De Gereformeerde Kerk te Gees (Dr.)

Hoe die kerk ontstond en flitsen uit de jaren daarna.

De Gereformeerde Kerk in het Drentse Gees werd eind 1854 geïnstitueerd als Christelijke Afgescheidene Gemeente. In 1869 veranderde de naam in Christelijke Gereformeerde Gemeente en in 1892 sloot ook de kerk van Gees zich aan bij De Gereformeerde Kerken in Nederland.

Kaart: Google.

Het dorpje Gees ressorteerde onder de tot en met 1997 bestaande burgerlijke gemeente Oosterhesselen, dus ook in de jaren dat ds. Willem Scheltens (1772-1846) daar sinds 10 maart 1793 predikant van de vrijzinnige hervormde gemeente van Oosterhesselen was. En als het aan hem lag zou die gemeente vrijzinnig blijven ook! Hij prees zich gelukkig dat in zijn dorp Oosterhesselen hoegenaamd geen sprake was van ook maar enige aanhang van ds. H. de Cock (1801-1842), die in 1834 in het Noord-Groningse dorp Ulrum met de Afscheiding van de hervormde kerk begonnen was.

De Drie Podagristen.

Ds. A.L. Lesturgeon (1815-1878).

Ds. Scheltens werd in 1843 in de hervormde gemeente van Oosterhesselen opgevolgd door de al even vrijzinnige predikant ds. Alexander Lodewijk Lesturgeon (1815-1878), die op 11 februari 1844 intrede deed, maar voordien al enige tijd hulppredikant in het dorp was geweest. Ds. Lesturgeon was een van de zgn. ‘Drie Podagristen’, hervormde predikanten die tijdens hun wandelingen door Drenthe ook Oosterhesselen aandeden, en in hun boek (Drenthe in vlugtige en losse omtrekken geschetst door Drie Podagristen) vol trots meldden dat in dat dorp ‘de geest van separatisme, die kwelduivel en nachtmerrie der hervormde kerk van onzen tijd’ geen enkele invloed had gehad en dat de plaatselijke hervormde gemeente nog steeds even vrijzinnig was als vroeger. Dat was volgens ‘de Drie’ vooral te danken aan de ‘ijverige predikant ds. Scheltens en koster-schoolmeester Hendrik Rigterink’.

Het boek van ‘de drie podagristen’. Vermoedelijk was alleen ds. Lesturgeon de schrijver van het boek.

De blijdschap van ds. Scheltens bleek echter voorbarig. Want waarschijnlijk al voordat in 1834 in Ulrum de eerste Christelijke Afgescheidene Gemeente ontstond, waren in Zweeloo, vlak bij Oosterhesselen, al gemeenteleden die het in de hervormde gemeente van ds. Scheltens niet meer zagen zitten. Ook de opgetogen woorden van zijn opvolger, ds. Lesturgeon, ebden niet lang daarna weg toen hij moest bemerken dat ook in zijn eigen kerkelijke gemeente het virus van de Afscheiding was binnengedrongen. In 1845 waren in het dorpje Meppen – vlak bij Oosterhesselen – zelfs al acht Afgescheidenen die in een particuliere woning bij elkaar kwamen ‘om godsdienst te houden’ en ‘gemeenschap te oefenen met alle ware gereformeerde ledematen’. Ze lazen preken van de ‘oudvaders’ ds. W. à Brakel (1635-1711) en ds. B. Smijtegelt (1665-1739), zeer orthodoxe predikanten uit lang vervlogen tijden, die het zuivere gereformeerde geloof nog bewaard hadden in hun geschriften.

Het begon in Meppen/Aalden/Zweeloo.

Ds. H. de Cock (1801-1842), de eerste Afgescheiden predikant in Nederland.

