De eerste kerkelijke vergaderingen van de ‘Christian Reformed Church’.
( < Naar deel 31 – Back to Part 31 ) – In onze serie over de kerkelijke vergaderingen van de naar Amerika geëmigreerde Afgescheidenen, sinds 1857 behorende tot de toen opgerichte Christian Reformed Church (zoals nader uitgelegd in deel 1), gaan we verder met de vergadering van 12 december 1866. Tussen [] staan verhelderende of aanvullende opmerkingen van de redactie van GereformeerdeKerken.info.
Classicale Vergadering gehouden te Vriesland 12 december 1866.
Art. 1. De vergadering is geopend met het gebed na het zingen van psalm 68 vers 14 door ds. van Leeuwen als Praeses naar de beurt.
Art. 2. Als afgevaardigden waren tegenwoordig:
Uit Graafschap – D.J. van der Werp, leraar, Hk. Strabbing, ouderling;
Holland – A. Krabshuis, C. Pik als ouderling verkozen;
Zeeland – T. van den Bosch, ouderling, R. Brinks, diaken;
Grand Rapids – W.H. van Leeuwen leraar, J. de Jonge, ouderling;
Grand Haven – H. Bartels en C. Noordhuis als ouderling verkozen;
Pella – A. Nultenbok, ouderling, Jb. van den Berge, lidmaat;
Vriesland – W.H. Frieling, leraar, P. Karsten, ouderling;
Niekerk – T. Warners, F. Tibbe, ouderlingen;
Noordeloos – K. van den Bosch, leraar, de ouderling Heijboer (niet aanwezig).

Art. 3. Tot scriba der vergadering is verkozen A. Krabshuis, die deze functie op zich neemt.
Art. 4. De vergadering oordeelt dat de broeders Pik en Noordhuis, omdat ze nog niet bevestigd zijn, geen keurstemmen kunnen hebben, maar dat ze ons met het lid Van den Berge uit Pella met raad kunnen dienen.
Art. 5. De notulen der vorige vergadering zijn gelezen, en na rondvraag [of er] aanmerkingen [moeten worden gemaakt], verklaart Ds. Van der Werp, dat er zoveel onnauwkeurigheden in zijn, dat men de zaken bijna niet kan nagaan. Ds. Van den Bosch merkt op dat de vrijheid om de oude Psalmberijming te zingen hem te ruim was. Hierop wordt door Ds. Van der Werp de zaak toegelicht, dat de toelating [bedoeld] was om de zwakheid van die gemeente, en niet [omdat] ieder lid maar kan zingen, wat hij wil. Is besloten dat het zo lang zal blijven, als het stichtelijk kan geschieden.
Art. 6. Ds. Van den Bosch maakt een opmerking, daar in de notulen gezegd wordt, dat Zijn Eerw. geen leraar van Zeeland is. Vroegere notulen worden hierover nagezien, onder andere die te Holland op de Classis geschreven. Na brede discussie vraagt ds. W.H. Frieling [1820-1905] wat er nu gedaan kan worden. Ds. Van den Bosch vraagt schuldbelijdenis van die leden, die de brief te Noordeloos ingediend hebben, dat ze hem als wettig leraar hebben verworpen. Ds. Van der Werp merkt op uit de Notulen dat er [al] schuldbelijdenis gedaan is; doch ds. Van den Bosch zegt dat die belijdenis zich niet ver genoeg heeft uitgestrekt. Waarop besloten is alles te laten liggen en opnieuw te beginnen en daartoe is als Commissie benoemd ds. Frieling met de ouderlingen Karsten en Krabshuis.

Art. 7. Daar er vroeger [onenigheid bestond] of de bestaande gemeenten wettig zijn, zoo besluit de Classis, dat als wettige gemeenten onzer kerk worden erkend: Grand Rapids, Grand Haven, Holland, Niekerk, Graafschap, Vriesland, Noordeloos, Zeeland, Patterson, Pella, Ridott, Gibs Ville en Lage Prairie.
