De Gereformeerde Kerk te Wageningen (4)

Na de oorlog…

( < Naar deel 3 – Back to Part 3  ) – In Indonesië had de Nederlandse regering het te stellen met wat genoemd werden ‘de opstandelingen van Soekarno’, die streden voor zelfstandigheid van de Republiek Indonesia, geheel los van Nederland.

Ds. H.J. Kouwenhoven (1894-1978) was van 1929 tot 1964 predikant bij De Gereformeerde Kerk te Wageningen. .

Er kwamen zelfs twee politionele acties aan te pas waarmee de regering dacht de opstand te kunnen neerslaan. Ook jonge gemeenteleden moesten naar Indië om het daar tegen de ‘opstandelingen van Soekarno’ op te nemen. Om hen niet te laten vervreemden van de kerk van Wageningen werd een grammofoonplaat opgenomen met een toespraak van ds. Kouwenhoven, gevolgd door gemeentezang. Een deurcollecte zorgde voor de financiering ervan, naast de fl. 9 die gemeenteleden voor de grammofoonplaat betaalden.

Het Studentenpastoraat (1).

In maart 1946 was studentenpredikant ds. R.C. Harder (1909-1979) aan de Gereformeerde Kerk te Wageningen verbonden; zijn werkopdracht heette toen nog ‘evangelisatie onder studerenden’. Zijn werkzaamheden in Wageningen duurden tot 1949.

Ten aanzien van de benoeming van een studentenpredikant was onenigheid ontstaan met de hervormde kerkenraad, die voor de arbeid onder hervormde studerenden zelf al een gemeente- en studentenpredikant had benoemd. Men vond bovendien dat de gereformeerden geen ‘evangelisatie onder studenten’ behoorden te bedrijven, omdat de meeste studenten ‘afgedwaalde hervormden’ zouden zijn. Omdat zowel de Hervormde als de Doopsgezinde studentenpredikanten vooral gemeentepredikant waren en ds. Harder zich geheel op het studentenpastoraat toelegde, moest hij in het geheel van de organisatie van dat werk het spits afbijten. Per 1 januari 1947 werd voor de gereformeerde studenten een speciale studentenwijk in het leven geroepen

Ds. R.C. Harder (1909-1979).

In het kort…

In 1948 werd de openbare schuldbelijdenis bij het overtreden van het zevende gebod, uitlopend op een ‘gedwongen huwelijk’, afgeschaft. —⊕– Even kwam in die tijd het houden van aparte diensten voor kinderen aan de orde. Maar dat zou, vond men, de eenheid van de gemeente verbreken, dus de kindernevendiensten-in-spe gingen vooralsnog niet door. —⊕– “De kritiek van sommigen op ds. Kouwenhoven werd meer openbaar dan de waardering van velen”, schreef de geschiedschrijver van Wageningens kerk. Het herderlijk functioneren en de prediking van de predikant werden ‘herhaaldelijk en overduidelijk’ bekritiseerd. De predikant heeft zich dit zeer aangetrokken.

Neutraal of niet?

In het begin van de jaren ‘50 kwamen er steeds duidelijker tegenstellingen binnen de gemeente aan het licht met betrekking tot de vraag of je je neutraal of christelijk diende te organiseren, zoals in een vakbond. Sommigen sloten zich bij een neutrale vakbond aan en lieten het CNV (het Christelijk Nationaal Vakverbond) links liggen. Anderen stuurden hun kinderen niet naar de christelijke school, maar naar een openbare. De kerkenraad had het er druk mee en zelfs werd in deze kwestie de generale synode te hulp geroepen.

Studentenpastoraat (2).

Ds. H. Volten (1902-1966).

Na het vertrek van ds. Harder werd In 1950 ds. H. Volten (1902-1966) aan de kerk van Wageningen verbonden als predikant ‘voor de arbeid onder studerenden’ (in die tijd waren er 112 gereformeerde studenten aan de Hogeschool). Die arbeid verrichtte hij tot zijn overlijden in 1966, vanaf 1951 gecombineerd met het hulppredikantschap bij de Gereformeerde Kerk te Rhenen, waarvan hij in 1955 predikant werd. Hij had een vaste plaats in het Wagenings Studenten Corps en in Unitas, ‘en was kind aan huis op de SSR (Societas Studiosorum Reformatorum) en in NCSV-kringen’ (Nederlandse Christelijke Studenten Vereniging). ‘Hij bracht zijn boodschap op een directe manier en dat sprak veel studenten, levend in een natuurwetenschappelijke sfeer, wel aan’.

(Sociale) zorg.

In 1945 werd een sociaal werkster aangesteld, en daarmee werd in Wageningen een begin gemaakt met het christelijk maatschappelijk werk (in het midden van de jaren ‘70 ging dit werk op in de regionale Stichting Maatschappelijke Dienstverlening Renkum-Wageningen). In 1947 werd in samenwerking met andere kerken het Streekziekenhuis opgericht en in 1957 het bejaardencentrum Nudehof.