Het was zelfs nog erger dan de beide predikanten hadden kunnen bevroeden: de oorzaak van ‘al het kwaad’, ds. H. de Cock, werd zelfs uitgenodigd om te komen preken en zo verscheen hij enkele keren in Meppen in de woning van J. Rotmensen, waar hij godsdienstoefeningen leidde. Daar ontstond op 17 april 1838 dan ook de Christelijke Afgescheiden Gemeente Gemeente te Meppen, later (tot 1903) Aalden genoemd en daarna (tot op heden) Zweeloo. Ds. De Cock was vanaf de instituering tot zijn overlijden in 1842 ook de (wat wij nu zouden noemen) ‘predikant in algemene dienst’ van de Afgescheiden Gemeenten in Groningen en Drenthe.

Al snel kreeg de Christelijke Afgescheidene Gemeente van Meppen de eerste eigen predikant: ds. A.J. Abels (1818-1899), die van februari 1838 tot november 1844 aan die gemeente verbonden was. Hij werd opgevolgd door ds. J.J. Kooiker (1814-1865), die daar van juni 1845 tot maart 1849 predikant was. En als derde predikant deed ds. J.W. Dragt (1823-1878) in december 1850 intrede in de gemeente van Meppen en vertrok vier jaar later naar elders. Sinds 1850 hielden de Afgescheidenen van Meppen hun kerkdiensten in een als kerk ingericht eenvoudig gebouwtje in Aalden.

Ds. J.W. Dragt (1823-1878) was kort voor de instituering van de gemeente te Gees uit Meppen/Aalden naar Broek op Langedijk vertrokken.

Kerkgangers waren afkomstig uit het dorp Wachtum, uit Sleen en uit de gemeente Oosterhesselen. Het aantal leden van de Afgescheiden Gemeente van Meppen groeide langzaam maar zeker. Tijdens de periode van ds. Dragt waren er in 1851 ongeveer 120 lidmaten afkomstig uit de gemeente Zweeloo en 33 uit de gemeente Oosterhesselen, waarvan eenentwintig uit het dorp Gees, acht uit Zwinderen en vier uit Oosterhesselen.

Conventikels in Gees.

Ook in Gees werden in elk geval sinds 1851 in een particuliere woning al huisgodsdienstoefeningen gehouden (ook ‘conventikels’ genoemd). Deze huisdiensten in Gees mochten volgens de regels van die tijd alleen met toestemming van de plaatselijke overheid gehouden worden (anders kreeg men ‘de sterke arm’ aan de broek). Kennelijk als een soort van proefperiode werd daarvoor eerst toestemming gegeven gedurende het winterseizoen van oktober 1851 tot maart 1852. Daarna kregen ze verlof de diensten gedurende het hele jaar te houden. Deze huisgodsdienstoefeningen werden vermoedelijk gehouden in de woning van winkelier Jan Elders. Hij was met zijn in totaal acht personen tellende gezin mogelijk (een van) de eerste(n) Afgescheidene(n) in de gemeente Oosterhesselen. Hoe dan ook, vier keer per jaar vierden ze er avondmaal. Daarvoor kwam een predikant van elders naar Gees. Vermoedelijk zal dat vooral ds. J.W. Dragt van Meppen/Aalden geweest zijn, al zullen ook andere classispredikanten aan de regeling hebben meegewerkt..

De Christelijke Afgescheidene Gemeente te Gees geïnstitueerd (27 november 1854).

‘De Stem’, 7 december 1854. Daarin werd de instituering (met datum en al) en het meteen beroepen van de eerste predikant gemeld.

Op 21 november 1854 werd op de classis Coevorden een verzoek van de Afgescheidenen te Gees behandeld  ‘om als gemeente op haar zelve te mogen bestaan, mitsgaders dat zij eenen leeraar zouden beroepen’. Men wilde dus een eigen Afgescheiden Gemeente en meteen ook een eigen predikant. Voorwaar een flinke stap! Maar de classis ging ermee akkoord en verleende, zoals dat heette, ‘handopening’, wat zoveel inhoudt als toestemming.

De exacte institueringsdatum.

