Ds. J. Douma Azn. (van 1907 tot 1911).
( < Naar deel 1 – Back to Part 1 ) – Op 1 december 1907 deed kandidaat J. Douma Azn. (1881-1945) intrede, na in het ambt te zijn bevestigd door dr. H.H. Kuyper (1864-1945).

Besloten werd dat zolang er nog geen orgel was, meester Kurpershoek de voorzang en de Bijbel- en Wetslezingen voor zijn rekening zou nemen; de voorzang om te zorgen dat de gemeente op de juiste toonhoogte met zingen begon, en het lezen van de Wet en de Schriftlezingen. Maar dat duurde tot 3 maart 1909, toen het orgel zijn intrede deed! J. Nawijn uit Bolsward hoefde geen vergoeding voor het feit dat hij organist werd.
De predikant nam op 6 augustus 1911 afscheid omdat hij een beroep van de Gereformeerde Kerk te Ambt-Vollenhove had aangenomen.
Ds. E. Beukema (van 1911 tot 1916).
Een paar maanden later al trad zijn opvolger aan. Op 12 november 1811 werd namelijk kandidaat E. Beukema (1884-1958) bevestigd. In 1913 werd het jaartraktement op fl. 1.300 gebracht. Natuurlijk werd het vijfentwintigjarig jubileum van de plaatselijke Doleantie ook herdacht: op 7 januari 1914 door middel van een kerkdienst en ‘s avonds werd een gemeentelijke samenkomst gehouden, beide onder leiding van de predikant. Ds. Th.D. Prins (1862-1929) uit Bolsward werd gevraagd een historisch overzicht van de Doleantie te geven; hij had immers destijds de leiding gehad bij het tot stand komen van de Doleantie in Schettens-Longerhouw.

Nog steeds hield de kerkenraad leer en leven van de gemeenteleden in de gaten. Omdat ze ziek was werd een vrouwelijk gemeentelid door een kerkenraadsdelegatie thuis bezocht om haar de volgende vragen te stellen: “Erkent gij dat ge gezondigd hebt tegen het zevende gebod in een openbare zonde? Hebt gij daarover schuldgevoel en berouw? Hebt gij deze zonde den Heere beleden? Gelooft gij dat u om Jezus’ wil deze verschrikkelijke zonde vergeven is?” De vragen aan en het antwoord (‘Ja!’) van de zuster werden vervolgens vanaf de preekstoel aan de gemeenteleden voorgelezen…
Het verhuren van zitplaatsen liep niet zoals het hoorde. Het uitgangspunt was namelijk dat je kon bieden op een bepaalde zitplaats. Dat had tot gevolg dat sommigen hoge bedragen boden, waardoor mensen die niet ‘in de slappe was’ zaten dat niet konden betalen: ‘Er kwamen hartstochten los’. Ook in andere delen van het land kwamen bezwaren binnen tegen deze in veel kerken gebruikte verhuur van zitplaatsen (in sommige steden en dorpen zelfs bij opbod!).

De opbrengsten van de zitplaatsenverhuur waren de laatste jaren trouwens veel hoger (ruim fl. 400) dan normaal (zo’n fl. 250).
Het beroepingswerk werd weer ter hand genomen, omdat ds. Beukema een beroep ontvangen en aangenomen had van de Gereformeerde Kerk te Drachtster Compagnie. Besloten werd dat hij op 14 mei 1916 afscheid zou nemen. Maar liefst twaalf vergeefse beroepen waren nodig om de vacature te vervullen…
Ds. J. Bolman Jzn. (van 1919 tot 1937).

Het was drie jaar later toen de dertiende beroepen predikant de roeping aannam. Ds. J. Bolman (1872-1941) uit Oostwold deed op 25 mei 1919 intrede. De pastorie was intussen opgeknapt en op zijn verzoek was er ook een kippenhok getimmerd. Dat alles kostte wel zo’n fl. 2.000. De kerkenraadsleden verhoogden daarom staande de vergadering hun kerkelijke bijdrage en ook de gemeenteleden werd gevraagd financieel over de brug te komen.
In maart 1929 bleek bovendien dat de kerk hoogst nodig van buiten (en eigenlijk ook van binnen) geverfd moest worden. En alsof dat nog niet genoeg was kwam een jaar later de organist op de kerkenraad met de mededeling dat het orgel er zacht gezegd niet beter op werd. Dat hadden de kerkenraadsleden intussen ook wel gemerkt. Besloten werd vrijblijvend naar een ander instrument te informeren. Met andere woorden: de kerkelijke kosten liepen ook daardoor behoorlijk hoog op.
Combinatie met de kerk van Schraard vanaf 1933.
Gezien de financiële situatie van de kerk leek het de kerkenraad verstandig overleg te plegen met de gereformeerde kerkenraad van het naburige Schraard. Konden beide gemeenten misschien samen één predikant beroepen en dus een combinatie aangaan voor wat betreft de Woordbediening (voor de rest bleven beide kerken gewoon zelfstandig)? Ds. R.H. Pel (1861-1933) had namelijk juist wegens emeritaat afscheid genomen van de kleinere kerk van Schraard (ook een Doleantiekerk), zodat deze op dat moment vacant was.