Evangelisatiewerk.

Ook in Wageningen vond veel (gereformeerd) evangelisatiewerk plaats. Er was een comité voor openluchtsamenkomsten, dat samenwerkte met het gereformeerd Evangelisatiezangkoor, dat in 1947 maart liefst 52 leden telde en ondersteuning verleende bij de openluchtbijeenkomsten die in het teken stonden van de evangelisatie; het koor trad ook op in ziekenhuizen. Ook was er natuurlijk de zondagsschool, waaraan gemeenteleden leiding gaven. Met kerst werd in de kerk een drukbezochte samenkomst met de kinderen gehouden, waarbij ook volwassenen acte de présence gaven.

Ook jongens en meisjes konden wel lectuur rondbrengen.

Een lectuurcommissie zorgde voor de verspreiding van (eenvoudige) christelijke geschriften en voor de bezorging van het evangelisatieblad De Goede Tijding. Ook werden veel scheurkalenders van de Gereformeerde Tractaatvereniging ‘Filippus’ verspreid.

Verder werd bijvoorbeeld op het woonwagenkamp een grote verhuiswagen neergezet, vol gezet met stoelen. Daar werden bijeenkomsten gehouden. Huisbezoeken werden gebracht aan buitenkerkelijke adressen en er werden tevens bezoeken aan schippers gebracht.

Vanzelfsprekend waren er jongens- en meisjesclubs, waar niet alleen gezongen, verteld en voorgelezen werd, maar waar de kinderen zich ook met handenarbeid bezighielden.

In het kort…

Hoewel in de kerk van Wageningen enige tegenstand was tegen het zingen van ritmische psalmen (op lange en korte noten) kon men – door afwisselend met een dertigtal psalmen voorafgaande aan de kerkdienst te oefenen – toch zonder veel problemen in 1949 met het ritmisch zingen beginnen. Na een jaar werden alle psalmen ritmisch gezongen. —⊕– Op 1 maart 1946 werd de Gereformeerde Ontspanningsclub opgericht, met als doel het brengen van goede ontspanning onder het gereformeerde volksdeel, bijvoorbeeld door het tonen van films en het uitvoeren van toneelstukken (in gereformeerde kring aanvankelijk nog met argusogen bekeken). —⊕– Op 30 september 1950 ging de jeugd voor het eerst een weekend weg, en wel naar het Recreatiecentrum de Goudsberg in Lunteren.

Het logo van de landelijke Gereformeerde Vrouwenbond.

Na de oorlog was op 7 november 1945 ook de Vrouwenvereniging ‘Leven bij het Woord’ (opgericht in 1943) weer bijeengekomen. Omdat Wageningen moest evacueren was de laatste vergadering in de oorlog op 5 juli 1944 gehouden. Bijbelse en maatschappelijke onderwerpen werden door de dames besproken, terwijl ook gezellige avonden georganiseerd werden. In 1955 had de vereniging ongeveer vijftig leden. —⊕– Ook de Mannenvereniging ‘Calvijn’ (opgericht in 1930) was na de oorlog weer actief. Op 21 mei 1947 kwam men voor het eerst weer bijeen. Kerstvieringen werden aanvankelijk samen met de Vrouwenvereniging georganiseerd. —⊕– In 1952 verscheen het eerste nummer van het ‘Jaarboekje ten dienste der Gereformeerde Kerk te Wageningen’. Alle mogelijke informatie over de kerk van Wageningen stond daarin vermeld. —⊕— Na de oorlog werd het kerknieuws tot 1964 niet meer in een eigen kerkblad gepubliceerd (daaraan kwam in 1944 een eind), maar werden de nieuwsberichten opgenomen in ‘Ons Kerkblad’, een publicatie van de Classis Arnhem van de Gereformeerde Kerken. Te weinig Wageningse berichten en een afnemende belangstelling leidde er uiteindelijk toe dat in 1964 een eigen kerkblad begonnen werd.

Het avondmaalsstel.

Tijdens de evacuatieperiodes in de oorlog was het avondmaalsservies verdwenen. De kerken van Steenwijk en Ee boden respectievelijk een servies te leen en te geef aan en zelfs uit de Verenigde Staten ontving de kerk van Wageningen er een! In 1946 kon uit eigen middelen een nieuw servies worden gekocht en kon het servies van Steenwijk met dank terug gestuurd worden. Dat van Ee ging over naar de zusterkerk in Silvolde-Gendringen, en dat uit Amerika naar de kerk van Zetten.

Ds. B.G. Mees ten Oever (van 1955 tot 1962).

Ds. Mees ten Oever (1918-1977).

De aankoop van een tweede pastorie was al snel nodig, want in verband met de groei van de kerk (het ledental was inmiddels van 850 naar 1186 gegroeid) werd een tweede predikant beroepen. Het was ds. B.G. ten Oever (1918-1977) uit Kamerik. Hij deed op 22 mei 1955 intrede.