Art. 8. Wordt gevraagd hoe te handelen met de gemeente Lage Prairie. Besloten is dat een leraar hun zal bezoeken, nadat de Classicale Correspondent hun eerst nog eens geschreven zal hebben.
Art. 9. Men komt terug op het Artikel over ‘huwelijken in graden van te nauwe bloedverwantschap’ en leest hierover de handelingen van de Synode der Afgescheiden Kerk in Nederland voor, waarmee men zich verenigt, en besloten wordt die huwelijken met ernstige afkeuring te dragen [te gedogen].
Art. 10. De vermaningsbrief aan ds. Bechthold is gelezen, en verslag wordt gedaan door ds. Van Leeuwen over de afloop van die zaak.
Art. 11. Ds. Van der Werp geeft verslag van het stichten van de gemeente Gibbs Ville in Wisconsin, waar Zijn Eerw. 45 kinderen heeft gedoopt.
Art. 12. Ds. Van der Werp doet verslag van zijn opdracht om onderzoek te doen naar de kosten van godsdienstige boekjes om die aan de kinderen te geven, en over [de kosten van] een kerkelijk weekblad, ][dit onderwerp wordt dit dadelijk in behandeling] genomen, daar het bleek dat het aantal intekenaren 270 bedroeg; doch daar de leraars de Redactie niet op zich kunnen nemen, omdat de gemeenten daardoor te veel zouden lijden, wordt besloten met deze zaak nog drie maanden te wachten.

Art. 13. Er wordt gevraagd waarom ds. Van den Bosch de Classikale preek niet gehouden heeft. Zijn Eerw. [verklaart], dat de vorige Classis onwettig was, omdat de aanschrijving door ds. Van Leeuwen te laat was geschied en doordien er verschillende geruchten in omloop waren, veronderstelde hij dat er geen Classis was. Deze zaak is met een zachte bestraffing afgelopen.
Algemeene zaken.
Art. 14. Ds. Frieling wordt geïinstalleerd en als leraar in onze Classis op- en aangenomen, met innige blijdschap en hartelijke verwelkoming.
Art. 15. Ds. W.H. van Leeuwen verklaart dat hij in de mogentheden des Heeren het beroep naar de gemeente Paterson heeft aangenomen, en geeft zijne attestatie van de kerkeraad over, die gelezen wordt en voldoende is. Op verzoek van Ds. Frieling doet Zijn Eerw. verslag van de omstandigheden, die daartoe geleid hadden […]. Daar ds. Van der Werp meer begeerde te horen, waar Zijn Eerw. het meest nuttig kon zijn, zoo verklaart Zijn Eerw. zich nader en de vergadering, hierin berustende, approbeert de kerkeraadsattestatie.
Art. 16. Wordt besloten een protest te zenden naar al de kerkeraden in Nederland, tegen de verklaring van Ds. [A.C.] van Raalte []1811-1876] aldaar op de Synode. [De Classis besluit] de gronden van Afscheiding [van de Dutch Reformed Church] op te schrijven, waartoe ieder verzocht wordt het zijne in te zenden ter inlichting, waaruit de leraars [een definitieve versie] zullen opmaken, teneinde het de volgende Classis ter goedkeuring voor te leggen, om daarna gedrukt te worden.
Art. 17. Wordt gevraagd wat met de gelden ter bijbelverspreiding te doen, waarop ds. Van der Werp voorstelt die naar ds. Postma [1818-1890] in Zuid Afrika te zenden, met wie men eerst zal proberen te corresponderen.

Art. 18. Ds. Van der Werp wordt benoemd tot Classikale Correspondent en Ds. Frieling tot lid van de Classikale Commissie.
Art. 19. Op [het] voorstel [een] verdeling te maken der Consulenten in de verschillende gemeenten wordt besloten, dat iedere gemeente [daar] gebruik [van kan] maken, als de gelegenheid zich voordoet.