De gemeenteleden werden uiteraard geraadpleegd en er waren geen bezwaren tegen het voorstel. Het was in feite een win-win situatie voor beide kerken, vond men. In 1/3 deel van de preekbeurten zou ds. Bolman in Schraard voorgaan en men zou ook dat gedeelte van het salaris aan de kerk van Schettens betalen. Op 1 februari 1933 ging de combinatieregeling in.
Omdat de gezondheid van ds. Bolman het noodzakelijk maakte emeritaat aan te vragen overlegde de kerkenraad met de gemeenteleden of bij de nieuwe predikant de combinatie met de kerk van Schraard gehandhaafd moest worden. Men oordeelde positief. Wel besloot de kerkenraad tot een verdeling van de predikantswerkzaamheden over beide kerken naar rato van het aantal leden. Het traktement werd bepaald op fl. 2.250 met drie vakantiezondagen. Voor de betaling ervan kwam 4/7 deel voor rekening van Schettens, en de rest voor Schraard.
Ds. M. Feitsma (van 1937 tot 1942).
Ds. M. Feitsma (1911-1968) werd de opvolger van ds. Bolman. De nieuwe predikant deed op 14 november 1937 intrede in Schettens en hij werd bevestigd door ds. W.H. den Houting (1894-1942) uit Huizum bij Leeuwarden.

Omdat voor de jongere meisjes de behandelde onderwerpen op de Meisjesvereniging te moeilijk waren, werd besloten dat door de pas opgerichte Oudersvereniging een ‘kleine’ Meisjesvereniging werd opgericht, voor meisjes tot 16 jaar. Overigens was de leiding van de Jongelingsvereniging, de JV, in goede handen bij br. Boerma, zo constateerde de kerkenraad met blijdschap.
De zitplaatsenverhuur was volgens de predikant niet in overeenstemming met Gods Woord, zodat – toen opnieuw een keuze gemaakt moest worden – niet weer naar dat stelsel teruggegaan werd, maar dat de combinatie van een ‘vaste bijdrage’ en een kerkcollecte gehandhaafd werd.
De Tweede Wereldoorlog.
Intussen was op 10 mei 1940 de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Van de classis ‘s-Gravenhage – voor dat soort zaken door de synode aangesteld – was een vertrouwelijke brief ontvangen waarin werd aangekondigd dat op 8 februari 1942 een biduur gehouden zou worden ‘speciaal voor de vrijheid en het karakter van onze christelijke scholen’. In een tweede vertrouwelijk schrijven, uitvoeriger dan het eerste, werden de kerkenraden adviezen aan de hand gedaan ten opzichte van de door de Duitse bezetters opgerichte Nederlandsche Arbeids Dienst. De kerkenraden werd op het hart gedrukt de jeugd te waarschuwen zich daar niet bij aan te sluiten.

Einde van de combinatie met Schraard (1942).
Hoewel het ‘preeklezen’ door ouderlingen (bij afwezigheid van de predikant) niet geliefd was, besloot de kerkenraad de combinatie met Schraard toch te handhaven. De kerkenraad van Schraard wilde het echter niet langer en besloot zelf een predikant te gaan beroepen. Daarom werd de combinatie van Schettens en Schraard per 31 mei 1942 beëindigd.
Ds. J. van Eerden (van 1942 tot 1947).