Omdat de notulen van de Gereformeerde Kerk te Gees tot 1860 door brand verloren zijn gegaan kon door vorige onderzoekers de exacte institueringsdatum niet worden vastgesteld. Die datum is echter met zekerheid de 27ste november 1854 (de kerkelijke pers berichtte er over). De classis van 21 november liet er dus geen gras over groeien en gaf ds. J.J. Kuiper (1824-1906) van Coevorden opdracht een en ander in orde te maken. Dat men voor ds. Kuiper koos was op het eerste gezicht een beetje vreemd, omdat de Afgescheidenen van Gees voor de kerkinstituering immers altijd behoord hadden tot de Afgescheiden Gemeente van Meppen (c.q. Aalden, Zweeloo). Eigenlijk had ds. J.W. Dragt van Aalden die taak op zich moeten nemen. Maar hij was in mei dat jaar vertrokken naar de gemeente van Broek op Langedijk, zodat de gemeente van Aalden vacant was.

Ds. J.J. Kuiper (1824-1906).

Ook ds. Kuiper van Coevorden liet er geen gras over groeien. Binnen een week had hij alles geregeld! Op 27 november 1854 spoedde hij zich richting Gees om daar de Christelijke Afgescheidene Gemeente te institueren door de ambtsdragers te bevestigen. Direct na de institueringsdienst, waarin de enkele dagen eerder onder zijn leiding gekozen ambtsdragers dus werden bevestigd, leidde hij een gemeentevergadering die, ondanks het geringe ledental, tot doel had een predikant te beroepen. Ds. Kuiper  las voorafgaande aan de beraadslagingen psalm 2 vers 6: “Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid“. Al eerder had men een drietal gevormd, bestaande uit kandidaat P. Kapteyn (1823-1903), kandidaat J. Moolhuizen (1827-1900) en kandidaat A.J. Zantinge (1828-1886). Met bijna algemene stemmen werd kandidaat Kapteyn verkozen (ds. Moolhuizen vond zijn eerste gemeente in het Duitse Emlichheim, en ds. Zantinge in Oenkerk).

Ds. P. Kapteyn (van 1855 tot 1858).

Ds. P. Kapteyn (1823-1903).

Nu was het afwachten. Het duurde even voordat de kandidaat bescheid gaf. Eind december liet hij weten dat hij ‘de roeping naar Gees heeft aangenomen’.

Kandidaat Kapteyn nam het beroep aan! (‘De Stem’, 29 december 1854).

Op 11 maart 1855 deed kandidaat Kapteyn intrede in de Afgescheiden Gemeente van Gees. Ds. Kapteyn was opgeleid door ds. W.A. Kok (1805-1891) van Hoogeveen en ds. J. Bavinck (1826-1909), ook van Hoogeveen (de Theologische School in Kampen kwam er in 1854 pas, en de opleiding van student Kapteyn liep toen al op het eind).

“Er werd bij hem veel menschenkennis gevonden, een helder inzicht in Gods Woord, inzonderheid in den weg der verlossing ons in Christus ontsloten, tevens een degelijke kennis van de door ons aangenomen Kerkenordening van Dordrecht. Ds. Kapteyn zag niet in zekere geestelijke hoogheid op meer wetenschappelijk onderlegde mannen neer, maar achtte hen hoog, mits meerdere kennis met geloof en godzaligheid gepaard ging. Hij kende en gevoelde zijn eigen gebrek en trachtte daarom zooveel mogelijk met hen in aanraking te komen, om van hen te profiteeren en op de hoogte te blijven ook van de kwesties van den dag, vooral op het gebied van godgeleerdheid en kerkelijk leven. Zijn prediking was eenvoudig, maar gezond”, zo werd bij zijn overlijden in 1903 van hem gezegd.

Een eigen kerk (1857).

De gemeenteraad van Oosterhesselen – waar Gees onder viel – besloot op 18 februari 1856 geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van de kerkenraad van de Christelijke Afgescheidene Gemeente van Gees om in het dorp een eigen kerkgebouw te stichten. Opmerkelijk was dat de grond door middel van een ‘stroman’ moest worden verkregen. Weliswaar waren de vervolgingen door de overheid sinds het aantreden van koning Willem II vrijwel achter de rug, maar de tegenwerking tegen de Afgescheidenen door de overige burgers was nog helemaal niet verdwenen, zeker niet in de vrijzinnige zandstreken van Drenthe, waar men niet veel van ‘die dompers’ moest hebben.

