De Gereformeerde kerk te Tzum (2)

‘Na de oorlog.

( < Terug naar deel 1 – Back to Part 1 ) – De kerkenraad nam natuurlijk meteen het beroepingswerk ter hand, maar al voordat men daarmee was begonnen kwam een sollicitatiebrief binnen van de bekende ds. J.H. Zelle (1907-1983) uit Leeuwarden. De brief nam men overigens voor kennisgeving aan.

De gereformeerde kerk aan de Wommelserweg in Tzum (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

De ‘Vrijmaking’.

Nog tijdens de oorlog hadden de meningsverschillen in de Gereformeerde Kerken over de betekenis van de doop en het Verbond in 1944 geleid tot een landelijke kerkscheuring. Synodebesluiten over dat onderwerp werden door een aantal predikanten en gemeenteleden bestreden, met als voorman dr. K. Schilder (1890-1952) uit Kampen. Ten gevolge van zijn verzet werd de Kamper hoogleraar door de Generale Synode afgezet als predikant en hoogleraar. Zo ontstonden uiteindelijk de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). In Tzum kreeg de Vrijmaking nauwelijks voet aan de grond.

In Indië…

Hoewel de Tweede Wereldoorlog afgelopen was, ging de strijd in Indië voort. Daar rebelleerden ‘Indische opstandelingen’ onder leiding van Soekarno tegen het Nederlandse bewind. De regering vond dat men daartegen moest optreden, met als gevolg dat ook vanuit Tzum jongens naar Indië vertrokken om daar een gevaarlijke strijd te leveren. De kerkenraad verstuurde pakketten naar de jongens in Indië, er ook werd schriftelijk contact met hen onderhouden. Twee jongens uit Tzum keerden niet terug. Lieuwe Greidanus en Wiebe Bruinsma werden op erevelden in Indië ter aarde besteld…

Ds. S. Hania (van 1946 tot 1948).

Ds. S. Hania (1905-1948).

Op 7 juli 1946 deed ds. S. Hania (1905-1948) intrede in de kerk van Tzum. Hij was de predikant die de eerste Friese dienst in Tzum leidde, namelijk op tweede Paasdag 1947. Sommige kerkgangers ergerden zich eraan en liepen de kerk uit: ‘No is de komeedzje yn ‘e tsjerke’ (‘Nu is de komedie in de kerk’), zeiden ze. Een tweede Friese dienst werd door de kerkenraad vooralsnog niet toegestaan, omdat men ‘kalm aan’ wilde…

De predikant werd in de herfst van 1947 ernstig ziek, waarna  hij op 20 december 1948, op 43-jarige leeftijd, overleed. Hij werd in Tzum begraven.

De steen op het graf van ds. Hania.

Emigratie uit Tzum (van 1948 tot 1951).

De oorlog had voor velen zicht op een welvarend Nederland als sneeuw voor de zon doen verdwijnen. Ook uit Tzum vertrokken gemeenteleden ‘De Grote Plas’ over, vooral richting Canada. In de jaren 1948 tot 1951 moest vaak afscheid genomen worden van gereformeerde gezinnen.

De kerk verbouwd (1950).

Verscheidene keren was in de kerkenraad en op gemeentevergaderingen geklaagd over de beperkte ruimte in de kerk. De gemeente groeide! De kerkenraad besloot na de oorlog in te grijpen. In de zomer van 1950 onderging de kerkzaal een grondige renovatie. Gedurende de vier weken van de verbouwing kon men (gratis) gebruik maken van het hervormde kerkgebouw. Op 24 september 1950 konden de diensten weer in de fris ogende gereformeerde kerk gehouden worden.

Ds. J. Kuntz (van 1951 tot 1953).

Ds. J. Kuntz (1926-2019).

Pas na ongeveer vier jaar werd de vacature in Tzum vervuld. Op 15 juli 1951 deed kandidaat J. Kuntz (1926-2019) intrede in het dorp. De predikant nam op 11 juli 1953 afscheid en vertrok toen naar de kerk van Schoonebeek. In 1958 emigreerde hij naar Canada, waar hij predikant werd bij de Christian Reformed Churches, eerst in Orillia (Ontario) en later ook in Kitchener en in Brampton. Daar kreeg hij een parttime betrekking in het Holland Christian Home, vooral door Nederlandse emigranten bewoond.

Ds. C. van der Giessen (van 1955 tot 1960).