Ds. Feitsma nam op 31 mei 1942 afscheid wegens vertrek naar de Gereformeerde Kerk te Beverwijk. Het beroepingswerk verliep vlot en op 22 november 1942 deed zijn opvolger intrede: ds. J. van Eerden (1908-1957) uit Alkmaar. Al snel daarna kwam er een brief binnen van de Duitse bezetters waarin meegedeeld werd dat alleen de kerkdiensten mochten doorgaan, maar dat alle andere (kerkelijke) vergaderingen met meer dan twintig bezoekers verboden waren, tenzij daarvoor van de bezetter toestemming verkregen was. “Algemeen is men van oordeel zich niet teveel met deze bepalingen te moeten inlaten, maar meer te moeten vragen wat God in dezen van ons eist”.
Bij de jaarlijkse verdeling van zitplaatsen bleef ook nu het beginsel van gezinsbanken gehandhaafd (‘alle gezinnen zoveel mogelijk bij elkaar’). Ook werd het goed gevonden aan leden van vijftig jaar en daarboven voor wat betreft de zitplaatsenverdeling vrije keus te laten, en beneden die leeftijd de plaatsen te vergeven door loting of het trekken van een nummer.
Intussen had ds. Van Eerden een beroep ontvangen aan aangenomen van de Gereformeerde kerk te Drachtster Compagnie. Op 16 februari 1947 nam hij afscheid. Er volgde een vacatureperiode van bijna vijf jaar. Ds. A.M. van der Zanden (1912-1995) van Wons werd door de classis benoemd tot consulent. Hij werd later wegens ziekte opgevolgd door ds. B. Hagenaar (1894-1971) van Bolsward.
Ds. J. van Tuinen (van 1951 tot 1957).

Het beroepingswerk vereiste veel geduld Maar liefst negen bedankjes moesten worden geïncasseerd, tot kandidaat J. van Tuinen (1921-2009) te Dokkum het op hem uitgebrachte beroep aannam. Hij deed op 9 december 1951 intrede. De kerkenraad was blij verrast toen hij in april 1952 aankondigde dat hij over niet al te lange tijd in het huwelijk zou treden.
Ds. Van Tuinen preekte graag in het Fries. Toen de catechisanten hem in mei 1952 namelijk vroegen eens een Friese preek te houden, gaf hij daaraan in juli 1954 gehoor (ging het verkrijgen van instemming van de kerkenraad niet van een leien dakje?). Andere veranderingen hadden te maken met het nieuwe doopvont dat door de Vrouwenvereniging aan de kerk werd aangeboden, terwijl in 1955 de Nieuwe Bijbel Vertaling (1951) werd ingevoerd. Het orgel liep nog steeds niet op een elektrische windmachine, want er werd in die tijd opnieuw een ‘orgeltrapper’ benoemd.

‘Een drama in de pastorie’.
In 1957 speelde zich in de pastorie een drama af! Bij afwezigheid van het predikantsechtpaar werd de kerkenraadsvergadering desondanks – naar gewoonte – gehouden in de pastorie. “De kerkenraadsleden voelden zich koning in hun woning en deden wat hun gewenst voorkwam”. Iemand kwam op het idee de koffie warmer te maken en ‘daartoe het gastoestel van mevrouw in te schakelen’. De jongste diaken ging aan het verzoek voldoen maar de koffiepot met koffie en koffiedik kwam te vallen zodat het hele kooktoestel en de kokosmat in de keuken er vol mee lag. Dat was de laatste keer dat men in de woning kerkenraad hield. Dominee kreeg trouwens wel een nieuwe koffiekan. En de kokosmat dan?
Op 7 oktober 1957 nam ds. Van Tuinen afscheid wegens vertrek naar de Gereformeerde Kerk te Meppel. Zijn vertrek zal wel niks te maken hebben gehad met de koffiepot.
Ds. A. Riddersma (van 1958 tot 1962).