Art. 20. Deze dag werd geëindigd met dankzegging door ds. Van den Bosch na het zingen van psalm 134 vers 3.
Art. 21. De volgende dag wordt de vergadering geopend met gebed door ds. W.H. Frieling na het zingen uit psalm 65 vers 1.
Art. 22. Ds. Van der Werp stelt voor: dat een leraar in de Dutch Reformed Church, [van wie bekend is gezond in de leer te zijn], maar die daar met bezwaar werkt, in een van onze gemeenten mag worden beroepen. Geoordeeld wordt, zo iemandte mogen beroepen, na raadpleging van de Consulent en onder approbatie van de Classis.
Gemeentelijke zaken.
Art. 23. Vriesland brengt ter tafel de zaak van een persoon, die vroeger ouderling was te Zuidlaren, die daar zijn ouderlingschap nedergelegd heeft en de kerkdiensten verzaakt, maar die hier weer lid wil worden; doch daar men zegt dat hij [op grond van de kerkelijke censuur] [van de kerk] afgesneden zou zijn, is de vraag: ‘wat in deze te moeten doen?’ Geoordeeld is, dat zijn afsnijding van de kerk niet bewezen is, en als [het] met behoud van de rust der gemeente kan, hem met openbare schuldbelijdenis aan te nemen.
Art. 24. Zeeland vraagt hoe te handelen met een diaken, die zijn post verlaat. Verwezen wordt [naar het betreffende] formulier.
Art. 25. Grand Haven klaagt over weinig bediening'[voorgaan] [van dominees], en beloofd wordt dat er zo veel mogelijk aan voldaan zal worden; en of kinderen van lerende [c.q. doop-] leden mogen worden gedoopt. Geantwoord is: onder conditie van leren [dus van het volgen van de catechisatie door de doopouders].

Art. 26. Holland vraagt om samen met de gemeente Niekerk gecombineerd een leraar te beroepen en als dat zonder bezwaar kan, hen met raad en daad te ondersteunen; toegestaan wordt [het opmaken van een ‘drietal’] van de leraren De Beer te Emden, Petersen te Heemse en Steketee te Andijk.
Art. 27. Na onderzoek oordeelt de Classis, wegens de bezwaren van Pik, dat zijne verkiezing als ouderling wettig is.
Art. 28. Grand Rapids vraagt hoe te handelen met een lid die mede-eigenaar van een brouwerij is, daar iedere Dag des Heeren in moet werken en een ander lid, die alle Zondagen melk uitvent. Het oordeel is beiden te laten onder de eerste trap van censuur.
Art. 29. Wordt gevraagd of het niet billijk zij, om de onkosten van de overtocht van een leraar [uit Nederland] samen te dragen, die spoedig weer vertrekt. Hierover wordt men verwezen naar een vorig besluit.
Art. 30. Een brief van [de gemeente te] Paterson gelezen, verlangende daarin verandering van de naam onzer kerk en het dragen van het ambtsgewaad door de leraar, waarvan het eerste wordt uitgesteld tot een volgende Classis, waarover vroeger besloten is, en waar men bij blijft.

Art. 31. Op een brief van [de gemeente in] Gibbs Ville zal geantwoord worden, dat De Rooij zich niet in de weg gesteld heeft op de Classis [c.q. dat hij zich niet bij de classis heeft gepresenteerd met het verzoek om predikant te mogen worden].
