zondag de ouderlingen en de diaken in hun ambt bevestigd werden door ds. A. van Dijken van Marken. Als officiële institueringsdatum van een Gereformeerde Kerk geldt namelijk de dag waarop de kerkenraad in het ambt bevestigd is.
De kerk en de classis.
De Gereformeerde Kerk te Zunderdorp behoorde aanvankelijk, zoals we al zagen, tot de Classis Edam, werd in 1970 ingedeeld bij de Classis Amsterdam en vond in 1993 onderdak bij de Classis Zaandam.
‘Gansch onaannemelijk…’
Al in 1894 oordeelde de classis dat de drie kleine kerken Nieuwendam, Buiksloot en Zunderdorp beter konden worden gecombineerd om zo samen één dominee te beroepen. Nieuwendam wilde dat niet en beriep zélf een predikant: ds. P.A. Lanting (1836-1915). In Zunderdorp verschilden de meningen erover en eigenlijk was men in Buiksloot best blij dat het niet doorging. Toen de kerk van Nieuwendam in mei 1895 zelfs voorstelde de kerken te Buiksloot en Zunderdorp geheel op te heffen en, hup, bij Nieuwendam te voegen, ‘werd dat voorstel als gansch onaannemlijk verworpen’.

Alles goed en wel, maar de kerk van Zunderdorp was ondertussen wél klein en kwam vanwege de Classis en de Particuliere Synode van Noord-Holland zelfs in aanmerking voor financiële steun op grond van de regeling ‘Hulpbehoevende Kerken’, waarvan Zunderdorp er een was. ‘Hulpbehoevende Kerken’ kregen financiële steun van andere Gereformeerde Kerken in de regio, om het kerkelijk leven financieel gezien draaiend te kunnen houden. Het duurde dan ook nog meerdere jaren voordat men in Zunderdorp kon overgaan tot het beroepen van een dominee, maar dan ook nog alleen in combinatie met een andere kerk.
Een Jongelingsvereniging.
Kort na de instituering van de Gereformeerde Kerk te Zunderdorp werd ook een Jongelingsvereniging opgericht. Het was de bedoeling dat jongens vanaf 16 jaar zich zouden bekwamen in het discussiëren over allerlei onderwerpen die met de bijbel en het kerkelijk leven of met de christelijke politiek te maken hadden, en ook werden de degens gekruist over maatschappelijke onderwerpen, maar dan wel bezien vanuit strikt gereformeerde beginselen! In 1895 bestond de Jongelingsvereniging in elk geval al, en de club droeg de naam ‘Jozua’.
Combinaties met andere kerken.

De kerk van Zunderdorp was te klein om zelfstandig een predikant te kunnen beroepen. Daarvoor had men geen geld genoeg. Daarom werd een combinatie aangegaan met andere kleine kerken in die omgeving. Achtereenvolgens waren dat de Gereformeerde Kerk te Buiksloot (van 1901 tot 1916, toen ds. Schweitzer predikant was); de Gereformeerde Kerk te Nieuwendam (van 1919 tot 1922, toen ds. Wentsel er predikant was), en de Gereformeerde Kerk te Holysloot (van 1931 tot 1949, toen achtereenvolgens ds. Dokter en ds. Uidam aan beide kerken verbonden waren). Sinds 1949 bleef de kerk van Zunderdorp vacant. De combinatie met de kerk van Holysloot bleef daarna overigens gewoon voortbestaan; ze duurde tot 1997. In de vacante periode gingen onder meer classispredikanten voor, die om beurten ook als consulent dienst deden.
Ds. A. Schweitzer (van 1901 tot 1916).

De kerkenraden van Buiksloot en Zunderdorp besloten dus te gaan samenwerken om een predikant te beroepen. Het beroepingswerk werd in maart 1897 al ter hand genomen. Het vierde beroep dat werd uitgebracht werd (in 1901) aangenomen.

Het houten huis naast de kerk, Achtergouwtje 4, werd de predikantswoning. Daar kwam de eerste predikant te wonen, in de persoon van ds. A. Schweitzer (1872-1943), die op 10 november 1901 intrede deed en tot 1916 predikant was van beide dorpen.
De kerk wordt verbouwd (1904).

Weliswaar had de gemeente van Zunderdorp sinds 1893 een eigen onderkomen, het vroegere pakhuis van Jan Kok, maar het was ‘een donkere en lage schuur’ waarin men (sinds 1893) in 1904 dus al meer dan tien jaar samenkwam. Vandaar dat de kerkenraad zich beraadde over plannen om de kerk te verbouwen c.q. te restaureren. Daarbij hoopte men ook op de milddadige gaven van de andere Gereformeerde Kerken in het land. De kerkenraad vroeg en kreeg toestemming van de Classis en van de Particuliere Synode om ook buiten het eigen kerkelijk ressort financiële hulp te vragen. In landelijke kerkelijke bladen, zoals De Heraut en De Bazuin, verschenen dan ook verzoeken om hulp.