Ds. C. van der Giessen (1924-2013).

Ook ds. C. van der Giessen (1924-2013) kwam als kandidaat naar Tzum, waar hij op 31 januari 1955 intrede deed en vervolgens ongeveer vijf jaar lang daar op zondag de preekstoel beklom. De kansel was in die tijd volgens sommigen aan z’n end; er zou een nieuwe moeten komen. Maar tegenstanders verhinderden het vooralsnog. De preekstoel was nog prima, vonden ze. De kerkenraad sprak er echter enkele jaren later opnieuw over en toen werd besloten toch een nieuwe kansel aan te schaffen, en de oude aan de Gereformeerde Kerk van Pingjum over te doen.

In het voorjaar van 1957 werd ds. Van der Giessen gedurende 1 jaar en zes weken legerpredikant. Wel moest hij, om daarvoor toestemming van de kerkenraad te krijgen, beloven na zijn terugkomst gedurende een jaar geen beroep in overweging te nemen.

Het orgel.

Links het orgel uit 1013, rechts dat uit 1958 (foto: ‘De Gereformeerde Kerk van Tzum’).

Ook het orgel vertoonde in die tijd gebreken. Al in 1950 werden die geconstateerd, en in 1958 moest men uiteindelijk kiezen tussen restauratie of een nieuw instrument, wat fl. 18.000 zou kosten. Een commissie ging aan het werk om geld binnen te halen voor de laatste optie. Men telde na afloop van de actie voor fl. 10.000 aan renteloze leningen en voor bijna fl. 1.500 aan giften. Timmenga ui Leeuwarden bouwde een nieuw orgel met elf registers. Het oude instrument uit 1913 werd gekocht door de ‘vrijgemaakte kerk’ in Blija.

De Jongelingsvereniging 50 jaar.

Het logo van de ‘Nederlandse Bond van Jongelings Verenigingen op G.G.’.

De Jongelingsvereniging Onze Hulpe is in den Name des Heeren was op 24 februari 1909 opgericht met als logische consequentie, dat de JV in 1959 vijftig jaar oud was. “Het is een groot en dankbaar feest geworden”. Door de jongens werd een revue opgevoerd met een terugblik op de voorgaande halve eeuw. De revue heette ‘De gouden sinne’ (de gouden zon). Er ging veel gerepeteer in de consistorie aan vooraf.

Ds. Van der Giessen was een gerespecteerd predikant in Tzum. Hij nam op 31 juli 1960 afscheid en vertrok naar de grote en snel groeiende Gereformeerde Kerk van Drachten.

Ds. I. Vergeer (van 1960 tot 1966).

Ds. I. Vergeer (1928-2014).

Zijn opvolger stond ongeveer vijf jaar lang in Tzum. Het was ds. I. Vergeer (1928-2014), die op 4 december 1961 intrede deed.

De eerste SOW-besprekingen.

Zo nu en dan werden in de jaren ‘40 en ‘50 gezamenlijke zangdiensten gehouden met de hervormde gemeente. In 1943 verleende het gereformeerde zangkoor Sursum Corda daaraan medewerking, overigens zonder de kerkenraad daarvan op de hoogte gesteld te hebben. Daarover werd nog even nagepraat…

Ook werd nagepraat over het feit dat de hervormde predikant ds. Nieber op de preekstoel gezegd had dat het (van oorsprong gereformeerde) Friesch Dagblad ‘een krant van niks’ was. De gereformeerde kerkenraad noemde dat ‘de paarden achter de interkerkelijke wagen spannen’. Ondanks de soms moeizame verhoudingen vonden in het voorjaar van 1963 de eerste samensprekingen plaats onder leiding van ds. Vergeer en de hervormde predikant, meer bedoeld om elkaar ‘beter te leren kennen’. Ds. Vergeer nam op 6 februari 1966 afscheid.

Ds. F. Dijkstra (van 1968 tot 1978).

Ds. F. Dijkstra (1917-1988).

Tijdens de ambtsperiode van ds. F. Dijkstra (1917-1988), die op 4 februari 1968 intrede deed, kreeg het SOW (Samen-op-Weg-) proces van de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente een onverwachte stimulans omdat de hervormde kerk gerestaureerd moest worden en zij de diensten in de gereformeerde kerk mocht houden: ‘s morgens ieder een eigen dienst en ‘s middags een gezamenlijke dienst. Na allerlei tussenstappen werden met ingang van 1996 ook de avondmaalsdiensten gezamenlijk gehouden.