De ‘verbouwde boerenschuur met aangebouwde pastorie’ diende vanaf 1857 tot 1914 als kerkgebouw van de Afgescheidenen te Gees. Hier het gebouw zoals het er nu uit ziet.

Hoe dan ook, ouderling Lambert Wolting uit Zwinderen (al in 1851 toegetreden tot de kring van Afgescheidenen) verkreeg de door de kerkenraad gewenste grond door ruil, vast en zeker zonder erbij te vertellen dat het perceel gebruikt zou worden om er een Afgescheiden kerkgebouw te stichten. De grond lag aan de latere Wethouder H. Euvingstraat en in 1857 bouwden de Afgescheidenen er hun kerk (het inmiddels enigszins verbouwde huis, nu een woning, staat er nog steeds). In 1857 werd het kerkgebouw in gebruik genomen, althans volgens de officiële kadastrale leggers van die tijd. In de kerkelijke weekbladen De Bazuin en De Stem vonden we er geen berichtgeving over. Deze kerk werd in de volksmond ‘de olde kerk’ genoemd.

‘De Stem’, 19 maart 1857. Ds. Kapteyn bedankte weliswaar voor meerdere beroepen van andere kerken, maar in november 1858 nam hij toch afscheid van Gees.

Ds. Kapteyn nam op 16 november 1858 afscheid wegens zijn vertrek naar de gemeente te Putten.

  • Enkele korte flitsen uit de verdere geschiedenis van gereformeerd Gees.

De predikanten tot 1870.

Ds. H. van Hoogen (1836-1907).

Achtereenvolgens waren tot 1870 de volgende predikanten aan de gemeente van Gees verbonden: ds. R.L. van der Scheer (1809-1865) uit het Friese Lippenhuizen deed op 19 september 1859 intrede en nam afscheid op 13 november 1864 wegens vertrek naar de gemeente van Idskenhuizen, ook in Friesland. Zijn opvolger was kandidaat H. van Hoogen (1836-1907), die op 8 oktober 1865 intrede deed en op 27 januari 1867 vertrok naar de gemeente te Burum. Kandidaat A.H. Zomer (1846-1932) deed op 25 oktober 1868 intrede en nam – wegens vertrek naar de gemeente van Arum – afscheid op 19 juni 1870.

“Ds. Zomer was een deftig man, in de goede zin van het woord, ’n aristocratisch man, bij al de eenvoud zijns harten. Hij bezat een indrukwekkend figuur en een mooie ‘kop’. De krachtige neus, het zilverwitte haar en het puntbaardje gaven hem het uiterlijk van ’n keurige grijsaard. Als een van zijn eigenschappen wordt door iemand die hem heeft gekend, genoemd ‘zijn verbazingwekkende punctualiteit’. In verband met deze grote nauwkeurigheid, die hem en in ’t natuurlijke, en in het geestelijke eigen was, kon hij ook toornen tegen onnauwkeurigheden, tegen al wat hij zag als afwijking van de rechte en zuivere lijn, op beide gebieden”.

“Als hij sprak, dan sprak hij ietwat stotend, maar juist daardoor met kracht en klem, zijn woorden werden gemakkelijk sabelhouwen. Niettegenstaande dit, ondanks ’t ietwat krijgshaftige in zijn gehele, eerbiedwaardige, eerbied-afdwingende figuur, had hij ’n zeldzaam vriendelijk hart. Bij nadere kennismaking viel hij in dit opzicht ontzaglijk mee”.

Ds. A.H. Zomer (1846-1932) op latere leeftijd.

Christelijke Gereformeerde Gemeente te Gees (1869).