Ondertussen werd de behoorlijk ingrijpende verbouw van de kerk aangepakt. Zo werd onder meer de verdiepingsvloer er uit gehaald, zodat het gebouw uiteindelijk van een ‘lage donkere schuur’, een ‘ruim vriendelijk kerkje’ werd. Dat kostte veel geld. Beliep de jaarlijkse begroting van de kerk in die tijd ongeveer fl. 700, in november 1904 was er nog fl. 300 tekort om alleen al de verbouw van de kerk te kunnen betalen! Vandaar dat opnieuw gevraagd werd om hulp.
© 2016. GereformeerdeKerken.info
Translation into English:
The ‘Gereformeerde’ Church in Zunderdorp (1).
A first attempt at writing the history of this church.
The ‘Gereformeerde’ Church in the North Holland village of Zunderdorp (just north of Amsterdam) was instituted on January 8, 1893 (and not on February 15 of that year, as is commonly stated), as a ‘Gereformeerde’ Church originating from the Doleantie Church in Buiksloot.
Introduction.
Hardly anything has been written about the ‘Gereformeerde’ Church in Zunderdorp. No commemorative church books exist, so the following account could only be compiled from a number of gathered (reliable) short glimpses from the history of that church. Therefore, the following article is no more than a first attempt at writing its history, in the hope that, based on the church archives, a proper and complete account may later be put into writing.
Going to church in Buiksloot.
Before the Doleantie, the ‘hervormde’ inhabitants of Zunderdorp attended services in the ‘hervormde’ village church in Zunderdorp. However, in 1886 a second orthodox secession from the ‘Hervormde’ Church arose in our country, which came to be known as the Doleantie. Nationally, it was led by Dr. A. Kuyper (1837–1920).
There were also members in Zunderdorp who—like the Dolerenden—disagreed with the situation in the ‘Hervormde’ Church. The main issues were the centralized church governance (soon called “synodical hierarchy”) and the unchecked spread of liberal theology within the church.
When the Doleantie arose in nearby Buiksloot on December 21, 1888, concerned members from Zunderdorp decided on Sundays to leave their own church and instead attend services at the Nederduitsche Gereformeerde Kerk (dolerende) in Buiksloot. These services were initially held in the local Christian School. Buiksloot did not immediately have its own minister; besides “reading services” (where an elder led the service and read a ‘gereformeerde’ sermon), guest ministers also came, including, from time to time, Doleantie ministers from nearby Amsterdam.
A warehouse from the Zaan region to Zunderdorp.
In 1892, baker Jan Kok from Zunderdorp needed a larger storage space for his fodder business, intended for storing pressed hay, straw, and animal feed. Fortunately, at that time many small wooden warehouses stood empty and were for sale, gradually being replaced by larger brick buildings. This was mostly due to the introduction of the steam engine, which had greater capacity than windmills.
Jan Kok (who lived with his wife Anna Proper and their four children at their bakery in Zunderdorp) was likely able to purchase such a warehouse (dating from around 1860) in the Zaan region. He had it dismantled and transported to Zunderdorp, where it was rebuilt at the Achtergouwtje.
The ‘Gereformeerde’ Church in Zunderdorp instituted (1893).
Meanwhile, on June 17, 1892, a national merger (“Union”) had taken place between the Christian ‘Gereformeerde’ Church and the Nederduitsche Gereformeerde Churches (originating respectively from the Secession and the Doleantie). The united churches called themselves The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands.
Jan Kok was a ‘gereformeerde’ man. He too was dissatisfied with the situation in the ‘Hervormde’ Church and had been attending the Doleantie church in Buiksloot for several years. As the group of ‘gereeformeerde’ believers in Zunderdorp grew, he—together with several other men—worked toward establishing their own ‘Gereformeerde’ Church in the village. The church council of Buiksloot agreed.
On Sunday, January 8, 1893, the advisor (consulent), Rev. A. van Dijken (1864–1931) from Marken, came to the Achtergouwtje in Zunderdorp. Earlier, S. Zand and Jan Kok had been elected as elders, and D. Steensma as deacon. Rev. Van Dijken installed them into office on that day. Immediately after the service, the brand-new church council convened and “once again granted force and validity to the never-abolished ‘gereformeerde’ Church Order,” namely the Church Order of Dordrecht, and at the same time abolished the “General Regulation for the Governance of the ‘Hervormde’ Church” imposed by the king in 1816. Elder Jan Kok was appointed clerk.
On February 2, 1893, Rev. Van Dijken reported to the classis how the institution of the church in Zunderdorp had taken place. The classis decided to admit the church of Zunderdorp into the Classis Edam.
A church of their own and church life!
Meanwhile, voices had been raised calling for a place to hold services. Elder Jan Kok then offered his warehouse. Each Saturday evening, part of the building was cleaned and arranged for Sunday services. People sat on benches and planks. In 1893 Kok even donated the warehouse to the church. They now had their own church!