Plannen voor een  nieuwe kerk.

In 1950 was een voorstel van de Commissie van Voorlichting tot het Stichten van een Wijkgebouw behandeld. Besloten werd aan de Westerhofseweg alvast een stuk grond te kopen. De kerkelijke financiële inkomsten stegen door het stijgende ledental van fl. 11.000 naar fl. 16.800, zodat een wijkgebouw voor de vergaderingen geen overbodige luxe genoemd kon worden. In 1957 werd de Commissie voor de Stichting van een Wijkgebouw veranderd in een Bouwcommissie met als opdracht de bouw van een kerk met vergaderlokaliteiten.

Voor het kerkelijk jeugdwerk werd vooralsnog samen met de hervormde kerkvoogdij het hervormde gebouw ‘Ons Huis’ gehuurd.

Een nieuw orgel.

Het nieuwe orgel dat in 1961 in de Bevrijdingskerk geplaatst werd.

De financiën van de kerk lieten toe dat in de Bevrijdingskerk een nieuw orgel geplaatst kon worden. Een geldwervingsactie werd opgezet en doordat veel geld binnenkwam kon het nieuwe instrument in 1961 in gebruik genomen worden. Het orgel telde twee klavieren en twintig stemmen

  • De periode 1963 tot 1980 in vogelvlucht.

Ds. L.C. Rietveld (1930-2002).

De predikanten.

Kort voordat ds. Kouwenhoven op 1 juli 1964 afscheid genomen had wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, was ds. L.C. Rietveld (1930-2002) uit Sint Pancras beroepen, die op 5 september 1963 intrede deed in de kerk van Wageningen en tot 17 juni 1979 – toen hij afscheid nam – aan deze kerk verbonden bleef.

Ds. H. Steendam (1928-2014).

In diezelfde tijd werd ds. H. Steendam (1928-2014) uit Onnen (Gr.) beroepen, die in mei 1965 intrede deed en op 12 mei 1968 afscheid nam als predikant van Wageningen. Vlootpredikant ds. E.D.J. de Jongh (*1935) deed op 16 maart 1967 intrede en bleef tot mei 1988 aan de kerk van Wageningen verbonden, speciaal voor de arbeid onder studerenden. Als opvolger van ds. Steendam werd ds. W.E.M. Honig (1934-2024) uit Scharnegoutum beroepen, die op 16 februari 1969 intrede deed en tot 15 maart 1981 aan de kerk van Wageningen verbonden was; op die dag nam hij afscheid.

Ds. W.E.M. Honig (1934-2024).

In het kort.

In 1958 bereikte de Vrouwenvereniging ‘Leven bij het Woord’ de vijftig leden. Dat was de reden dat de vereniging gesplitst werd in twee afdelingen: Oost en West. In 1963 werd die onderscheiding weer ingetrokken en ging men weer samen, omdat het ledental drastisch terugliep. Desondanks werd er niet over nagedacht samen te gaan met de Mannenvereniging. ‘De mannen zwammen te veel, wij zijn directer’. De mannenvereniging had overigens niet zoveel leden en had ook niet veel contact met andere verenigingen. —⊕— Langzaam maar zeker groeide een goede verstandhouding met de Hervormde Gemeente. Op Hervormingsdag 1962 werd een gezamenlijke herdenkingsdienst gehouden.

De drie bekendste geschriften van ´De Achttien’ (foto: GereformeerdeKerken.info).

Ook begon men in 1964 met de bespreking van het boekje Van Kerken tot Kerk, gepubliceerd door ‘De Achttien’. Dat waren negen gereformeerde en negen hervormde predikanten die aandrongen op een zo spoedig mogelijk landelijk samengaan van de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk. Een aantal door hen gepubliceerde boekjes diende in vele kerken als gespreksstof voor bijeenkomsten. —⊕— Ds. Kouwenhoven nam op 1 juli 1964 afscheid.

De proefbundel  ‘150 Psalmen’.

In 1965 werden in de kerk van Wageningen twee nieuwe liederenbundels in gebruik genomen: de proeve van een nieuwe psalmberijming (‘150 Psalmen’) en een nieuw gezangenboek, de ‘119 Gezangen’. Voor de zekerheid werd aanvankelijk het oude psalmboek ook nog gebruikt.

Er was ook een blauwe editie met slappe omslag.

In oktober 1968 werden de eerste vrouwelijke diakenen verkozen en benoemd. Kort daarna verschenen de eerste vrouwelijke ouderlingen. —⊕– In 1973 werd de Commissie Eredienst opgericht, die ‘in brede zin beoogt bezig te zijn met allerlei zaken die op de eredienst betrekking hebben’. Eén van die zaken was het nieuwe Liedboek voor de Kerken met deels geheel nieuwe liederen. Een kinderkoortje oefende voorafgaande aan de kerkdiensten een nieuw lied met de gemeente.