Tijdens het predikantschap van ds. Zomer veranderde in juni 1869 de naam van de Christelijke Afgescheidene Gemeente te Gees. Er vond namelijk een landelijke kerkenfusie plaats van de Christelijke Afgescheidene Kerk (de hoofdstroom van de Afscheiding van 1834) en de Gereformeerde Kerk onder ’t Kruis. Het laatstgenoemde kleine kerkgenootschap had zich rond 1840 afgesplitst van de Christelijke Afgescheidene Kerk, onder meer vanwege meningsverschillen over de vraag of Afgescheiden Gemeenten aan Koning Willem I eigenlijk wel ‘vrijheid van godsdienstoefening’ mochten vragen. Zij vonden namelijk van niet (de overheid had daar volgens hen niets mee te maken). Ze vonden het ook onacceptabel dat Afgescheiden Gemeenten, die de gevraagde ‘vrijheid van godsdienstoefening’ ontvingen, de naam ‘gereformeerd’ niet meer mochten voeren (de koning vond dat die benaming slechts aan de Hervormde Kerk toekwam). Ook waren ze het oneens met nogal wat Afgescheiden Gemeenten die niet de aloude gereformeerde Dordtse Kerkorde als leidraad voor de kerkregering aanvaardden, maar een andere kerkenorde, zoals die van de toenmalige ds. H.P. Scholte (1805-1868) uit Utrecht, die de ‘Utrechtse Kerkorde’ genoemd werd. Met die kerkorde kon gemakkelijk overheidserkenning verkregen worden.

Ds. H.P. Scholte (1805-1868) uit Utrecht stelde de ‘Utrechtse Kerkorde’ op. Die kerkorde (in tegenstelling tot de Dordtse Kerkorde) was voor de overheid aanvaardbaar om gemeenten vrijheid van godsdienstoefening te geven.

In de jaren ’60 van de negentiende eeuw waren de meningsverschillen echter nauwelijks nog actueel, zodat men met elkaar in overleg ging om weer bij elkaar te komen en samen verder te gaan. In juni 1869 kon men weer met elkaar door één deur (op enkele Kruisgemeenten na), en vormden ze in het vervolg samen de Christelijke Gereformeerde Kerk. Ook de gemeente van Gees sloot zich daarbij aan en heette sindsdien dus de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Gees.

De gemeente groeit gestaag.

Ondertussen was de gemeente van Gees gestaag gegroeid. Telde ze in 1858 nog 68 leden, tien jaar later stond het ledental op ruim 180, en in 1888  waren het er ongeveer 200. In 1898 telde de gemeente ongeveer 220 gemeenteleden. In 1908 waren het er 291 en in 1918 telde de gemeente 312 leden.

Maar er vertrokken ook gemeenteleden! In de periode van 1873 tot 1893, in twintig jaar tijd dus, emigreerden zevenentwintig lidmaten naar de overkant van de Atlantische Oceaan, om in de Amerikaanse staten Michigan en Iowa een nieuw bestaan op te bouwen. Voor allen gold dat ze ‘mingegoed’ waren. Ze hoopten dat het in Amerika beter zou gaan.

De predikanten te Gees vanaf 1870.

Ds. H. Dijkstra (1851-1922), stond van 1875 tot 1879 als gereformeerd predikant in Gees.

Intussen waren na het vertrek van ds. Zomer (in 1870) achtereenvolgens meerdere predikanten bij De Gereformeerde Kerk te Gees werkzaam. Voor de volledigheid verwijzen we daarvoor naar de predikantenlijst van Gees.

De Gereformeerde Kerk te Gees (1892).

In 1892 vond in de gereformeerde gezindte in ons land opnieuw een kerkenfusie plaats. Ditmaal van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende). Het laatstgenoemde kerkgenootschap was in 1886 ontstaan door de al vele jaren durende strijd binnen de hervormde kerk over – kort door de bocht gezegd – de toenemende vrijzinnigheid in die kerk, waartegen door de kerkelijke besturen niet of nauwelijks werd opgetreden, én over de centralistische kerkregering waarin de Algemene Synode het voor het zeggen had, zeer ten nadele van de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeenten.