Art. 32. Ds. Raidt van Cincinnati, op onze Classis [aanwezig] zijnde, brengt verslag uit van zijn toestand en wenst zich bij onze kerk aan te sluiten. En [hij vertelt] daarbij van de scheuring Zijner gemeente door een lid, die zich indrong om te oefenen, wat hem door ds. Raidt is verboden, doch [dat hij toch] een huis gehuurd [had] om onder de kerktijd zijn volkje voor te gaan. Ds. Raidt wil bij ons opgenomen worden en verzoekt hem recht te doen tegenover die andere partij enz. Hierover worden brieven gelezen van de andere partij, inhoudende wat de dwalingen zijn van de Presbyteriaansche Kerk ‘Nieuwe School’ [de moderne richting van die kerk] en zich daarvan af te scheiden, teneinde zich met ons te vereenigen. Besloten wordt in correspondentie te treden met beide partijen om eerst te verzoenen en dan met ons te vereenigen.
Art. 33. Als kerkvisitatoren zijn verkoren ds. Van der Werp en ds. Frieling.
Art. 34. Ds. Van den Bosch vraagt: Waar het te vinden is, dat het Kort Begrip der Christelijke Religie moet gebruikt worden om ledematen aan te nemen; ieder wordt aangeraden [de Acta van de] Synode van Dordrecht na te zien.
Art. 35. Wordt besloten de Classicale vergaderingen voortaan altijd te Holland te houden. De eerste vergadering zal plaats hebben op een na laatste woensdag in Februari 1867.
Art. 36. De ‘Classikale predikatie’ zal niet meer gehouden worden.
Art. 37. De gemeente Paterson zal aangeschreven worden of zij [erin] kunnen berusten, dat de bevestiging van ds. W.H. van Leeuwen voorlopig wordt uitgesteld, vanwege de slechte wegen in dit seizoen des jaars.

Art. 38. De correspondentiekosten, groot $ 3.80, zijn aan ds. W.H. van Leeuwen voldaan.
Art. 39. Opgave der Collecten voor het Studentenfonds. In kas $ 464.64. [Bijdragen] van Friesland $ 9.05; Zeeland $ 2.45; Grand Haven $ 3.13; Holland $ 3.53; Graafschap $ 16.65; Paterson $ 40.00.
Art. 40. De vergadering wordt gesloten met dankzegging door ds. W.H. van Leeuwen na het zingen van psalm 122 vers 3.
Bron:
Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church 1857-1880. Grand Rapids, 1937
Translation into English:
From ‘Classis’ to ‘ Synod’ in America (32).
The first ecclesiastical assemblies of the ‘Christian Reformed Church’.
( < Back to Part 31 ) – In our series on the ecclesiastical assemblies of the Seceders who emigrated to America, belonging since 1857 to the then-established Christian Reformed Church (as further explained in part 1), we continue with the meeting of December 12, 1866. Clarifying or additional remarks by the editors of GereformeerdeKerken.info are placed in brackets [].
Classical Assembly held at Vriesland, 12 December 1866.
Art. 1 – The assembly is opened with prayer, after the singing of Ps. 68:14, by Rev. Van Leeuwen, as president according to rotation.
Art. 2 – As delegates present are: from Graafschap: D.J. van der Werp, minister, Hk. Strabbing, elder; Holland: A. Krabshuis, C. Pik, as elder elect; Zeeland: T. van den Bosch, elder, R. Brinks; Grand Rapids: W.H. van Leeuwen, minister, J. de Jonge, elder; Grand Haven: H. Bartels, C. Noordhuis, as elder elect; Pella: A. Nultenbok, elder, Jb. van den Berge, member; Vriesland: W.H. Frieling, minister, P. Karsten, elder; Niekerk: T. Warners, F. Tibbe; Noordeloos: K. van den Bosch, minister, elder Heyboer [is] not present.
Art. 3 – Chosen as clerk of the assembly is chosen A. Krabshuis, who accepts this position.
Art. 4 – The assembly decides that brothers Pik and Noordhuis, because they have not yet been installed, can have no deciding vote, but that with member Vanden Berg from Pella, they can serve in an advisory capacity.