Een nieuwe (samenwerkings-) kerk: Vredehorst (1972).

De gezamenlijk gebouwde ‘Vredehorst’ aan de Tarthorst. (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

De plannen van de Bouwcommissie werden uitgevoerd in samenwerking met de hervormde gemeente. De architect was W. Wissing uit Barendrecht en aannemer L.T.R. te Lopik bouwde het kerkgebouw aan de Tarthorst. Het door de gereformeerde kerkenraad aangekochte terrein aan de Westerhofseweg werd daarom weer verkocht (de opbrengst was fl. 78.000), en veel acties, vooral door eendrachtige samenwerking van gemeenteleden, brachten veel geld op. Op 21 september 1972 werd het nieuwe kerkgebouw ‘Vredehorst’ aan de Tarthorst in gebruik genomen.

Vernieuwbouw van de Bevrijdingskerk (1981).

In het voorjaar van 1979 werd voor het eerst gesproken over de verbouw van de gereformeerde Bevrijdingskerk. Hoewel men aanvankelijk dacht dat ook de Bevrijdingskerk in het vervolg gezamenlijk door gereformeerden en hervormden gebruikt zou kunnen worden, bleek dit vooralsnog ‘te hoog gegrepen’. De kosten van de plannen bedroegen ongeveer een miljoen gulden; vandaar de aanvankelijke aarzeling tot de bouw ervan. Architect Jorissen uit Rijswijk maakte de plannen en aannemersbedrijf Van Grootheest uit Bennekom realiseerde ze.

De in 1935 in de muur van de kerk ingemetselde oorkonde werd op 1 oktober 1980 tevoorschijn gehaald en voorzien van een codicil (een aanvulling op de oorspronkelijke tekst), die door ds. Honig opnieuw werd ingemetseld. Op 22 april 1981 kon de kerk weer in gebruik genomen worden.

De Bevrijdingskerk te Wageningen is nog steeds als protestants kerkgebouw in gebruik.

Beide kerken nader tot elkaar.

In oktober 1969 werd het voorstel van de hervormde kerkenraad aanvaard, waarin werd verzocht te komen tot gezamenlijke avondmaalsviering en wederzijdse erkenning van de ambten. Hoewel er enige tegenstemmen waren ging de meerderheid van de  gereformeerde kerkenraad ermee akkoord. Al eerder werd immers ook kanselruil toegestaan. Wel wilde de kerkenraad de concretisering van de besluiten in overleg met de gemeenteleden laten plaatsvinden. De gezamenlijke avondmaalsdiensten met de hervormde gemeente gingen eind 1971 van start.

Studentenpastoraat (3).

In 1966 werd een beroepingscommissie ingesteld om – naar aanleiding van het emeritaat van studentenpredikant ds. Volten – een nieuwe studentenpastor te beroepen. Vlootpredikant ds. E.D.J. De Jongh werd beroepen en hij nam het aan. Was het ds. Volten die het gereformeerde studentenpastoraat een eigen plaats gaf tussen de overige studentenpredikanten, het was ds. De Jongh die werk maakte van een betere samenwerking tussen de studentenpastores van de verschillende kerken (het aantal gereformeerde studenten was rond 1970 gestegen tot 260). In het voorjaar van 1970 werd – ondanks het verzet van enkele kerkenraadsleden – een bijzondere vorm van samenwerking bereikt: een gezamenlijke belijdenisdienst van hervormde en gereformeerde studenten.

Het kerkzegel van De Gereformeerde Kerk te Wageningen.

Op initiatief van ds. De Jongh werd in 1977 het voorstel aangenomen om gezamenlijke diensten voor katholieke, hervormde en gereformeerde studenten te houden. De voorwaarde van de  gereformeerde kerkenraad was dat de Gereformeerde Kerk de verantwoordelijkheid voor de dienst droeg wanneer ds. De Jongh in zo’n dienst voorging. Het studentenpastoraat ontwikkelde zich in de jaren erna geleidelijk verder, waarbij overigens ‘de persoonlijke band tussen student en gemeentelid bijna geheel verdween’.

  • De periode 1980 tot 2006 in vogelvlucht.

Het tegenwoordige interieur van de Bevrijdingskerk (foto: Kersmits 2025).

In het sluitstuk van dit historisch overzicht bespreken we in grote lijnen enkele hoofdpunten uit de periode 1980 tot 2006 van de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Wageningen. We beginnen met de aan de kerk van Wageningen verbonden predikanten in die tijd

De predikanten van 1980 tot 2006.