En al vrij snel daarna, op 16 februari 1958, deed kandidaat A. Riddersma (1928-1983) intrede in Schettens.
Tijdens de gemeentevergadering van maart 1958 werd gevraagd hoe het stond met het vrouwenkiesrecht in de gemeente. Besloten werd daaraan een extra avond te wijden. Ook de kerkvisitatoren vroegen het zich twee jaar later af. Ds. Riddersma gaf toen aan dat ‘de vrouwen er niet veel belang bij hebben’. Door de classis werd echter gesuggereerd dat de vrouwen- en mannenverenigingen er samen toch maar eens over moesten praten.
Verder werd in 1960 door de predikant gesproken over het onderwerp ‘kinderbeperking’. “Wat is eigenlijk de zin van het huwelijk? In de laatste tijd wordt er veel vrijer gesproken over geboortebeperking. Wens van de luxe-mens is twee kinderen, niet meer. Dit is in strijd met de opdracht van God, die de mens tot taak gaf: ’Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u’.”
Intussen waren in de gemeente doorgeefzakjes aangeschaft (en werd niet meer gecollecteerd met de ‘hengels’). Het beviel goed. De collecteopbrengsten gingen wat omhoog. Nadat de predikant in 1961 gedurende een jaar was benoemd tot legerpredikant kwam hij in januari 1962 weer terug en nam niet lang daarna het beroep aan dat de Gereformeerde Kerk te Zuidlaren op hem had uitgebracht. Op 26 augustus 1962 nam hij afscheid van Schettens.
Vacant (van 1962 tot 1965).
Het beroepingswerk verliep opnieuw niet vlot, en men kreeg de indruk dat de bouwkundige staat van de pastorie daar mede de oorzaak van was. Uiteindelijk besloot de kerkenraad om met het beroepingswerk verder te wachten tot de renovatie van de pastorie gereed was. De plannen daarvoor werden gemaakt en de bouw ter hand genomen.
Met Bolsward samen één predikant beroepen?

Omdat de Gereformeerde Kerk te Bolsward met 1.230 leden te groot was voor één predikant, maar te klein voor twee, kwam men op het idee samen met de kerk van Schettens een predikant te beroepen. Die zou dan – vond Schettens’ kerkenraad – om en om in Bolsward en in Schettens moeten preken, maar zou in Schettens moeten wonen. De kerkenraad van Bolsward moest vooralsnog echter berichten dat men in Bolsward over de plannen niet de nodige overeenstemming kon bereiken. Het plan bleef dus een paar jaar liggen.
In 1963 zocht Schettens over dit onderwerp weer contact met de kerkenraad van Bolsward. Nu stonden beide kerken er positief tegenover. Zo gebeurde het dat de nieuwe predikant zowel aan de kerk van Bolsward als aan die van Schettens verbonden werd.
Ds. G. van Halsema Th.zn. (van 1965 tot 1971).

Intussen had men in Schettens echter wèl vijf vergeefse beroepen moeten accepteren, tot de nieuwe predikant aantrad in de persoon van ds. G. van Halsema Th.zn. uit Amsterdam. Hij deed op 18 februari 1965 intrede in Schettens en Bolsward.
Tijdens de gemeentevergadering van 19 oktober 1965 werd besloten de pastorie te upgraden en het torentje op de kerk wegens bouwvalligheid af te breken en te vervangen door een neon-verlicht kruis (van 2,50 m. bij 0,80 m.).

Het orgel bleek in 1965 vol houtworm te zitten en werd daarom afgekeurd. In de gereformeerde kerk te Makkum was een tijdelijk orgel in gebruik geweest, dat ook tijdelijk in Schettens gebruikt mocht worden. Maar ondertussen werd gespaard voor een nieuw instrument. In april 1966 was er ruim fl. 9.200 bijeen gebracht. De fa. Pels te Alkmaar kreeg opdracht om voor fl. 14.700 een nieuw orgel te bouwen.
Samengevoegd met de kerk van Bolsward (1971).
In 1969 sprak de gemeentevergadering van de kerk van Schettens zich uit voor het voorstel om een ‘kerkwijk’ van de Gereformeerde Kerk te Bolsward te worden. De kerkenraad van Bolsward wilde er nog even een jaartje over nadenken. En dus kwam er in 1970 een commissie om de zaak te onderzoeken. Die commissie stelde voor dat beide kerken zouden worden samengevoegd tot één gemeente, waarbij die van Schettens als ‘wijk’ van de samengevoegde kerk zou gaan fungeren.