Art. 5 – The minutes of the previous assembly are read and after asking for comments, Rev. Vander Werp states that there is so much inaccuracy, that we can hardly review the matters Rev. Van den Bosch remarks that the liberty in singing the old Psalmody is too great for him. To this Rev. Van der Werp explains, that the exception was due to the [financial] weakness of the congregation and not [to allow] each member to sing what he wanted. It is decided that it will remain thus as long as it remains edifying.
Art. 6 – Rev. Van den Bosch comments that the minutes state that his honor is not minister of Zeeland. Earlier minutes are reviewed for this, among other those written at the Classis at Holland. After extensive discussion, Rev. Frieling asks what now can be done. Rev. Van den Bosch requests a confession from the people, who introduced the letter at Noordeloos, that they rejected him as the lawful minister. Rev. Van der Werp comments that according to the minutes confession was made; still Rev. Van den Bosch says that the confession did not go far enough for him. Whereupon it is decided to ignore all that has been done and start anew and for this are chosen, as a committee, Rev. Frieling with the elders Kosten and Krabshuis.
Art. 7 – Since previously was disputed whether the existing congregations were lawful, therefore classis stipulates, that recognized as legal congregations of our church are: Grand Rapids, Grand Haven, Holland, Niekerk, Graafschap, Vriesland, Noordeloos, Zeeland, Paterson, Pella, Ridott, Gibbsville and Low Prairie.
Art. 8 – The question is raised how to deal with the Low Prairie congregation and it is decided that a minister will visit them after the secretary first writes them one more time.
Art. 9 – We return to the article about marriages ocurring among those with too close of a blood relationship and read the resolution about this by the synod of the Seceding Church in the Netherlands, which we support and decide to allow such marriages with pointed disapproval.
Art. 10 – The letter of warning to Rev. Bechtold is read, and Rev. Van Leeuwen presents a report of how this matter concluded.
Art. 11 – Rev. Van der Werp gives a report of the establishment of the Gibbsville congregation in Wisconsin, where his honor baptized 45 children.
Art. 12 – Rev. Van der Werp gives a report about his charge to investigate the costs for providing religious booklets to children and a church weekly [periodical]. This is immediately taken up for consideration, since it appears that the total subscription comes to $ 270, but the ministers cannot assume the editorship because the congregations would suffer too much if this occurred, it is decided to wait another three months with this matter.
Art. 13 – The question is asked why Rev. Van den Bosch did not deliver the classical sermon. His honor responds, that the previous classis was illegal because the notification by Rev. Van Leeuwen occurred too late, and for this and various rumors in circulation, he assumed that classis was not held. This matter is concluded with a mild punishment.
General matters.
Art. 14 – Rev. Frieling is accepted and installed with heartfelt joy and a hearty welcome as a minister in our classis.
Art. 15 – Rev. W.H. van Leeuwen states that through the Lord’s power he has accepted the call to the Paterson congregation; he presents his attestation from the church council which is read and is satisfactory. At the request of Rev. Frieling, his honor gives an account of the circumstances that led to this and [of] the soul searching. Since Rev. Van der Werp wishes to hear more about where his honor could be most useful, his honor explains himself further and the meeting is satisfied in this and approves his church council’s attestation.
Art. 16 – It is decided to send a protest to the church councils in the Netherlands, regarding the reasons given by Rev. Van Raalte to the synod there, concerning the reasons for the secession. For which reason, each is asked to send his own explanation and as a result the ministers, as a whole, will compose [an explanation], for the purpose of presenting it to the next classis for approval and after that to be printed.
Art. 17 – The question is asked what to do with the money collected for bible distribution. To which Rev. Van der Werp proposes sending it to Rev. Postma in South Africa with whom first correspondence will be conducted.
Art. 18 – Rev. Van der Werp is chosen as classical correspondent and Rev. Frieling as member of the classical committee.
Art. 19 – At the proposal to divide the counselors among the various congregations it is decided that each congregation can make use [of the advisers] as the circumstances present themselves.