Vanaf 1980 waren de volgende predikanten achtereenvolgens of tegelijk met een ander aan de Gereformeerde Kerk te Wageningen verbonden: ds. P.H. Steenhuis (van 1980 tot 1986); ds. S.W.J. Zoutman (van 1981 tot 1991); ds. mevr. M.M. Jansen (hulppredikant van 1987 tot 1989); ds. H.R. Knoop (van 1989 tot 1993); ds. A. Boelhouwer (van 1991 tot 2006) en ds. T. Kruijswijk Jansen (van 1994 tot 2006).

Verder waren in deze periode predikanten met een bijzondere opdracht aan de Gereformeerde Kerk te Wageningen verbonden: ds. mevr. L.J. Houweling voor pastoraat onder de studenten; ds. L.T. Witkamp voor de zending in Indonesië; ds. J. Brouwer voor de geestelijke verzorging van ‘De Gelderse Vallei’ en ds. mevr. G.F. Struijs als geestelijk verzorger van de Gelderse Roos.

In het kort…

In 1980 ontstonden de eerste contacten van de beide kerken met de kerk van Halle in de DDR (dat we toen nog Oost-Duitsland noemden). Later werd het zwaartepunt van deze contacten verlegd naar Erfurt, waar in april 1982 een kerkelijke delegatie uit Wageningen op bezoek ging. —⊕— In 1980 namen in de kerk van Wageningen de kinderen voor het eerst aan het avondmaal deel. —⊕– In maart 1981 begon de Commissie Kerkstructuur met haar werk, om te trachten mogelijke en wenselijke wijzigingen in de kerkenraadsorganisatie te onderzoeken. In 1986 werden de voorstellen van de commissie aanvaard en in een organisatieschema onder woorden gebracht.

Het logo van het ICTO (‘Interkerkelijk Comité  voor Tweezijdige Ontwapening’).

De jaren ‘80 vormden het decor van maatschappelijke (en kerkelijke) discussies over problemen als kernbewapening, de tegenstellingen tussen het ICTO en het IKV (die resp. pleitten voor twee- en eenzijdige ontwapening). De discussies in de gemeente waren soms fel en de meningen soms zeer tegengesteld. —⊕— In mei 1985 werd de Begeleidingscommissie Samen op Weg (van de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente) opgericht. De commissie moest plannen maken om het samengaan van beide gemeenten duidelijker gestalte te geven.—⊕– In het Jaarboekje 1986-1987 werd melding gemaakt van de Beraadsgroep Eredienst, ‘die tot doel heeft de eredienst vorm en inhoud te geven’.

“Protestantse Gemeente Wageningen” (2006).

Op 12 december 2006 ontstond de Protestantse Gemeente Wageningen, door het samengaan van De Gereformeerde Kerk te Wageningen en de Hervormde Gemeente Wageningen.  De Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente hielden op te bestaan. De Vredehorst werd in 2022 buiten gebruik gesteld en wordt nu door een ander kerkgenootschap gebruikt.

De voormalig  gereformeerde Bevrijdingskerk is nog steeds als protestantse kerk in gebruik.

Ledentallen van ‘De Gereformeerde Kerk te Wageningen’.

De ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Wageningen tussen 1905 en 2005.

Bronnen onder meer:

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheiden) Gereformeerde Kerken. Kampen, div. dJrg.

A. Bel, in: Predikanten en oefenaars. Biografisch Woordenboek van de Kleine Kerkgeschiedenis, deel 4. Houten, 1998

G. Boelema. M. Bouw, J.A. Vierbergen, Terugblik… en vooruitzicht. 1888 – 29 april – 1988. Honderd jaar Gereformeerde Kerk te Wageningen. Wageningen, 1988

F.L. Bos, Archiefstukken betreffende de Afscheiding van 1834. Deel III. Kampen, 1942

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

De Heraut voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. Jrg.

Jaarboek (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. Jrg.

C.L.F. Van Schelven, Openingswoord uitgesproken bij gelegenheid van de Particuliere Synode van Gelderland, gehouden te Wageningen 7 en 8 juni 1899. Wageningen, 1899

L. Vogelaar, In Koninklijke dienst. Predikanten, oefenaars en evangelisten, deel 3. Apeldoorn, 2019

H. van Vuuren, Hoe lief’lijk zijn Uw woningen o Heere der heirscharen. 1933-1983. Gereformeerde Gemeente Wageningen. Wageningen, 1984

© 2025. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church in Wageningen (4).

After the war…

( < Back to Part 3 ) – In Indonesia, the Dutch government had to deal with what were called “the rebels of Sukarno,” who were fighting for the independence of the Republic of Indonesia, completely separate from the Netherlands.
There were even two so-called “police actions,” by which the government believed it could suppress the uprising. Young members of the congregation were also required to go to the Indies to confront the “rebels of Sukarno.” In order to prevent them from becoming alienated from the church in Wageningen, a gramophone record was made with a speech by Rev. Kouwenhoven, followed by congregational singing. A door-to-door collection provided the funding, in addition to the 9 guilders that congregation members paid for the record.

Student Pastoral Care (1).