Alle eigendommen van de kerk van Schettens zouden overgaan naar de kerk van Bolsward: het kerkgebouw, de kosterswoning met bijgebouw, de pastorie, zeven woningen en alle baten en lasten. Bij de benoeming van ambtsdragers zou telkens worden gezorgd dat drie ouderlingen en twee diakenen woonachtig waren in Schettens of Longerhouw. Twee leden van de Commissie van Beheer moesten eveneens uit (een van) die twee dorpen afkomstig zijn; hetzelfde gold voor de Zendings- en Evangelisatiecommissie. De beide kerkenraden gingen met het voorstel akkoord en afgesproken werd dat de nieuwe regeling op 1 januari 1971 zou ingaan.
Op 17 december 1970 werd dan ook de laatste kerkenraadsvergadering van De Gereformeerde Kerk te Schettens gehouden ten huize van br. J. Hibma. Ds. Van Halsema herinnerde in een toespraak aan het ontstaan van de kerk van Schettens, die bijna 82 jaar als zelfstandige kerk bestaan had…
De kerk buiten gebruik gesteld (1997).
Het gereformeerde kerkgebouw werd in 1997 ten gevolge van het Samen-op-Wegproces met de hervormde gemeente buiten gebruik gesteld en het jaar daarop verkocht.
De ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Schettens c.a.
Bronnen onder meer:
A Algra, De Historie gaat door Het Eigen Dorp, deel IV, Leeuwarden g.j.
De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Kerk. Kampen, div. jrg.
De Heraut voor De Gereformeerde Kerken in Nederland. Amsterdam, div. jrg.
Jaarboeken (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.
K. Jongsma, Dankbaar Gedenken. De geschiedenis van De Gereformeerde Kerk te Bolsward. Bolsward, 1985
© 2025. GereformeerdeKerken.info
Translation into English:
The Reformed Church in Schettens (2).
Rev. J. Douma Azn. (from 1907 to 1911).
( < Back to Part 1 ) – On December 1, 1907, candidate J. Douma Azn. (1881–1945) was installed, after being ordained by Dr. H.H. Kuyper (1864–1945).
It was decided that as long as there was no organ, Mr. Kurpershoek would take care of the precenting (leading the singing) and reading aloud—the precenting to ensure the congregation started singing in the right pitch, and the reading of the Law and Scripture passages. But this lasted only until March 3, 1909, when the organ made its debut! J. Nawijn from Bolsward did not require any compensation for becoming the organist.
The minister said farewell on August 6, 1911, as he had accepted a call from the Reformed Church in Ambt-Vollenhove.
Rev. E. Beukema (from 1911 to 1916).
Just a few months later, his successor was already confirmed. On November 12, 1911, candidate E. Beukema (1884–1958) was ordained. In 1913, the annual salary was raised to 1,300 guilders.
Naturally, the 25th anniversary of the local Doleantie (the 1886 schism in the ‘Hervormde’ Church) was also commemorated—on January 7, 1914, with a worship service and an evening congregational gathering, both led by the minister. Rev. Th.D. Prins (1862–1929) of Bolsward was asked to give a historical overview of the Doleantie, since he had led the process in Schettens-Longerhouw.
The consistory continued to monitor the doctrine and conduct of church members. A female member who was ill was visited at home by a delegation of elders and asked the following questions:
“Do you acknowledge that you have sinned against the seventh commandment in a public sin? Do you feel guilt and remorse over this? Have you confessed this sin to the Lord? Do you believe that for Jesus’ sake this terrible sin is forgiven?”
Her answers (“Yes!”) were read aloud from the pulpit to the congregation…
The renting of pews did not go as intended. The idea was that people could bid on a specific seat, but this led to some offering high amounts, making it unaffordable for the less well-off—“Passions were stirred.” Across the country, objections were being raised to this common pew rental system (in some towns even auction-style!).
In fact, the income from pew rentals in recent years had been much higher (over 400 guilders) than usual (around 250).
The calling process resumed because Rev. Beukema had accepted a call from the ‘gereformeerde’ Church of Drachtster Compagnie. It was decided he would say farewell on May 14, 1916. It took no fewer than twelve unsuccessful calls to fill the vacancy…
Rev. J. Bolman Jzn. (from 1919 to 1937).
Three years later, the thirteenth called pastor accepted the call. Rev. J. Bolman (1872–1941) from Oostwold was installed on May 25, 1919. In the meantime, the parsonage had been renovated, and at his request, a chicken coop was also built. All this cost about 2,000 guilders. The elders promptly raised their church contributions during the meeting, and the congregation was also asked to contribute financially.
By March 1929, it became clear that the church urgently needed to be painted externally (and actually internally as well). And as if that weren’t enough, a year later, the organist informed the consistory that the organ was, to put it mildly, deteriorating. The elders had noticed this too. It was decided to casually inquire about a new instrument—in other words, church expenses were increasing significantly.
Partnership with the church of Schraard from 1933.