Art. 20 – This day is concluded with thanksgiving by Rev. Van den Bosch after the singing of Ps. 134:3.
Art. 21 – The next day the meeting opened with prayer by Rev. W. Frieling after the singing of Ps. 65:1.
Art. 22 – Rev. Van der Werp proposes: that a minister in the Dutch Reformed Church, recognized as sound, will be allowed to accept a call in one of our congregations and it is decided he may be called with the advice of the counselor, with approval from the classis.
Congregational matters.
Art. 23 – Vriesland presents the case of a person, previously an elder at Zuidlaren [Netherlands], who resigned his office as elder there and stopped worshipping, and here wishes to become a member again, but still is considered to be excommunicated there. The question is, what must be done in this situation? It is decided that it is not proven that he is excommunicated if the peace of the congregation was kept, he may be accepted as a member upon public confession of guilt.
Art. 24 – Zeeland asks what to do about a deacon who has left his office and is directed to the stated formulary.
Art. 25 – Grand Haven complains about the paucity of pulpit supply and the promise is that this will be complied with as much as possible and [it is asked] if children of members, still taking instruciton, may be baptized, the answer is affirmative with the stipulation that instruction will be given.
Art. 26 – Holland asks to call a minister, in combination with the Niekerk congregation, and if this is possible without objection they be supported with advice and guidance to be allowed to propose ministers de Beer at Emden, Petersen at Heemse, and Steketee at Andijk.
Art. 27 – After investigating, Classis decides, due to concerns by Pik, that his selection as elder is legal.
Art. 28 – Grand Rapids asks how to deal with a member who owns a brewery, in which every Lord’s Day people must work and another member who distributes milk every Sunday. The decision is that both be placed under the first step of censure.
Art. 29 – The question is raised whether it isn’t equitable to carry the moving costs at the denominational level for a minister who quickly leaves. In response, attention is directed to a previous decision.
Art. 30 – A letter is read from Paterson, desiring a change in the name of our church and the wearing of robes of office by the minister. In response, the first matter is deferred to a later Classis and that latter has previously been decided, that decision remains.
Art. 31 – To a letter from Gibbsville will be answered that De Rooy has not presented himself to the Classis
Art. 32 – Rev. Raidt from Cincinnati, being present at our Classis, gives an account of his situation and desire to join our church. And that a division in his congregation caused by a member, who imposed himself as a lay reader, and was forbidden to do this by Rev. Raidt, but still rented a house and led his little flock during the time for worship. Rev. Raidt wishes to be admitted by us, and asks that the proper thing be done with regard to the other party, etc. In opposition, letters are read from the other party, containing a view of the fallacies in the Presbyterian Church-New School, and separating themselves from that for the purpose of uniting with us. It is decided to correspond with both parties that they must first reconcile and then unite with us.
Art. 33 – Rev. Frieling and Rev. Van der Werp are chosen as church visitors.
Art. 34 – Rev. Van den Bosch asks what is the authority for using the Compendium of the Christian Religion when accepting members and and to look to the [Acts of] the Synod of Dordt in every circumstance.
Art. 35 – It is decided that all classical assemblies from now on always will be held at Holland. The first assembly will take place on the next to last Wednesday on February 1867.
Art. 36 – The Classical sermons will no longer be held.
Art. 37 – The Paterson congregation will be written to determine if they can be patient, that the installation of Rev. W.H. van Leeuwen will be postponed for the time being due to the difficult travel during this season of the year.
Art. 38 – The correspondence expenses fully $3.80 are reimbursed to Rev. W.H. van Leeuwen.
Art. 39 – Statement of collections for the Student Fund: on deposit $464.64; from Vriesland $ 9.05; Zeeland $ 2.45; Grand Haven $ 3.13; Holland $ 3.53; Graafschap $ 16.65; Paterson $ 40
Source:
Minutes of the Highest Assembly of the Christian Reformed Church 1856-1888. Grand Rapids, 1937