Ds. H.P. Scholte (1805-1868), een van de eerste Afgescheiden predikanten in ons land, emigreerde in 1847 naar Amerika, naar de staat Iowa, waar hij samen met zijn ongeveer achthonderd meereizende geestverwanten het stadje Pella stichtte.
( < Naar deel 1 ) – Het heeft er alle schijn van dat de scheiding tussen hervormde vrijzinnigen en orthodoxen (de laatsten voornamelijk Afgescheidenen) in Woubrugge het begin beleefde in de stichting van de School met den Bijbel in het dorp.
In de negentiende eeuw bestond in het Zuid-Hollandse Woubrugge tien jaar lang – van 1851 tot 1861 – een Christelijke Afgescheidene Gemeente, die zelfs even een predikant had. Maar de gemeente werd opgeheven en voegde zich in 1861 bij de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Alphen aan den Rijn. Het duurde tot 18 augustus 1895 voordat De Gereformeerde Kerk te Woubrugge (‘opnieuw’) geïnstitueerd zou worden.
Een onderzoek van het dagblad Trouw naar de deelname van vrouwen aan het gereformeerde verzet rond deze illegale gereformeerde verzetskrant in de Tweede Wereldoorlog, maakt duidelijk dat het aantal verzetsvrouwen ‘veel groter was dan [door de onderzoekers] gedacht’.
( < Naar deel 2 ) – Tot 1922 werd de kerkzaal verlicht door petroleumlampen, maar in dat jaar werd de kerk aangesloten op het elektriciteitsnet. Juist dat jaar kwam ook de nieuwe predikant naar ’t Zandt, in de persoon van ds. H.A. Kievits (1880-1960) uit Midwolda. Op 10 september deed hij intrede.
( < Naar deel 1) – In 1844 werd een beroep uitgebracht op ds. Theeuwis de Wit (1814-1868) uit Ezinge, die ds. Wildeboer opvolgde. Ds. De With had in Ezinge iets meer dan een jaar gestaan. Op 25 augustus 1844 deed ds. De With intrede in de gemeente van ’t Zandt. Er was trouwens wel een tweede beroep nodig geweest alvorens hij het aannam.
Net als van ds. Wildeboer is van diens opvolger, ds. Th. de With, geen foto (en trouwens ook geen handschrift) bekend.
“Waarom is ds. De Cock niet gewoon krankzinnig verklaard?”
Ds. T.F. Uilkens (1769-1846) van hervormd Loppersum, waar hij anno 1834 al zevenendertig jaar gestaan had, moest niets hebben van de Afscheiding van 1834 en van de aanstichter daarvan, ds. H. de Cock (1801-1842) uit Ulrum.
( < Naar deel 44 ) – De Bazuin was jarenlang het landelijke kerkblad dat ten voordele van de Theologische School te Kampenwerd uitgegeven. Deze keer nemen we daaruit enkele berichten over uit de maand augustus 1870, die betrekking hebben op plaatselijke Christelijke Gereformeerde Gemeenten.
Het voormalig gereformeerde kerkje in het Groningse Nieuwolda stond – zoals we eerder meldden – weer te koop. Over de kerkelijke gemeente is niet veel bekend (het archief konden we door omstandigheden nog niet raadplegen); iets van wat bekend is vatten we samen in het hieronder staande korte – fragmentarische – verhaal.
In dit laatste deel in snelle vogelvlucht enkele belangrijke punten uit het laatste gedeelte van de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te Meerkerk.
Ds. Th.P. Potma (van 1944 tot 1947).
( < Naar deel 2 ) – Nadat ds. Rullmann vertrokken was nam de kerkenraad het beroepingswerk weer ter hand. In februari 1944 ontving ds. Th.P. Potma (1906-1990) van Oostburg een beroep, dat hij aannam; op 7 mei dat jaar deed hij intrede na in het ambt bevestigd te zijn door zijn schoonvader ds. S. Datema (1869-1957) van Dwingeloo.