Ds. J.H. Houtzagers (1857-1840) was de eerste predikant van de Dolerende Kerk te Kootwijk.

Dat leidde begin 1886 in Kootwijk tot het ontstaan van de eerste Nederduitsche Gereformeerde Kerk, al snel gevolgd door een kerkscheuring in andere plaatsen (vooral in Friesland) en op 16 december 1886 in Amsterdam. Daar stuurden de kerkelijke besturen tachtig kerkenraadsleden de laan uit wegens ‘verzet tegen de kerkelijke reglementen’. De leider van deze kerkelijke beweging (de Doleantie), was dr. A. Kuyper (1837-1920). In de jaren daarna breidde de Doleantie zich verder over het land uit.

De synodes van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitsche Gereformeerde Kerken (doleerende) zochten al snel contact met elkaar. Ze overlegden om in het vervolg samen verder te gaan. Dat leidde op 17 juni 1892 tot het ontstaan van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Tijdens een bijeenkomst van de gezamenlijke synodes in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam reikten de ‘voormannen’ van beide kerken elkaar de hand: namens de Christelijke Gereformeerde Kerk de hoogbejaarde ds. S. van Velzen (1809-1896) – één van de eerste Afgescheiden predikanten in ons land – en dr. A. Kuyper namens de Nederduitsche Gereformeerde Kerken.

Dr. A. Kuyper (1837-1920) en ds. S. van Velzen (1809-1986).

Ook de Christelijke Gereformeerde Gemeente te Gees sloot zich in 1892 bij De Gereformeerde Kerken in Nederland aan en heette sindsdien dus De Gereformeerde Kerk te Gees.

De Gereformeerde Kerk te Nieuwlande (1913).

De Gereformeerde Kerk te Gees had ook grote invloed op de instituering van de Gereformeerde Kerk te Nieuwlande op 11 december 1913, ontstaan uit de evangelisatiepost te Langerak. Ook predikanten uit Gees werkten mee aan het evangelisatiewerk.

Een nieuwe kerk (1914).

Zo zag de (tegenwoordige) kerk aan de Dorpsstraat er aanvankelijk uit.

De ‘olde kerk’ aan de tegenwoordige Wethouder H. Euvingstraat (een verbouwde boerenschuur met aangebouwde pastorie) werd te klein voor de gestaag groeiende gemeente. Dat was de reden dat het kerkje In 1913/1914 vervangen werd door het tegenwoordige kerkgebouw, dat gelegen is aan de westelijke rand van het dorp, in de Dorpsstraat. Het betrof een rechthoekig gebouwde zaalkerk met zadeldak, met in de gevels spitsboogvensters. Aan de voorzijde van de kerk werd in 1936 een lager tochtportaal toegevoegd. Aan de achterzijde is de kerk in 1982 uitgebreid. Het gebouw is omgeven door een groot parkeerterrein.

De pastorie, aan de Dorpsstraat op nummer 10, werd in 1910 gebouwd, en is ‘een blokvormig eenlaagspand met bakstenen dakkapel’.

In 1924 kwam er in Gees bovendien een Gereformeerde lagere school, de School met den Bijbel, die tegenwoordig Rehoboth heet.

Zo ziet de gereformeerde kerk er tegenwoordig uit.

De orgels van de kerk te Gees.

Hoewel de kerk al in 1857 geïnstitueerd was, bleef het kerkgebouw tot 1932 zonder orgel. Maar met  Kerst dat jaar veranderde dat. Voor het eerst werd een orgel in de kerk geplaatst. Daarmee kwam ook een eind aan het werk van de ‘voorzangers’ (een van hen was Roelf Katerberg). Ze hadden tot taak te zorgen dat de gemeentezang op de juiste tuinhoogte begon (en bleef) en bij moeilijke melodieën moesten ze de psalm voorzingen. In die tijd werden de psalmen trouwens op lange noten gezongen.

De pers berichtte over de plaatsing van het harmonium in de kerk van Gees.