In March 1946, student minister Rev. R.C. Harder (1909–1979) was appointed to the ‘Gereformeerde’ Church in Wageningen; at that time his assignment was still called “evangelization among students.” His work in Wageningen lasted until 1949.

Disagreement arose with the council of the ‘Hervormde’ Church concerning the appointment of a student minister, since that church had already appointed its own congregational and student minister for work among ‘Hervormde’ students. Moreover, it was felt that the ‘Gereformeerde’ churches should not engage in “evangelization among students,” because most students were considered to be “wayward members of the ‘Hervormde’ Church.” Because both the ‘Hervormde’ and Mennonite student ministers were primarily congregational ministers, while Rev. Harder devoted himself entirely to student pastoral care, he had to break new ground in organizing this work. As of 1 January 1947, a special student district was established for ‘gereformeerde’ students.

In brief…

In 1948, the public confession of guilt for violating the Seventh Commandment, leading to a forced marriage, was abolished.
—⊕— Around that time, the idea of holding separate services for children was discussed. However, it was felt that this would disrupt the unity of the congregation, so the planned children’s services did not proceed at that time. —⊕— “The criticism of some toward Rev. Kouwenhoven became more public than the appreciation of many,” wrote the historian of the Wageningen church. The pastoral functioning and preaching of the minister were “repeatedly and very clearly” criticized. The minister took this very much to heart.

Neutral or not?

In the early 1950s, increasingly clear divisions emerged within the congregation regarding the question of whether one should organize oneself in a neutral or a Christian manner, for example in a labor union. Some joined a neutral union and ignored the CNV (the Christian National Trade Union Federation). Others did not send their children to a Christian school but to a public one. The church council was kept busy with these matters, and in this issue even the General Synod was called upon for assistance.

Student Pastoral Care (2).

After the departure of Rev. Harder, Rev. H. Volten (1902–1966) was appointed in 1950 as minister “for work among students” (at that time there were 112 ‘gereformeerde’ students at the Agricultural College). He carried out this work until his death in 1966, from 1951 onward combined with an assistant ministership in the ‘Gereformeerde’ Church of Rhenen, of which he became minister in 1955. He held a permanent place in the Wageningen Student Corps and in Unitas, “and was very much at home at the SSR and in NCSV circles” (Netherlands Christian Student Association). “He conveyed his message in a direct manner, which appealed to many students living in a natural-scientific environment.”

(Social) care.

In 1945, a social worker was appointed, marking the beginning of Christian social work in Wageningen (in the mid-1970s this work was incorporated into the regional Foundation for Social Services Renkum-Wageningen). In 1947, in cooperation with other churches, the Regional Hospital was founded, and in 1957 the nursing home Nudehof.

Evangelization work.

In Wageningen, much (‘gereformeerd’) evangelization work also took place. There was a committee for open-air services that cooperated with the ‘gereformeerde’ Evangelization Choir, which in March 1947 had no fewer than 52 members and provided support at open-air meetings devoted to evangelization; the choir also performed in hospitals. Naturally, there was also the Sunday school, led by congregation members. At Christmas, a well-attended gathering with children was held in the church, which was also attended by adults.

A literature committee ensured the distribution of (simple) Christian writings and the delivery of the evangelistic magazine De Goede Tijding (“The Good Tidings”). Many tear-off calendars from the ‘gereformeerde’ Tract Society “Filippus” were also distributed.

Furthermore, for example, a large moving truck was placed at the caravan site and filled with chairs. Meetings were held there. Home visits were made to unchurched addresses, and visits were also made to ship crews.

Naturally, there were boys’ and girls’ clubs, where not only singing, storytelling, and reading took place, but where children also engaged in handicrafts.

In brief…

Although there was some resistance in the Wageningen church to singing psalms rhythmically (with long and short notes), it was nevertheless possible—by practicing some thirty psalms before the church service—to begin rhythmic singing in 1949 without major problems. After one year, all psalms were sung rhythmically.
—⊕— On 1 March 1946, the ‘Gereformeerde’ Recreation Club was founded, with the aim of providing wholesome recreation among the ‘gereformeerde’ population, for example by showing films and performing plays (initially viewed with suspicion in ‘gereformeerde’ circles). —⊕— On 30 September 1950, the youth went away for a weekend for the first time, to the Goudsberg Recreation Center in Lunteren. —⊕— After the war, on 7 November 1945, the Women’s Association “Living by the Word” (founded in 1943) also met again. Because Wageningen had to be evacuated, the last wartime meeting had been held on 5 July 1944. Biblical and social topics were discussed by the women, and social evenings were also organized. In 1955, the association had about fifty members. —⊕— The Men’s Association “Calvin” (founded in 1930) also became active again after the war. On 21 May 1947, it met again for the first time. Christmas celebrations were initially organized together with the Women’s Association. —⊕— In 1952, the first issue of the Yearbook for the Service of the ‘Gereformeerde’ Church in Wageningen appeared. It contained all kinds of information about the Wageningen church.
—⊕— After the war, church news was no longer published in a separate church magazine until 1964 (that had ended in 1944), but was included in Ons Kerkblad, a publication of the Classis Arnhem of the ‘Gereformeerde’ Churches. Too few Wageningen reports and declining interest eventually led to the start of a separate church magazine in 1964.