Consistorie en pastorie opgeknapt (1968).

In 1968 werd de kerkenraadskamer verbouwd en ook de pastorie kreeg een opknapbeurt. De vraag was echter waar het benodigde geld vandaan moest komen. Daarvoor werden allerlei mogelijkheden nagegaan, zoals het plaatsen bij gemeenteleden van renteloze aandelen.

De gereformeerde pastorie naast de kerk aan de Wommelserweg.

Ook het kerkgebouw kwam aan de beurt. In 1973 werd daarover uitvoerig vergaderd; de kosten van de grondige opknapbeurt zouden fl. 18.000 bedragen. Er werd een rondgang door de gemeente gehouden die de benodigde financiën opleverde. Op zondag 9 februari 1975 kon men weer in de vernieuwde kerkzaal samenkomen.

En verder…

Fan It Tsjerklik Med was het kerkelijk blad, dat al op 1 januari 1970 als gezamenlijk kerkblad van de Gereformeerde Kerk en de hervormde gemeente diende. Na een wat moeilijke start floreerde het blad steeds meer en was voor de gemeenteleden een bron van informatie. –⊕– In 1972 vroeg de kerkenraad aan de leden van de  Vrouwenvereniging of zij het bezoek aan de bejaarden op zich wilden nemen. Dat gebeurde. –⊕– Ondertussen liep het kerkbezoek langzaam terug, zo werd duidelijk uit de rapporten van de kerkvisitaties. — ⊕– Verder werd in die tijd geklaagd over een aantal gemeenteleden dat onvoldoende hun verplichtingen nakwam (bijvoorbeeld de betaling van de kerkelijke bijdragen). In 1978 sprak de kerkenraad over ‘vervlakking van het geestelijk leven, en daling van het kerkbezoek, waarbij zelfs van ‘afval’ gesproken werd. –⊕– De ‘jonge vrouwenvereniging’ nam op zich om vanaf 1975 nieuwe gemeenteleden met een bloemetje te verwelkomen.  –⊕– Naast andere veranderingen in het kerkelijk leven werd in 1975 de eerste vrouwelijke diaken in de kerkenraad gekozen en benoemd.  –⊕– De jeugdcommissie vroeg in 1978 om tien jeugddiensten en in 1979 vroegen ze bovendien of ze zelf mochten bepalen welke predikant in een jeugddienst zou voorgaan. Dat was voor de kerkenraad echter een stapje te ver. Wel kwam er niet lang daarna voor het eerst een jeugdouderling, die de verbindende schakel tussen de jeugd en de kerkenraad zou zijn.

Ds. Th. Korteweg (van 1980 tot 1985).

Ds. Th. Korteweg (1949-2019).

Op 12 oktober 1980 kwam kandidaat Th. Korteweg (1949-2019) naar Tzum.

De ‘schoolstrijd’.

In het kerkelijk gedenkboek maakte hij er gewag van dat zijn tijd in het dorp niet makkelijk was. Zo schreef hij over ‘de heilloze broedertwist die het dorp in de tijd dat ik er was bijna drie jaar heeft verdeeld en die bijna het einde van de christelijke school had betekend. Voor mij zijn die jaren in meer dan één opzicht een vuurproef geweest. Ik had mijn eigen mening, al probeerde ik buiten de strijd te blijven. Het was niet eenvoudig mijn onafhankelijkheid te handhaven toen beide kampen probeerden mij naar hun kant te trekken. (…) De uiteindelijke oplossing waaraan ik zelf heb meegewerkt, heb ik nooit echt bevredigend gevonden. (…) Ik heb in die periode sterker dan ooit beseft hoe belangrijk de kerk eigenlijk is. Er kwam soms iets als een ontroering over mij als ik zag hoe de mensen die elkaar vanuit hun eigen huizen bestookten en soms regelrecht bedreigden, toch in dat ene uur op zondagmorgen of zondagmiddag, onder één dak bij elkaar zaten. Dat was dan het huis van God, Daar beleden we schuld, daar geschiedde het wonder van de vergeving en de verzoening. (…) Vergeet dat nooit!’

Het interieur van de kerk, zoals in 1984 gefotografeerd door Andre van Dijk (foto: Reliwiki).

Waar het om ging.