Given the church’s financial situation, the consistory thought it wise to consult with the neighboring ‘Gereformeerde’ Church of Schraard. Could both congregations perhaps jointly call a minister and thus combine for preaching duties (while remaining independent in other matters)? Rev. R.H. Pel (1861–1933) had just retired from the smaller Doleantie church of Schraard, making it vacant.
The members were consulted and raised no objections. It was a win-win situation for both churches. Rev. Bolman would preach in Schraard for one-third of the services, and that portion of his salary would be paid by Schraard. The partnership started on February 1, 1933.
When Rev. Bolman’s health required him to retire, the consistory consulted with members whether the new pastor should continue the arrangement with Schraard. The response was positive. A distribution of pastoral duties based on the number of members was agreed. The salary was set at 2,250 guilders, with three Sundays off. Schettens would pay 4/7 of the salary, Schraard the rest.
Rev. M. Feitsma (from 1937 to 1942).
Rev. M. Feitsma (1911–1968) succeeded Rev. Bolman. He was installed in Schettens on November 14, 1937, by Rev. W.H. den Houting (1894–1942) of Huizum near Leeuwarden.
Since the topics at the Girls’ Society were too difficult for younger girls, it was decided that the newly established Parents’ Association would form a “junior” Girls’ Society for girls up to age 16. Meanwhile, the Young Men’s Association (JV) was in good hands under brother Boerma, as the consistory happily noted.
According to the pastor, pew rentals were not in line with God’s Word. So the congregation stuck with a system of “fixed contributions” and offerings instead.
Meanwhile, on May 10, 1940, World War II had broken out. A confidential letter from the The Hague classis, appointed by the synod, announced a special prayer service for February 8, 1942, “specifically for the freedom and character of our Christian schools.” A second confidential letter, more detailed, advised church councils on the German-occupied ‘Dutch Labor Service’, urging them to warn youth not to join.
End of partnership with Schraard (1942).
Though elders and congregation members did not enjoy “reading sermons” in the minister’s absence, the consistory still wished to continue the partnership. Schraard’s council, however, chose to call their own pastor. Thus, the partnership with Schraard ended on May 31, 1942.
Rev. J. van Eerden (from 1942 to 1947).
Rev. Feitsma said farewell on May 31, 1942, due to his departure to the ‘Gereformeerde’ Church in Beverwijk. The process of calling a new pastor went smoothly, and on November 22, 1942, his successor was installed: Rev. J. van Eerden (1908–1957) from Alkmaar.
Shortly after Rev. Van Eerden’s installation, a letter was received from the German occupiers stating that only church services were allowed to continue, while all other (church-related) gatherings with more than twenty attendees were prohibited unless specific permission was granted by the occupiers. “It is generally agreed that we should not concern ourselves too much with these regulations, but rather ask what God requires of us in this matter.”
In the annual allocation of pews, the principle of family pews was maintained (“keeping all families together as much as possible”). It was also agreed that members aged fifty and older could choose their seats freely, while those under that age would receive their seats by drawing lots or numbers.
In the meantime, Rev. Van Eerden had received and accepted a call from the ‘Gereformeerde’ Church in Drachtster Compagnie. He said farewell on February 16, 1947. A vacancy followed that lasted nearly five years. Rev. A.M. van der Zanden (1912–1995) from Wons was appointed by the classis as the interim minister (consulent). Due to illness, he was later succeeded by Rev. B. Hagenaar (1894–1971) from Bolsward.
Rev. J. van Tuinen (from 1951 to 1957).
The process of calling a new pastor required a great deal of patience. No fewer than nine declinations were received before candidate J. van Tuinen (1921–2009) from Dokkum accepted the call. He was installed on December 9, 1951. The church council was pleasantly surprised when he announced in April 1952 that he would soon be getting married.
Rev. Van Tuinen enjoyed preaching in Frisian. When the catechism students asked him in May 1952 to give a sermon in Frisian, he complied in July 1954 (perhaps not without some struggle to get the church council’s approval?). Other changes included the new baptismal font, which was gifted to the church by the Women’s Association, and the introduction in 1955 of the New Bible Translation (1951).
The organ still did not run on an electric wind machine, so a new “organ pumper” was appointed at that time.
“A Drama in the Parsonage”.
In 1957, a drama unfolded in the parsonage! In the absence of the minister and his wife, the church council meeting was customarily held in the parsonage. “The council members felt like kings in the house and did as they pleased.” Someone got the idea to warm the coffee and “decided to use the lady of the house’s gas stove for it.”