The communion set.

During the evacuation periods of the war, the communion service set had disappeared. The churches of Steenwijk and Ee respectively offered a set on loan and as a gift, and even one was received from the United States! In 1946, a new set could be purchased with the church’s own funds, and the set from Steenwijk was gratefully returned. The set from Ee was passed on to the sister church in Silvolde-Gendringen, and the one from America to the church in Zetten.

Rev. B.G. Mees ten Oever (1955–1962).

The purchase of a second parsonage soon became necessary, because due to the growth of the church (membership had increased from 850 to 1,186), a second minister was called. This was Rev. B.G. ten Oever (1918–1977) from Kamerik. He was installed on 22 May 1955.

Plans for a new church.

In 1950, a proposal from the Information Committee for the Establishment of a District Building was discussed. It was decided to purchase a piece of land on the Westerhofseweg. Church financial income rose from 11,000 to 16,800 guilders due to increasing membership, so a district building for meetings could hardly be considered a luxury. In 1957, the Committee for the Establishment of a District Building was transformed into a Building Committee, tasked with constructing a church with meeting facilities.

For the time being, church youth work rented the ‘Hervormde’ building “Ons Huis,” together with the ‘Hervormde’ church administration.

A new organ.

The church’s finances allowed for the installation of a new organ in the Bevrijdingskerk. A fundraising campaign was organized, and because a large sum was raised, the new instrument could be put into use in 1961. The organ had two manuals and twenty stops.

* The period 1963–1980 at a glance.

The ministers.

Shortly before Rev. Kouwenhoven took leave on 1 July 1964 upon reaching retirement age, Rev. L.C. Rietveld (1930–2002) from Sint Pancras was called. He was installed on 5 September 1963 and remained connected to the Wageningen church until 17 June 1979, when he took his leave.

Around the same time, Rev. H. Steendam (1928–2014) from Onnen (province of Groningen) was called; he was installed in May 1965 and took leave on 12 May 1968 as minister of Wageningen. Naval chaplain Rev. E.D.J. de Jongh (*1935) was installed on 16 March 1967 and remained connected to the Wageningen church until May 1988, specifically for work among students. As successor to Rev. Steendam, Rev. W.E.M. Honig (1934–2024) from Scharnegoutum was called; he was installed on 16 February 1969 and remained connected to the Wageningen church until 15 March 1981, when he took his leave.

In brief…

In 1958, the Women’s Association “Living by the Word” reached fifty members. This led to the association being split into two sections: East and West. In 1963, this distinction was abolished again and the sections reunited, because membership declined sharply. Nevertheless, no thought was given to merging with the Men’s Association. “The men waffle too much; we are more direct.” The Men’s Association, incidentally, did not have many members and also had little contact with other associations. —⊕— Gradually, a good relationship with the ‘Hervormde’ Congregation developed. On Reformation Day 1962, a joint service was held. —⊕— In 1964, discussion began on the booklet From Churches to Church, published by “The Eighteen.” These were nine ‘gereformeerde’ and nine ‘hervormde’ ministers who urged a nationwide merger of the ‘Gereformeerde’ Churches and the ‘Hervormde’ Church as soon as possible. Several booklets published by them served in many churches as discussion material for meetings. —⊕— Rev. Kouwenhoven took leave on 1 July 1964. –⊕– In 1965, two new hymn collections were introduced in the Wageningen church: the trial version of a new psalm paraphrase (150 Psalms) and a new hymnbook, the “119 Hymns.” To be safe, the old psalmbook was also used initially. –⊕– In October 1968, the first female deacons were elected and appointed. Shortly thereafter, the first female elders appeared. —⊕— In 1973, the Worship Committee was established, which “aims, in a broad sense, to deal with all kinds of matters relating to worship.” One of these matters was the new Hymnbook for the Churches, containing partly entirely new songs. A children’s choir practiced a new song with the congregation before the church services.

A new (cooperative) church: Vredehorst (1972).

The plans of the Building Committee were carried out in cooperation with the ‘Hervormde’ congregation. The architect was W. Wissing from Barendrecht, and contractor L.T.R. from Lopik built the church building at Tarthorst. The previously purchased site on the Westerhofseweg was therefore sold again (yielding 78,000 guilders), and many fundraising activities—especially through the united efforts of congregation members—raised substantial funds. On 21 September 1972, Vredehorst on Tarthorst was put into use.

Renovation of the Bevrijdingskerk (1981).