Het eerste orgel was een harmonium dat gekocht was bij orgel- en pianohandel Ganzevoort te Zwolle. Het werd bij de ‘inwijding’ vast en zeker mooi bespeeld door organist Jonker uit Coevorden. Als eigen organist werd Hendrik Kremers benoemd, die zich op kosten van de kerkenraad verder mocht bekwamen in het orgelspelen. Dit harmonium werd gebruikt tot 1941, want toen werd voor een bedrag van fl. 810, tegen inlevering van het harmonium, een pijporgel aangeschaft.

Zo zag het orgel er in 1967 uit.

Het nieuwe orgel hield het echter niet lang vol. De kosten van de reparaties rezen de pan uit en al in 1947 had de kerkenraad er genoeg van. Besloten werd het orgel af te breken (de motor, bedoeld om lucht in de blaasbalg te pompen, werd verkocht aan de hervormde kerk te Oosterhesselen). In 1948 werd een ander orgel in de kerk geplaatst, dat door orgelbouwer Dekker oorspronkelijk was gebouwd voor de hervormde evangelisatie te Coevorden. In 1967 werd het instrument geheel gerestaureerd.

Het tegenwoordige orgel in de gereformeerde kerk (foto: ‘De Orgelsite.nl’)

Dit orgel deed dienst tot 1980/1981. Want in 1982 kreeg de kerk een nieuw instrument. Het orgel was in 1965 gebouwd door de firma Gebr. Reil te Heerde voor de hervormde Noorderkerk in Kampen. In 1982 werd het instrument gerestaureerd door de firma Kaat & Tijhuis te Kampen en vervolgens overgeplaatst naar de gereformeerde kerk te Gees. Dit eenklaviers orgel werd in Gees op de galerij (tegenover de preekstoel) geplaatst.

Diverse verbouwingen.

Zicht op het tegenwoordige liturgisch centrum (foto: Gereformeerde Kerk te Gees).

De kerk van Gees werd verscheidene keren verbouwd. Zo werd in het voorjaar van 1981 het interieur vernieuwd: de banken gingen er uit, er kwamen stoelen in de kerkzaal en er kwam een nieuwe kansel. Ook kreeg de kerk onder meer een nieuw voorportaal, een nieuwe opgang naar de galerij, en werd de galerij aangepast.

In 1987 bleek dat het dak was aangetast door houtworm, zodat het met spoed geheel vernieuwd moest worden. Een aannemer kreeg opdracht een nieuwe kap op de kerk te zetten en daarna legden vrijwilligers de dakpannen waar ze hoorden. Dat scheelde veel in de kosten!

De kerkzaal, zoals deze er tegenwoordig uitziet (foto: Gereformeerde Kerk te Gees).

In 2020 werd het kerkgebouw aan de Dorpsstraat door de enthousiaste medewerking van vele vrijwilligers ingrijpend gerenoveerd. De hele kerkzaal werd ‘leeg getrokken’ en volledig vernieuwd.

Tot de tegenwoordige Gereformeerde Kerk te Gees behoren behalve Gees ook de dorpen Zwinderen, Geeserveld, De Klencke, Nieuw-Zwinderen en Oosterhesselen.

Ledentallen van De Gereformeerde Kerk te Gees.

Het ledental van De Gereformeerde Kerk te Gees van 1893 tot 2023 (bron: Jaarboeken GKN en PKN en de administrateur van de kerk te Gees).

Bronnen onder meer:

De Bazuin, Stemmen uit de Christelijke (Afgescheidene) Gereformeerde Kerk in Nederland. Kampen, div. jrg.

Gemeenten en predikanten van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Leusden, 1992

Jaarboeken (ten dienste) van De Gereformeerde Kerken in Nederland. Goes, div. jrg.

N.N., Enkele aantekeningen betreffende het ontstaan van onze kerkelijke gemeente. Gees, g.j.

OrgelsinDrenthe.nl

De Stem, Weekblad in het belang van de ware Gereformeerde Kerk in Nederland. div. jrg.

2023. GereformeerdeKerken.info