De ‘schoolstrijd’ ging onder meer over problemen met leerkrachten en leerlingen.

Verontrusting.

Al eerder maakten we melding van wat in de kerkenraad van december 1978 werd opgemerkt over ‘vervlakking van het geestelijk leven en dalend kerkbezoek’. De kerkenraad hield de ontwikkelingen in de gaten. Over allerlei ontwikkelingen in de kerken heerste ongerustheid in de Gereformeerde Kerken. Kerkenraadsleden trokken naar Lunteren waar een vergadering van de synode gehouden werd om vragen te bespreken die zoveel kerkleden verontrustten.

Op 30 oktober 1984 werd ook een extra gemeenteavond gehouden. Men wilde graag eens bijpraten over de kerkelijke ontwikkelingen die zoveel mensen bezorgd maakten. Het synoderapport ‘Over de aard van het Schriftgezag’ kwam ter sprake, de kwestie Wiersinga en  ‘kinderen aan het Avondmaal’. De aanwezigen waren positief over de besprekingen. Met had de eigen zorgen kunnen uitspreken en die van anderen kunnen aanhoren. Ook andere zaken speelden in die tijd die de meningen verdeelden: huwelijk en samenwonen, de kwestie van Oorlog en Vrede, de plaatsing van kernwapens in ons land, enz.

Het interieur met zicht op het orgel (foto: Reliwiki, Andre van Dijk).

Ds. G. Olde en ds. J. van der Neut (van 1989 tot 1995).

Op 12 maart 1989 deed kandidaat G. Olde (*1962) intrede, op 18 februari 1990 gevolgd door zijn echtgenote, kandidaat J. van der Neut (*1962). Het predikantsechtpaar was tot 9 april 1995 – toen ze afscheid namen – aan de kerk van Tzum verbonden. Over zijn werkzame periode in Tzum schreef ds. Olde onder meer het volgende: “Het Samen op Wegproces (SOW-proces) kreeg steeds meer wind in de rug door vriendschappen over de kerkmuren heen, door samenbindende activiteiten, zoals startweekends en tentdiensten en acties, (…) maar vooral door de ontdekking dat we elkaar gewoonweg nodig hadden; we [de twee kerken] zaten eigenlijk in hetzelfde schuitje”

“1993 heb ik ervaren als een spannend jaar. We mochten een stappenplan ontwikkelen met de intentie echt één gemeente te worden in de toekomst. Maar in december 1993 wilden we ook recht doen aan onze gereformeerde wortels; gedenken en erkennen dat 100 jaar Gereformeerde Kerk in Tzum tot een zegen is geweest. Dat we dat feest ook met onze hervormde broeders en zusters hebben kunnen vieren met het oog op de toekomst, heb ik ervaren als een windvlaag uit den hoge”.

In 1992 werden de gespreksgroepen en Bijbelkringen van beide kerken samengevoegd en werd een intentieverklaring van het Samen-op-Weg-gaan opgesteld en het bovengenoemde stappenplan uitgezet.

Op 9 april 1995 namen beide predikanten afscheid van de Gereformeerde Kerk te Tzum omdat zij het beroep van de kerk van Nieuwerkerk aan den IJssel hadden aangenomen.

Ds. J.F. Mol (van 1990 tot 1998) en ds. C.G. Kant (van 1999 tot 2003).

Samen op Weg (1996).

Het eerste Samen-op-Weg logo.

In 1996 werd de Federatieovereenkomst met de qua ledental ongeveer even grote hervormde gemeente getekend en in hetzelfde jaar werden alle Avondmaalsdiensten gezamenlijk gevierd. Afgesproken werd dat jaar om als Samen op Weggemeenten voorlopig vijf jaar lang om en om in elkanders kerkgebouw erediensten te vieren. Ondertussen wist iedereen al van te voren dat ná die vijf jaar afscheid genomen zou worden van het gereformeerde kerkgebouw aan de Wommelserweg. ‘Men vond dat er geen tijd meer was voor benadrukking van de onderlinge verschillen omdat men zich ervan bewust was dat men in een tijd leefde waarin een generatie opgroeide die weinig of niet meer bekend was met het Evangelie’.

De laatste dienst (2002).

Na de laatste dienst werden de liturgische voorwerpen de kerk uit gedragen (foto: ‘De Gereformeerde Kerk van Tzum’).