In the spring of 1979, discussions began for the first time about renovating the ‘gereformeerde’ Bevrijdingskerk. Although it was initially thought that the Bevrijdingskerk might in future also be used jointly by ‘gereformeerde’ and ‘Hervormde’ congregations, this proved to be “too ambitious.” The cost of the plans amounted to approximately one million guilders, hence the initial hesitation about proceeding with construction. Architect Jorissen from Rijswijk drew up the plans, and construction company Van Grootheest from Bennekom carried them out.

The charter embedded in the church wall in 1935 was retrieved on 1 October 1980 and provided with a codicil (an addition to the original text), which was re-embedded by Rev. Honig. On 22 April 1981, the church could be put back into use.

Both churches move closer together.

In October 1969, the proposal of the ‘Hervormde’ church council was accepted, requesting joint celebration of the Lord’s Supper and mutual recognition of offices. Although there were some opposing votes, the majority of the ‘gereformeerde’ church council agreed. After all, pulpit exchange had already been permitted earlier. The council did wish, however, to allow the practical implementation of the decisions to take place in consultation with congregation members. Joint communion services with the ‘Hervormde’ congregation began at the end of 1971.

Student Pastoral Care (3).

In 1966, a call committee was established to appoint a new student pastor following the retirement of student minister Rev. Volten. Naval chaplain Rev. E.D.J. de Jongh was called and accepted. If Rev. Volten had given ‘gereformeerde’ student pastoral care its own place among other student ministers, it was Rev. De Jongh who worked toward better cooperation among student pastors of the various churches (around 1970, the number of ‘gereformeerde’  students had risen to 260). In the spring of 1970—despite opposition from some church council members—a special form of cooperation was achieved: a joint confession service of’hervormde’ and ‘gereformeerde’ students.

At the initiative of Rev. De Jongh, a proposal was adopted in 1977 to hold joint services for Catholic, ‘Hervormde and ‘gereformeerde’ students. The condition set by the ‘gereformeerde’ church council was that the ‘Gereformeerde’ Church would bear responsibility for the service when Rev. De Jongh officiated. In the years that followed, student pastoral care gradually developed further, although “the personal bond between student and congregation member almost completely disappeared.”

* The period 1980–2006 at a glance.

  • In the final section of this historical overview, we broadly discuss several key points from the period 1980 to 2006 in the history of the ‘Gerefromeerde’ Church in Wageningen. We begin with the ministers connected to the church during that time.

Ministers from 1980 to 2006.

From 1980 onward, the following ministers were consecutively or simultaneously connected to the ‘Geredformeerde’ Church in Wageningen:
Rev. P.H. Steenhuis (1980–1986); Rev. S.W.J. Zoutman (1981–1991); Rev. Mrs. M.M. Jansen (assistant minister, 1987–1989); Rev. H.R. Knoop (1989–1993); Rev. A. Boelhouwer (1991–2006) and Rev. T. Kruijswijk Jansen (1994–2006).

In addition, during this period ministers with special assignments were connected to the ‘Gereformeerde’ Church in Wageningen:
Rev. Mrs. L.J. Houweling for pastoral care among students;
Rev. L.T. Witkamp for mission work in Indonesia;
Rev. J. Brouwer for spiritual care at “De Gelderse Vallei”;
and Rev. Mrs. G.F. Struijs as chaplain of the Gelderse Roos.

In brief…

In 1980, the first contacts arose between both churches and the church of Halle in the GDR (what we then still called East Germany). Later, the focus of these contacts shifted to Erfurt, where a church delegation from Wageningen paid a visit in April 1982.
—⊕— In 1980, children in the Wageningen church participated in the Lord’s Supper for the first time. —⊕— In March 1981, the Church Structure Committee began its work, attempting to investigate possible and desirable changes in the organization of the church council. In 1986, the committee’s proposals were adopted and described in an organizational chart. —⊕— The 1980s formed the backdrop for social (and ecclesiastical) discussions about issues such as nuclear armament and the contrasts between ICTO and IKV (which respectively advocated one-sided and two-sided disarmament). Discussions within the congregation were sometimes fierce, and opinions sharply divided. —⊕— In May 1985, the “Together on the Way” Guidance Committee (of the ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Hervormde’ Congregation) was established. The committee was tasked with making plans to give clearer form to the merger of both congregations. —⊕— In the 1986–1987 Yearbook, mention was made of the Worship Deliberation Group, “which aims to give form and content to worship services.”

“Protestant Congregation Wageningen” (2006).

On 12 December 2006, the Protestant Congregation Wageningen was formed through the merger of the ‘Gereformeerde’ Church in Wageningen and the ‘Hervormde’ Congregation of Wageningen. The ‘Gereformeerde’ Church and the ‘Hervormde’ Congregation ceased to exist. The Vredehorst was taken out of use in 2022 and is now used by another denomination.

The former ‘gereformeerde’ Bevrijdingskerk is still in use as a Protestant church.