The church in Zunderdorp actively participated in church life within The ‘Gereformeerde’ Churches in the Netherlands. For example, collections were regularly taken for the Theological School in Kampen, founded in 1854 by the Christian Seceded Church. Occasional donations were also given. On January 10, 1893, a shipwreck occurred off the coast near the Frisian village of Wierum during a heavy storm on the Wadden Sea, killing no fewer than 83 fishermen. Aid had to be given to the severely affected church of Wierum. The church council sent 2.50 guilders—a considerable amount for that time, especially for such a small church as Zunderdorp.
There were many other matters to arrange. In November 1893, the church councils of Zunderdorp and nearby Holysloot asked the classis to establish a boundary arrangement. This likely cost Holysloot some members, since part of its territory now belonged to the new church of Zunderdorp. The classis agreed, and shortly thereafter the arrangement was settled.
The date of institution.
Outside Zunderdorp, there was apparently uncertainty about the correct date of institution. For example, the national church yearbook of 1905 stated that the church had been instituted in 1892, while the 1944 yearbook first (and thereafter definitively) mentioned February 15, 1893. The basis for that date could not be determined.
However, that date also proved incorrect. Based on statements from the church council itself (in De Bazuin of January 20, 1893), it can now be definitively established that the correct date is January 8, 1893. The report noted that on that Sunday the elders and deacon were installed by Rev. Van Dijken. The official date of institution of a ‘Gereformeerde’ Church is the day on which its church council is installed.
The church and the classis.
Initially, as mentioned, the ‘Gereformeerde’ Church in Zunderdorp belonged to the Classis Edam. In 1970 it was transferred to the Classis Amsterdam, and in 1993 it came under the Classis Zaandam.
“Entirely unacceptable…”
As early as 1894, the classis judged that the three small churches of Nieuwendam, Buiksloot, and Zunderdorp would be better off combining to call one minister together. Nieuwendam refused and called its own minister, Rev. P.A. Lanting (1836–1915). In Zunderdorp opinions were divided, while in Buiksloot there was quiet relief that the plan did not proceed.
When, in May 1895, Nieuwendam even proposed dissolving the churches of Buiksloot and Zunderdorp entirely and merging them into Nieuwendam, “that proposal was rejected as entirely unacceptable.”
Nevertheless, the church in Zunderdorp was small and qualified for financial support under the scheme for “Needy Churches.” Such churches received support from other ‘Gereformeerde’ Churches in the region to keep their church life going financially. It therefore took several more years before Zunderdorp could call a minister, and even then only in combination with another church.
A Young Men’s Society.
Shortly after the church was instituted, a Young Men’s Society was founded. Its purpose was for boys aged sixteen and older to train in discussing topics related to the Bible, church life, Christian politics, and social issues—viewed strictly from ‘gereformeerde’ principles. By 1895 the society already existed and was called “Joshua.”
Combinations with other churches.
The church in Zunderdorp was too small to support its own minister. Therefore, it entered into combinations with other small churches in the area:
- with Buiksloot (1901–1916, during Rev. Schweitzer’s ministry),
- with Nieuwendam (1919–1922, during Rev. Wentsel’s ministry),
- with Holysloot (1931–1949, during the ministries of Rev. Dokter and Rev. Uidam).
After 1949, the church in Zunderdorp remained vacant. However, the combination with Holysloot continued until 1997. During the vacancy, ministers from the classis took turns leading services and serving as advisors.
Rev. A. Schweitzer (1901–1916).
The church councils of Buiksloot and Zunderdorp decided to cooperate in calling a minister. The calling process began in March 1897. The fourth call extended (in 1901) was accepted.
The wooden house next to the church at Achtergouwtje 4 became the parsonage. The first minister, Rev. A. Schweitzer (1872–1943), moved in and began his ministry on November 10, 1901, serving both villages until 1916.
The church is renovated (1904).
Although the congregation had had an own building—the former warehouse of Jan Kok—it was still “a dark and low shed” in which they had gathered for more than ten years.
Therefore, the church council considered plans to renovate or restore the building, hoping for generous contributions from other ‘Gereformeerde’ Churches. Permission was requested and granted by the classis and the provincial synod to seek financial support beyond their own region. Appeals for help were published in national church periodicals such as De Heraut and De Bazuin.
The renovation proceeded. Among other changes, the upper floor was removed, transforming the building from a “low dark shed” into a “spacious and pleasant little church.” This cost a great deal of money. While the church’s annual budget was about 700 guilders, by November 1904 there was still a shortfall of 300 guilders just to pay for the renovation. Hence, further appeals for help were made.
Part 2 will follow soon.