De kerk zat vol toen op zondag 27 januari 2002 de laatste dienst gehouden werd in het gereformeerde kerkgebouw van Tzum. Natuurlijk werd in de preek ingegaan op de vele gedenkwaardige momenten en gebeurtenissen in het kerkgebouw. Volgens ds. Kant was afsplitsing van de hervormde kerk in Tzum niet nodig geweest, “omdat [de toen nog hervormde] ds. K. Fernhout (1858-1953) van Tzum destijds een bijbelgetrouw predikant was. Maar aan de andere kant hebben Afscheiding en Doleantie voor de landelijke kerk ook een positief en zinvol effect gehad. Er werd hierdoor een belangrijk signaal afgegeven dat de kerk terug moest naar haar bron en fundament”.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Tzum.

De ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Tzum van 1893 tot 2003 (bron: Jaarboeken GKN).

Bronnen onder meer:

A. Algra, De Historie gaat door Het Eigen Dorp. Dl. 1. Leeuwarden, g.j.

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Gereformeerde Kerk. Kampen, div. jrg.

A.J. de Bue, De Gereformeerde Kerk van Tzum. Een tijd om te bewaren: 1893-2002. Tzum, 2002

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboeken (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

J. Wesseling, De Afscheiding van 1834 in Friesland. Deel III, De classes Sexbierum (Franeker), Sneek en Tjalleberd (Heerenveen) van de Afgescheiden Kerken. Groningen, 1983

© 2025. GereformeerdeKerken.info

Translation into English:

The ‘Gereformeerde’ Church in Tzum (2).

( < Back to Part 1 ) – The consistory naturally got to work immediately on the calling process for a new minister. Even before they had begun, however, a letter of application arrived from the well-known Rev. J.H. Zelle (1907–1983) from Leeuwarden. The letter was acknowledged but otherwise left unanswered.

The “Liberation” (Vrijmaking).

Even during the war, differences of opinion within the ‘Gereformeerde’ Churches about the meaning of baptism and the Covenant had in 1944 led to a national church schism. Synod decisions on that topic were contested by a number of ministers and church members, led by Dr. K. Schilder (1890–1952) from Kampen. As a result of his opposition, the General Synod dismissed the Kampen professor from his positions as minister and professor. Thus, the “’Gereformeerde’ Churches (Liberated)” were eventually formed. In Tzum, however, the church-‘Liberation’ gained little ground.

In the Indies…

Although World War II had ended, fighting continued in the Dutch East Indies. Indonesian ‘rebels’ under the leadership of Sukarno fought against Dutch rule. The Dutch government believed it was necessary to take military action, and as a result, young men from Tzum also left to fight a dangerous battle there. The consistory sent care packages to the boys in the Indies and kept in written contact with them. Two young men from Tzum did not return. Lieuwe Greidanus and Wiebe Bruinsma were laid to rest in war cemeteries in the Indies…

Rev. S. Hania (1946 to 1948).

On July 7, 1946, Rev. S. Hania (1905–1948) was installed as minister in the church of Tzum. He was the first minister to lead a Frisian-language service in Tzum, which took place on Easter Monday in 1947. Some churchgoers were upset and walked out: “No is de komeedzje yn ‘e tsjerke” (“Now the comedy is in the church”), they said. A second Frisian service was initially not permitted by the consistory, as they wanted to “take things slowly.”

The minister became seriously ill in the autumn of 1947 and passed away on December 20, 1948, at the age of 43. He was buried in Tzum.

Emigration from Tzum (1948 to 1951).

For many, the war had shattered any hope of a prosperous Netherlands. Some Church members from Tzum also crossed “the Big Pond,” especially heading to Canada. From 1948 to 1951, farewell had to be said often to ‘gereformeerde’ families.

Church Renovation (1950).

The limited space in the church had been a repeated complaint in both consistory and congregational meetings. The congregation was growing! After the war, the consistory decided to take action. In the summer of 1950, the church hall underwent a major renovation. For four weeks during construction, services were held (free of charge) in the ‘Hervormde’ church building. On September 24, 1950, services resumed in the freshly refurbished ‘gereformeerde’ church.

Rev. J. Kuntz (1951 to 1953).

It was only after about four years that the vacancy in Tzum was filled. On July 15, 1951, candidate J. Kuntz (1926–2019) was installed in the village. He left on July 11, 1953, to serve the church in Schoonebeek. In 1958, he emigrated to Canada, where he became minister in the Christian Reformed Churches, first in Orillia (Ontario), and later in Kitchener and Brampton. There he also worked part-time at the Holland Christian Home, which was mainly inhabited by Dutch immigrants.