The youngest deacon was tasked with this, but the coffee pot with both coffee and grounds fell, spilling all over the stove and the coconut mat in the kitchen. That was the last time a council meeting was held in the parsonage. Incidentally, the minister did receive a new coffee pot.
On October 7, 1957, Rev. Van Tuinen said farewell due to his departure to the ‘Gereformeerde’ Church in Meppel.
Rev. A. Riddersma (from 1958 to 1962).
Soon afterward, on February 16, 1958, candidate A. Riddersma (1928–1983) was installed in Schettens.
At the congregational meeting in March 1958, the issue of women’s voting rights in the congregation was raised. It was decided to dedicate an extra evening to discuss it. Two years later, the church visitors raised the same question. Rev. Riddersma indicated at the time that “the women do not have much interest in it.” The classis suggested that the men’s and women’s associations should discuss it together.
In 1960, the minister spoke about the topic of birth control. “What is the real purpose of marriage? Recently, people speak much more freely about birth control. The wish of the luxury-loving person is two children, no more. This contradicts God’s command, who gave man the task: ‘Be fruitful and multiply.’”
Meanwhile, offering bags were purchased for the congregation (and the previous method using long-handled collection poles was discontinued). This was well received. The collection revenues rose slightly. After the minister served for a year as a military chaplain in 1961, he returned in January 1962 and not long after accepted a call from the Reformed Church in Zuidlaren. He said farewell to Schettens on August 26, 1962.
Vacancy (from 1962 to 1965).
The calling process did not go smoothly, and there was a growing sense that the condition of the parsonage was partly to blame. The church council eventually decided to postpone the search for a new pastor until the parsonage was renovated. Plans were made, and construction began.
Calling a Pastor Together with Bolsward?
Because the ‘Gereformeerde’ Church in Bolsward, with 1,230 members, was too large for one pastor but too small for two, the idea emerged to jointly call a pastor with the church of Schettens. That pastor, according to Schettens’ church council, would alternate preaching between Bolsward and Schettens but reside in Schettens. However, the Bolsward church council initially reported that they couldn’t yet reach the necessary agreement on the plan. The idea was shelved for a few years.
In 1963, Schettens renewed contact with Bolsward on the matter. This time, both churches were positive about the idea. Eventually, a new pastor was called to serve both Bolsward and Schettens.
Rev. G. van Halsema Th.zn. (from 1965 to 1971).
In the meantime, Schettens had to accept five unsuccessful calls before a new pastor was installed: Rev. G. van Halsema Th.zn. from Amsterdam. He was installed in both Schettens and Bolsward on February 18, 1965.
At the congregational meeting on October 19, 1965, it was decided to renovate the parsonage and to demolish the church’s decaying tower, replacing it with a neon-lit cross (measuring 2.50 m by 0.80 m).
In 1965, the organ was found to be infested with woodworm and was decommissioned. A temporary organ that had been in use in the ‘Gereformeerde’ Church in Makkum was allowed to be used temporarily in Schettens. Meanwhile, fundraising efforts began for a new instrument. By April 1966, more than fl. 9,200 had been raised. The Pels company in Alkmaar was commissioned to build a new organ for fl. 14,700.
Merged with the Church of Bolsward (1971).
In 1969, the congregational meeting of the church in Schettens expressed support for the proposal to become a “church district” of the ‘Gereformeerde’ Church in Bolsward. The Bolsward church council wanted another year to think it over. So, in 1970, a committee was formed to investigate the matter. The committee proposed that the two churches be merged into a single congregation, with Schettens functioning as a district of the unified church.
All the properties of the church in Schettens would be transferred to the church of Bolsward: the church building, the sexton’s house with annex, the parsonage, seven houses, and all assets and liabilities. When appointing office-bearers, it would be ensured that three elders and two deacons lived in Schettens or Longerhouw. Two members of the Board of Trustees would also have to come from one of those two villages; the same applied to the Missions and Evangelism Committee. Both church councils agreed to the proposal, and it was decided the new arrangement would take effect on January 1, 1971.
On December 17, 1970, the final church council meeting of The ‘Gereformeerde’ Church of Schettens was held at the home of Brother J. Hibma. In a speech, Rev. Van Halsema reflected on the founding of the church in Schettens, which had existed independently for almost 82 years.
The ‘gereformeerde’ church building was decommissioned in 1997 due to the Together on the Way process with the ‘Hervormde’ congregation, and it was sold the following year.