Rev. C. van der Giessen (1955 to 1960).

Rev. C. van der Giessen (1924–2013), also a candidate, was installed in Tzum on January 31, 1955, and preached there for about five years. At that time, some considered the pulpit to be at the end of its life and wanted a new one. Opponents delayed the matter, believing the current pulpit was still fine. A few years later, the consistory revisited the issue and eventually decided to replace it. The old pulpit was transferred to the ‘gereformeerde’ Church of Pingjum.

In the spring of 1957, Rev. Van der Giessen served as a military chaplain for one year and six weeks. To receive consistory approval, he had to promise not to consider any new calls for one year upon his return.

The Organ.

The organ also had defects during that time. As early as 1950, these were noted, and by 1958 the church had to choose between restoration or a new instrument costing ƒ18,000. A committee raised funds for the latter. The campaign yielded ƒ10,000 in interest-free loans and nearly ƒ1,500 in donations. Timmenga of Leeuwarden built a new organ with eleven registers. The old 1913 instrument was sold to the ‘liberated gereformeerde’ Church in Blija.

50 Years of the Young Men’s Association.

The Young Men’s Association Onze Hulpe is in den Name des Heeren was founded on February 24, 1909. Naturally, in 1959 the JV (association) turned fifty. “It became a grand and thankful celebration.” The boys performed a revue reflecting on the past half-century. The show was titled De gouden sinne (“The Golden Sun”). A lot of rehearsal took place beforehand in the consistory room.

Rev. Van der Giessen was a respected pastor in Tzum. He said farewell on July 31, 1960, and moved to the large ‘gereformeerde’ Church in Drachten.

Rev. I. Vergeer (1960 to 1966).

His successor served in Tzum for about five years. Rev. I. Vergeer (1928–2014) was installed on December 4, 1961.

The First SOW Discussions.

Occasionally in the 1940s and 1950s, joint singing services were held with the ‘Hervormde’ congregation. In 1943, the ‘gereformeerde’ choir Sursum Corda participated without informing the consistory—this was a topic of discussion. Also controversial was a comment by ‘Hervormde’ minister Rev. Nieber, who said from the pulpit that the (originally ‘gereformeerde’) newspaper Friesch Dagblad “wasn’t worth much.” The ‘gereformeerde’ consistory called that “putting the cart before the interchurch horse.” Despite sometimes difficult relations, the first formal discussions between the two churches took place in spring 1963, led by Rev. Vergeer and the ‘Hervormde’ minister, mainly to “get to know each other better.” Rev. Vergeer said farewell on February 6, 1966.

Rev. F. Dijkstra (1968 to 1978).

During the tenure of Rev. F. Dijkstra (1917–1988), who was installed on February 4, 1968, the Samen-op-Weg (Together on the Way) process between the ‘gereformeerde’ and the ‘Hervormde’ congregations received a surprising boost when the ‘Hervormde’ church building needed restoration. As a result, they held services in the ‘gereformeerde’ church: separate morning services and joint afternoon services. After various steps, from 1996 onward, communion services were held jointly.

Consistory Room and Parsonage Renovated (1968).

In 1968, the consistory room was renovated, and the parsonage received a facelift. The question was where the necessary funds would come from. Various possibilities were explored, such as offering interest-free shares to members of the congregation.

The church building itself was also addressed. Extensive discussions took place in 1973; the total cost of a thorough renovation was estimated at ƒ18,000. A collection was held throughout the congregation, successfully raising the required funds. On Sunday, February 9, 1975, the congregation could once again gather in the renewed church hall.

And Furthermore…

Fan It Tsjerklik Med became the joint church magazine of the ‘gereformeerde’ and ‘hervormde’ congregations on January 1, 1970. After a rocky start, the magazine flourished and became a valuable source of information for members. —⊕— In 1972, the consistory asked the Women’s Association to take on visiting the elderly. They agreed. —⊕— Church attendance slowly declined, as revealed in reports from church visitations. —⊕— Complaints were made about members not fulfilling their obligations (e.g., contributing financially). —⊕— In 1978, the consistory spoke of a “spiritual shallowness” and declining attendance, even using the word “apostasy.” —⊕— Starting in 1975, the “young women’s association” welcomed new members with flowers. —⊕— In 1975, the first female deacon was elected and appointed to the consistory. —⊕— In 1978, the youth committee requested ten youth services and, in 1979, also asked to choose which minister would lead them. The consistory found this a step too far. Shortly thereafter, the first youth elder was appointed to act as a liaison between youth and consistory.

Rev. Th. Korteweg (1980 to 1985).

On October 12, 1980, candidate Th. Korteweg (1949–2019) began his ministry in Tzum.

The “School Struggle”.

In the church’s commemorative book, he wrote that his time in the village was not easy. He described “the tragic fraternal conflict that divided the village for nearly three years during my time and nearly meant the end of the Christian school. Those years were, in more than one way, a trial by fire. I had my own opinion, though I tried to stay out of the conflict. It was not easy to remain independent when both sides tried to pull me to their side. (…) I was never fully satisfied with the final solution I helped to shape. (…) During that time, I became more aware than ever of how important the church is. At times, I was deeply moved to see people who, from their own homes, attacked and even threatened each other, still sitting under the same roof on Sunday morning or afternoon. That was the house of God. There we confessed our guilt. There the miracle of forgiveness and reconciliation happened. (…) Never forget that!”

What It Was About.

The “school struggle” revolved in part around problems with teachers and students.

Concern.

Earlier, we mentioned the consistory’s 1978 note about “spiritual shallowness and declining attendance.” The consistory kept an eye on developments. There was broad concern in the ‘gereformeerde’  Churches. Consistory members attended a synod meeting in Lunteren to raise questions troubling many church members.

On October 30, 1984, an extra congregational meeting was held. People wanted to discuss the many developments that were causing concern. The synod report “On the Nature of Biblical Authority” was discussed, as well as the Wiersinga controversy and the question of “children at the Lord’s Supper.” Attendees appreciated the discussions. They had the chance to express and hear one another’s concerns. Other divisive issues of that time included marriage and cohabitation, the matter of War and Peace, and the placement of nuclear weapons in the Netherlands.

Rev. G. Olde and Rev. J. van der Neut (1989 to 1995).

On March 12, 1989, candidate G. Olde (*1962) was installed, followed on February 18, 1990, by his wife, candidate J. van der Neut (*1962). The pastoral couple served in Tzum until April 9, 1995, when they accepted a call to the church in Nieuwerkerk aan den IJssel.

Reflecting on his time in Tzum, Rev. Olde wrote: “The Samen-op-Weg (SOW) process gained momentum through friendships across church lines, unifying activities like kickoff weekends, tent services, and campaigns, (…) but especially through the realization that we simply needed each other; we were in the same boat.”

“I experienced 1993 as a thrilling year. We were allowed to develop a roadmap with the intention of truly becoming one congregation in the future. But in December 1993, we also wanted to honor our ‘gereformeerde’ roots, recognizing and celebrating that 100 years of the ‘Gereformeerde’ Church in Tzum had been a blessing. Being able to celebrate that with our ‘hervormde’ brothers and sisters—with a view to the future—felt like a breeze from on high.”

In 1992, the Bible study and discussion groups of both churches were merged, and a joint SOW intention statement was adopted, followed by the aforementioned roadmap.

Rev. J.F. Mol (1990 to 1998) and Rev. C.G. Kant (1999 to 2003).

Together on the Way (1996).

In 1996, a federation agreement was signed with the roughly equal-sized ‘hervormde’ congregation, and from that year, all communion services were held jointly. It was agreed that for five years, worship services would alternate between the two church buildings. Everyone knew, however, that after five years the ‘gereformeerde’ church building on Wommelserweg would be closed. “There was no longer time to emphasize differences, as it was clear that a new generation was growing up with little or no knowledge of the Gospel.”

The Final Service (2002).

The church was full when the final service was held on Sunday, January 27, 2002, in the ‘gereformeerde’ church building in Tzum. Naturally, the sermon reflected on many memorable moments and events that had taken place in the building. According to Rev. Kant, the split from the ‘Hervormde’ Church in Tzum had not been necessary, “because the (then ‘Hervormde’) Rev. K. Fernhout (1858–1953) of Tzum had been a Bible-believing pastor. But on the other hand, the Afscheiding (1834) and Doleantie (1886) also had a positive and meaningful impact on the national church. They sent a strong signal that the church had to return to its source and foundation.”